Jules de Corte – Een man die gisteren al over vandaag zong

Soms wordt een mens nog verrast bij het luisteren naar de radio. Op 16 maart luisterde ik naar Nieuwe feiten, een vooravondprogramma op radio1, VRT. Tussen de gesprekken door hoorde ik Jules de Corte zijn bekendste lied Ik zou weleens willen weten zingen. Wat een verrassing! Minstens zo verrassend was wat de presentator van dienst, Luc Janssen, achteraf zei: “De vergeten Jules de Corte en Ik zou weleens willen weten, een wereldlied. Het verbaasde me dan ook zeer toen gisteravond in De wereld draait door op de Nederlandse televisie bijna niemand meer dit lied kende, laat staan wist wie Jules de Corte was. Ik stel voor dat we hier bij Nieuwe feiten een fanclub oprichten voor de rehabilitatie van dit prachtige werk.” Ik wil meteen bekennen dat ik van zo’n fanclub lid zou willen worden. Jules de Corte was een liedschrijver-zanger die, bijna een halve eeuw na zijn productiefste periode, blijft boeien en verrassen.

1924-1945

Jules de Corte werd op 29 maart 1924 te Deurne in de Peel geboren. Vader Peer was peelwerker en socialist. Sociale gerechtigheid is een ideaal waarover Jules ook vaak zou zingen. Het jongetje was maar goed een jaar oud toen het blind werd als gevolg van een middenoorontsteking. Vanaf zijn derde jaar werd hij niet thuis, maar in de strenge katholieke blindeninstituten te Grave opgevoed, eerst bij de Zusters van Liefde en vanaf zijn zevende bij de Fraters van Liefde. Dit strenge milieu, dat niet veel uitstraalde van de christelijke liefde, is van grote betekenis geweest voor de inhoud van veel van zijn liedjes. Het hele kerkelijk instituut werd door hem met ironie en spot bezongen, terwijl een ruim deel van zijn werk de ‘goede boodschap’ uitdraagt. In het instituut, waar hij tot borstelmaker en stoelenmatter werd opgeleid, kreeg Jules ook piano- en orgelles. In zijn nog onuitgegeven biografie beschrijft hij hoe hij in 1933 toevallig een ruim deel van Bachs Matthäus-Passion op de radio hoorde. ‘Opeens begon ik pianospelen belangrijk te vinden’, staat er geschreven. Toen bij het einde van de Tweede Wereldoorlog Engelse en Canadese soldaten ingekwartierd werden in het blindeninstituut begeleidde hij de zingende soldaten ‘s avonds op de piano. Daar besefte hij dat zijn toekomst buiten het instituut lag en keerde hij op 5 april 1945 naar zijn familie terug. Omdat hij in Helmond geen werk vond trok hij in bij vrienden in Delft. Hij plaatste er een advertentie in de krant: ‘Bekwaam pianist biedt zich aan voor het opluisteren van danslessen, bruiloften en partijen’. Een dag later had hij werk bij een dansschool.

