Kris De Smet – Het verhaal van De Nieuwe Snaar

Het verhaal van De Nieuwe Snaar
(Manteau 2011 / ISBN 978 90 223 2681 7) 

De Vlaamse muziekgroep De Nieuwe Snaar is aan zijn laatste productie toe. Koñec is de naam. Ze haalden dit woord bij de Tsjechische animatiefilms waar steeds Koñec verschijnt als Einde. Na deze Koñec, een soort ‘Best of’ programma, zet de groep er in 2014 een punt achter. Net voor die tournee die enkele weken geleden van start ging verscheen ook het lijvige boek, geschreven door groepslid sinds het begin, Kris De Smet. De auteur doet werkelijk het omstandig verhaal van ruim veertig jaar samen spelen in de groep die, in tegenstelling tot veel andere formaties, slechts matig van bezetting is gewijzigd of uitgebreid. Ik stel me voor dat elke bewonderaar van de groep dat boek met plezier zal lezen. Kris De Smet volgt een eenvoudige lijn. Per jaar, beginnend in 1970 en eindigend in 2011, schrijft hij een hoofdstuk vol. Een mooie proloog als smaakmaker beschrijft het verjaardagsfeest op 26 november 2010 bij Jan De Broeck, medeoprichter van De Snaar. Jan  lijdt nu al vele jaren aan multiple sclerose. Het is echt leuk om lezen en deze stijl weet De Smet, vooral in de eerste helft van het boek, goed aan te houden. Eens de groep De Snaar is omgevormd tot De Nieuwe Snaar, met telkens om de twee à drie jaar het samenstellen van een nieuw programma, valt de schrijver, door de aard van het boek, wel eens in herhaling. Maar tot het einde konden nieuwe elementen en leuke anekdotes mij als lezer blijven boeien.

Ongelooflijk wat zo’n artiestengroep in veertig jaar meemaakt. En door het verhaal van De Snaar en De Nieuwe Snaar heen krijgt de lezer ook heel wat informatie over de evolutie van de zalen en culturele centra in die periode. Je verneemt ook hoe de groep als startende folkgroep aanvankelijk bijna meer in Duitsland, Frankrijk en Zwitserland optrad dan in eigen land. We zitten dan inderdaad in de jaren van de folkrevival in gans Europa. Met De Nieuwe Snaar en de acrobatische muzikant Geert Vermeulen worden echte theatershows opgezet en slinkt de belangstelling in het buitenland, ondanks de vele prijzen die de groep daar al wegkaapte. Kris De Smet verhaalt niet enkel over het wel maar ook over het wee dat de groep kende, zoals de grote onderlinge spanningen tussen de leden bij de voorbereiding van hun tiende show Helden. Daardoor krijgt het jaar 2007 de titel mee: ‘Helden in therapie’. En deze titel is letterlijk te verstaan.

Niet alleen door het persoonlijke verhaal van Kris De Smet kan je in het boek de evolutie van de groep volgen, je kan het ook aan de hand van de vele fragmenten van interviews en recensies waarmee Kris’ verhaal doorspekt is. Zo verwijst De Smet in 1978 al naar een uitgebreid interview in het Nederlandse folktijdschrift Janviool, ons eigenste blad.

De bijna vijfhonderd bladzijden lectuur worden nog eens aangevuld met ruim honderd pagina’s foto’s, illustraties en reproducties van affiches en platenhoezen. Het boek is echt een geschenk voor al wie de groep bewonderde of van zijn absurdistische en surrealistische fratsen genoot.

Graag had ik nog wat meer pagina’s in het boek gehad. De Smet vermeldt in zijn mooie verhaal heel veel namen van artiesten en theatermensen uit die lange periode waardoor het boek ook een hoge documentaire waarde heeft. Om die te optimaliseren was een naamregister echt welkom geweest.