Kora cd’s

driscoll kouyate finch keita

Joe Driscoll & Sekou Kouyaté – Faya

Catrin Finch & Seckou Keita – Clychau dibon

Toumani & Sidiki Diabaté – Toumani & Sidiki

 

Ooit was de kora een exotisch West Afrikaans instrument. Sidiki Diabaté, de vader van Toumani, introduceerde het instrument in de jaren zeventig in West Europa. Gambiaan Dembo Konte en Senegalees Kause Kouyaté volgden in zijn voetsporen. Eind jaren tachtig werd de West Afrikaanse harp met kalebas klankkast en visdraad snaren razend populair tijdens de Afro worldmusic gekte die toen heerste. Daarna leken er meer koraspelers te bestaan dan er ruimte is om ze neer te pennen in je notitieboekje. De speelstijl was nog steeds traditioneel te noemen, net als het repertoire. Toumani Diabaté was een van de eersten die daar verandering in bracht. Er ontstonden samenwerkingen met andere muziekstijlen en culturen. Zo speelde Toumani met de flamenco van Ketama in het Songhai project en Konte en Kouyaté maakten deel uit van het Joli Roll project. Sommigen vonden dat dit nog niet ver genoeg ging. Er werden nieuwe en alternatieve speelstijlen ontwikkeld, er werd geëxperimenteerd met klankvervorming, een elektrische kora ontworpen etcetera. Ook het duet met de westerse harp werd aangegaan. In de jaren negentig waren het opnieuw Konte & Kouyaté die met de Schotse clarsachspeelster Savourna Stevenson samenspeelden. De kora is inmiddels ingeburgerd bij de westerse muziekliefhebber. En naast de standaard kora albums zullen er altijd bijzondere projecten zijn. Zo verschenen in het afgelopen jaar een drietal opmerkelijke cd’s met de kora in de hoofdrol.

Meest spraakmakend is het album Faya van Joe Driscoll en Sekou Kouyaté (Cumbancha Discovery CMB-CD 29, Munich). Eerstgenoemde is een in Engeland wonende Amerikaan die hiphop, rap en folk vermengt. Kouyaté uit Guinee experimenteert met effecten op zijn elektrisch versterkte kora, zoals fuzz, phasers, distortion, en wordt daarom de ‘Jimi Hendrix of the kora’ genoemd. Het is verbluffend hoe de twee muzikanten, aangevuld met gastmusici op percussie, bas en gitaar, elkaar aanvoelen en aanvullen. De rapstijl van Driscoll past perfect in de met staccato gevulde melodieën. Ik neem aan dat thema’s traditioneel zijn en dat de heren daar eigen composities van gekneed hebben. Nergens staat het tegen. De muziek is krachtig en opwindend. Knap dat Driscoll ‘rapt’ in het Frans en Afrikaanse refreinen mee scandeert. De teksten snijden daarbij ook nog hout. Het enige nummer dat wat uit de toon valt is Lady: een pure rap met een improvisatie op kora. Ondanks dat een perfecte crossover.

 

Geheel anders is het album Clychau dibon van Catrin Finch en Seckou Keita (AstarMWLDAN, V2). Finch schijnt een nog al gelouterd klassiek harpiste te zijn. Seckou Keita is een wat onbekende koraspeler uit Senegal, al heeft hij bijdragen geleverd bij Baka Beyond en Jalikunda. De voorgeschiedenis is nogal opmerkelijk. Finch zou aanvankelijk een aantal concerten met Toumani Diabaté verzorgen. Hij miste – gewoontegetrouw haast – vliegtuigen en repetities, waarbij Keita als stand-in voor de oefensessies werd ingevlogen. Uiteindelijk vonden de concerten doorgang met Diabaté, maar Keita had op demo-opnamen zoveel indruk gemaakt, dat besloten werd een cd met hem en Finch op te nemen. Succesvolle tournees volgen. Openingstrack Genedigaeth koring-bato laat direct horen wat je van de rest kunt verwachten. Een klassiek aandoende opening van Finch wordt ondersteund door repetetief spel op de kora door Keita. Langzamerhand verschuiven tempo en thema en neemt Keita de lead over en is de harp van Finch in de begeleidende rol beland. Een prima staaltje arrangeren! In feite herhaalt dit proces zich in alle opvolgende tracks, al wisselt de volgorde af en is de inkleuring uiteraard verschillend. Het album ademt de sfeer van de wat gedragen Welshe harpcultuur, maar ook het frivole van de West Afrikaanse griotmuziek. Ook hier passen de twee culturen perfect in elkaar. Het album kent zeven lange, uitgesponnen nummers. Groot verschil met eerst besproken album is dat hier rust en luisteraandacht meer opgeld doen ten opzichte van energiek en swingend. Je kunt de muziek niet klassiek noemen, niet traditioneel, niet modern. Wat dat betreft is er sprake van een geheel eigen geluid.

Laatste cd in dit overzicht is Toumani & Sidiki (World circuit 087, Munich). Vader en zoon Diabaté duelleren om het hardst om de vermelding ‘meest innovatieve koraspeler’. De oude Sidiki werd opgevolgd door een verbazingwekkend vaardige zoon Toumani. En die voelt de hijgende adem in de nek van een verbluffende Sidiki junior. Diens riffs zijn in snelheid ongeëvenaard, daar waar pa een stuwende begeleiding neerzet. En omgekeerd. Het album sprankelt, de muziek knalt je speakers uit. Er wordt gespeeld met dynamiek, vliegensvlugge soli, stampende ritmen. In feite is dit het meest traditionele album: gewoon twee kora’s in duo, met eigen en traditionele melodieën. Maar wat ze met z’n tweeën neerzetten is ongelooflijk eigentijds, virtuoos en toegankelijk. En daardoor waarschijnlijk het meest (wereld)veroverend in vergelijking met andere producten.