1946-1985

Na het horen van een zingende pianist in het KRO-programma De Zonnebloem solliciteerde hij bij de omroep en op 26 oktober 1946 maakte hij zijn professioneel radiodebuut. Hij schreef heel wat liedjes voor dit populaire programma. In 1947 werd hij medewerker aan het programma van Jan de Cler, Negen heit de klok. Door de watersnoodramp, begin 1953, werd de Corte echt bekend. Bij een reeks radioprogramma’s Beurzen open, dijken dicht, zong hij telkens het gelijknamige lied, waarvoor hij elke keer nieuwe strofen schreef die het verslag gaven van het programma van die avond. Het refrein werd algemeen bekend. Vanaf dan begon hij regelmatig op te treden in theaters, op scholen en voor verenigingen, zowel in Vlaanderen als in Nederland. Dat zou hij tot 1983 blijven doen. Wanneer hij nadien nog sporadisch optrad, speelde hij niet zelf piano, maar werd hij begeleid door Bert van den Brink.
Zijn liedjes schreef hij vooral tussen 1946 en 1976. In 1955 verscheen een 78-toerenplaat met daarop De vogels en Wij leven vrij. In hetzelfde jaar nog verschenen ook twee ep’s met ondermeer Ik zou weleens willen weten, zijn meest bekende en ook meest nagezongen nummer. Het lied heeft vandaag de dag nog niets aan frisheid en wijsheid ingeboet. Maar niet alle liedjes van de Corte zijn zo lief en braaf. Wie goed luistert hoort wel hoe de Corte tegen de maatschappij en de mensen aankijkt. Hij stelt vragen die nog steeds geen gepast antwoord kregen of merkt op wat mis loopt. Ook de inconsequente houding van supergelovigen wordt aan de kaak gesteld, ondermeer in Het bruidspaar, een lied uit 1962. Oorlog en vrede zijn ook vaak het onderwerp van zijn liedjes. En ondanks zijn vaste betrekking bij de KRO durft hij de media de levieten te lezen. In De reuzen van de middelmaat zingt hij:

De reuzen van de middelmaat zijn baas in stad en land.
Zij praten in uw radio en schrijven in uw krant.

Geschreven in 1960 maar helaas, nu nog meer dan toen, de waarheid. In het boek ‘De Muze met de scherpe tong’ schreef Ernst van Altena in 1963 over dat lied: “Jules de Corte, als auteur en als componist een van de allergrootsten in dit kleine land en een van de weinigen die kans ziet, om onder een lief klein vernisje zelfs voor de radiomicrofoon, vaak scherpe waarheden te ventileren, heeft eens geschreven…” waarna de tekst van het lied volgt. En in 1959 al zong hij over een Naar, dom jongetje ondermeer:

Hij denkt dat enkel zijn willetje
Hoeft te regeren, meer niet

In het gebruik van zijn tongetje
Is hij bepaald wel een ster.
Al ben je nog zo’n dom jongetje…,
Als je kunt praten dan breng je ‘t wel ver.

Zou het kunnen dat zulke jongetjes vandaag in de Tweede Kamer zitting hebben? Actueel is het lied in elk geval nog wel. En in deze tijd van Gay Pride en Homohuwelijk is zijn Romeo en Julio meer dan actueel.

Jules de Corte tussen kerkleiders op het pastoraal concilie (1968)

Jules de Corte tussen kerkleiders op het pastoraal concilie (1968)

Veel titels van zijn liedjes zijn ingegeven door zijn katholieke opvoeding. Er zijn ook titels in het Latijn, de kerktaal uit zijn jeugd: Flectamus genua, Gaudete en Ad majorem gloriam. In dat laatste zingt hij over een jongeman die niet het katholieke kerkpad uit zijn opvoeding blijft volgen. ‘Z’n levenswegen lopen niet bepaald kaarsrecht’. Kan dat wel, tot meerdere glorie van God? De KRO dacht in elk geval van niet. Het lied werd verboden, maar kwam op de lp Liedjes die eigenlijk niet mogen terecht. Dat gold ook voor Het bruidspaar. Was Jules de Corte door het episcopaat gekozen als lid van het Pastoraal Concilie te Noordwijkerhout in 1968, het jaar daarop zong hij drie vlijmscherpe liedjes op de lp Liedjes aan de kerk. De Corte werkte niet alleen voor de KRO, hij was ook te horen bij de VARA, de AVRO, de VPRO, de NCRV, de TROS, de IKON en de Vlaamse BRT.

