Jens Kommnick – Redwood

jens

Redwood
(Siunta Music SM2207, www.jenskommnick.com)

Multi-instrumentalisten zijn muzikanten die meerdere instrumenten bespelen, vaak behorend tot één groep, bijvoorbeeld snaren. Je hebt ook  multi multi-instrumentalist: die storten zich op meerdere instrumentgroepen, bijvoorbeeld toetsen en snaren. En je hebt enkele super multi multi-instrumentalisten, ofwel de alleskunners. Geen instrument is hen vreemd. En Jens Kommnick is daarvan misschien wel de alles alleskunner. Even opsommen: akoestische-, concert-, octaaf- en basgitaar, bouzouki, mandoline, luit, Keltische harp, tin- en low whistle, (houten)dwarsfluit, blokfluiten, uillean pipes, draailier, cello, viool, piano, percussie. En niet van alles een beetje, maar werkelijk beheersen.
Met al die instrumenten maakte Jens pas zijn tweede soloschijf (en een echte soloschijf dus!). Hoofdinstrument daarop is de akoestische gitaar. En die bespeelt Kommnich als de allerbeste. In de open (DADGAD) stijl zou hij zo de competitie met de allergrootsten in dat genre aan kunnen gaan. Een Pierre Bensusan is nooit ver weg, evenals bijvoorbeeld een Soig Siberil,Tony McManus of Tommy Emmanuel.
Zijn toon uit de fantastisch klinkende Lowden is kristalhelder, rond en vol, bijna engelachtig. De harmonieën zijn supermooi en Kommnich weet een perfect evenwicht aan te brengen tussen bas, melodie en akkoorden. Soms zijn er sterk melodisch ontroerende airs of laments, dan weer raast hij als een hogesnelheidstrein over de fretten. Luister bijvoorbeeld naar de notenopvolging in de openingswals Ann Kathrins Walzer en je weet genoeg. Maar altijd is er die loepzuivere toon. Alsof het geen enkele moeite kost…
De cd is uiterst afwisselend. Van walsen, jigs, reels, Hanter dro’s, schottische, een onvervalste horo, Deense en Zweedse dansen tot twee klassiek(achtig)e stukken, waaronder het tweede Brandenburgse concert van Bach. De wijze waarop Kommnich dit vertolkt, met mandoline, octaafgitaar, bouzouki, bas en harpsichord, doet je denken aan de werken van O’Carolan. Schitterend, vooral door de diverse breekbare harmonieën en de fraaie inkleuring door draailier en later pipes in Halsway Schottische van Nigel Eaton. Hiermee bewijst Kommnich dat hij niet alleen een kundig speler is, maar tevens een uitstekend arrangeur. Zo’n knap staaltje haalt hij tevens uit in de Air for Thomas, dat opnieuw doet denken aan O’Carolan, maar wel degelijk van Noord-Duitse afkomst is. Cedar house is een mooie, indrukwekkende ode aan Reinhard Mey en zou zo een standaard bij Keltisch spelende groepen kunnen worden.
Je kan blijven doorgaan met complimenteren, maar u moet maar genoegen nemen met de constatering dat dit een van de allerbeste schijven van dit jaar is. Luister zelf maar…