Kata – 1902

1902
(Tütl SHD193)

Kata werd in 2006 opgericht door Anna Katrina Petersen en Anna Maria Olsen met het doel om een vocaal geluid te creëren dat kon wedijveren met de polyfonie zoals gekend bij Bulgaarse vrouwenkoren als Le Mystere des voix Bulgares. Daarin zijn ze zeker gelukt, al komt Kata niet uit Bulgarije of ander Balkanland, maar uit het eilandenrijk de Faeröer.
Des te opmerkelijk omdat daar de vrouwen wel vaak zongen, ook in harmonie, maar niet met die merkwaardige polyfonie. Daarbij put Kata haar repertoire uit bestaande bronnen, namelijk boeken van de musicologe Marianne Clausen en oude (veld)opnamen op geluidsdragers. Clausens boeken bevatten notaties van oude overgeleverde volksliederen uit de Faeröer en variaties op opnamen die dateren vanaf de prille begintijd van de geluidsregistratie.
De oudste opname is van Hjalmar Thuren uit 1902. Een selectie van die liederen liet Kata al horen op hun om onbekende reden hier niet gerecenseerde debuutalbum Tivils dotur uit 2016. Liederen die vooral over vrouwen gaan, maar eveneens over bovennatuurlijke mythische gebeurtenissen, heksen etc.
Inmiddels waren bij de opnamen geen van de oprichters meer actief. De songs klinken enerzijds volks. archaïsch, ruraal, anderzijds klassiek (koor) en toch ook weer modern avant-garde. De formatie bestond tijdens Tivils dotur uit Annfried Lützen, Birita Adela Davidsen, Eyð Steinbjørnsdottir, Gudrid Hansdottir en Unn Paturson. De meerstemmigheid is een centraal gegeven, al kennen nummers ook wel een leadzanger waarbij de rest de omkleding verzorgt. Die leadzang wordt overigens keurig afgewisseld door de leden. In enkele nummers gaat Kata een stap verder door ook percussie (Rógvi á Rógvu) en elektronische klanken aan te brengen (Lasse Thorning Jæger). Dat levert bijzonder spannende resultaten op.
1902 is hun tweede schijf. Behalve dat de samenstelling van Kata in die tijd wisselde – Greta Bech en Eyð Berghamar Jacobsen werden opgevolgd door Davidsen en Steinbjørnsdottir – is het concept immer hetzelfde. De titel verwijst naar de herkomst van het repertoire: de liederen werden door Hjalmar Thuren in 1902 op reizen naar de diverse eilanden van de Faeröer vastgelegd op wascylinders.
De bewerkingen van Kata klinken soms heel modern (Ingimann of Eirikur). In het boekje kan je de herkomst, het thema en de achtergronden van de liederen lezen. Dan wordt duidelijk dat dit allen liederen zijn die diep in het volkse leven waren ingesloten. De afwisseling is groot: opgewekte (Eldurin for at loga), humoristische liederen, doch ook wat zwaar op de hand (O god vor fader i evighed,  een oude  kerkse hymne) Of heroïsch , zoals de sage Sigmundar Kvaedi Nyggja.
De harmonieën zijn superieur, maar naar mijn idee wat gepolijster dan op hun debuut. De Balkanpolyfonie – het oorspronkelijk uitgangspunt- wordt het meest benaderd in Kelling vid Grufvustein met schitterende intervallen.

Je kan tracks van Kata beluisteren in het programma Nordic Sounds van 1 april op www.concertzender.nl, samen met Elinborg en Fribo.