Ook muzikaal was de Corte een begaafd en veelzijdig man. Erik van der Wurff, vooral bekend als pianist bij Herman van Veen, die een paar nummers van de Corte arrangeerde, zei eens in een gesprek met Kick van der Veer over de muziek van Jules de Corte: “Het lijkt zo eenvoudig wat die man doet, maar ik was er avonden mee bezig. Wat hééft-ie me te pakken gehad!” Dat is net wat gitaristen zeggen over de muziek van Georges Brassens, een chansonnier voor wie Jules de Corte grote bewondering had. Hij schreef en zong een in memoriam-lied Georges Brassens dat echter niet op cd verscheen. Bram Strijbis, docent aan het conservatorium van Amsterdam, leerde de muziek van de Corte pas vier jaar geleden kennen bij het begeleiden van een ‘Hommage aan Jules de Corte’, gebracht door een amateurgezelschap. Hij zei: “Het zijn de diverse bijna contrapuntische melodieën in boven- en middenstemmen in combinatie met de onderliggende harmonieën die mij meteen aanspraken. Ik hoor niet alleen Schubert, maar ook een heel scala aan latere componisten, zoals Debussy en Ravel. Ik hoor verrassende harmonische wendingen die niet in de boekjes staan.”
En de samenwerking van jazzpianist Louis van Dijk met de Corte zal ook wel om de muziek geweest zijn.

Jules de Corte met Louis van Dijk

Wanneer Jules de Corte in augustus 1985 officieel een punt zette achter zijn carrière heeft hij in eigen beheer nog de lp Lieder ohne Worte gemaakt, met pianocomposities. In 1990 maakte hij voor het eerst een echte cd. Op Ingelijst begeleidt hij zichzelf op piano. Hij maakte hiervoor zelf een keuze van vijfentwintig liedjes uit zijn werk.

Het is quasi onmogelijk om een volledige lijst te maken van zangers en zangeressen die werk van de Corte hebben gezongen. Vermelden we wel Frits Lambrechts en Gerard Cox die elk respectievelijk een volledige lp en cd aan werk van Jules de Corte hebben gewijd. Cox gaf de cd de titel Uit liefde en respect… voor zoveel moois mee.

 

2012

Jules de Corte stierf op 16 februari 1996. Ruim vijftien jaar later zijn meerdere initiatieven genomen.

Onder de titel Wij Nederlanders werd een muziektheatervoorstelling opgezet rond zijn werk. Een zangeres, twee zangers en twee pianisten brachten hierin twintig liedjes van de Corte die verbazend actueel gebleven zijn. De teksten tussendoor werden geschreven door Cees van der Pluijm die in 2005 ook de auteur was van het boek Ik zou weleens willen weten, waarin teksten van de Corte met toelichting zijn samengebracht. Van Wij Nederlanders zal binnenkort ook een cd worden uitgebracht.

Ook dit jaar werd door uitgeverij De Stiel het liedboek Wie in Nederland wil zingen uitgebracht met partituren van 52 liedjes, opgetekend door Bert van den Brink en Bram Strijbis.

En er is ook een dubbel-cd met meestal ongekend werk van Jules de Corte uitgebracht bij Fonos. Zijn weduwe Thea de Corte maakte een keuze van 48 nummers uit de honderden archiefopnames die werden gevonden. Deze dubbel-cd Ons Nederlandje is verrassend en mooi. Hij illustreert de vele kwaliteiten van de liedjesauteur en zanger Jules de Corte. Verrassend is ondermeer Goed voer en een warme stal, een lied dat hij schreef voor De Zangeres Zonder Naam en dat hij in duet met haar zingt. Ook Louis van Dijk is te horen op enkele nummers. Niet alleen wie van de Corte houdt zal er plezier aan beleven, de liedjes zijn ook een geschenk voor al wie zinvolle liedjes weet te waarderen. ‘Nostalgisch en Actueel’ staat er op de hoes. Nostalgisch, dat zeker, maar ook actueel? Luister dan maar naar Het liedje van de minderheid, naar Discrimineren, naar Andere culturen of naar Mijn stemadvies. Kan het actueler?

www.julesdecorte.nl
www.fonos.nl
www.wij-nederlanders.nl