Laroux – Tussen de buien door

Tussen de buien door
(Silvox Records SIL431)

Lenny Laroux heeft altijd al een brede muzikale interesse gehad. Lange tijd had zydeco daarbij de nadruk, wat z’n beslag kreeg in vier cd’s van Allez Mama. Zijn voorliefde voor kleinkunst, pop en folk combineerde hij in het (aanvankelijke) nevenproject Laroux. Dat project voert ondertussen de boventoon.
Voor de derde cd Tussen de buien door startte Laroux – net als bij de voorgaande cd Gekanteld gras – een crowdfunding actie, die het gewenste resultaat opleverde. De opname van veertien nummers kon worden gedaan in de Silvox Studio in Bontebrug, en in voor een kleiner deel in de DES Sound Studio in Utrecht.
Naast Lenny, die handpan, fujara, trekharmonica, accordeon, draailier en melodica speelt, bestaat Laroux uit Peter de Frankrijker (gitaar, mandoline, zang), Wouter Kuyper (trekharmonica, doedelzak, fluit), Ad van Emmerik (mondharmonica, mandoline), Erik van Es (bas, ukelele, xylofoon, zang) en Baaf Stavenuiter (percussie). Een hecht spelend gezelschap, dat prima kan swingen, maar ook heerlijk verstild kan opereren. De groepsleden dragen ook bijna allemaal in compositorische zin bij aan de cd.
In het eerste deel van de cd wordt de kleinkunst eer aangedaan: Ivo de Wijs komt voorbij, evenals Koot en Bie. Opvallend is de interpretatie van het Herman van Veen lied Kind aan huis, dan voorzien van een ritme een tweede leven begint. Heel mooi is Lenny Laroux’s Nederlandse vertaling van het Leonard Cohen nummer Dance me to the end of love, zowel qua tekst als qua uitvoering.
Hoeveel bomen (heb je nog te gaan)
, wat handelt over het jachtige leven, roept herinneringen op aan Allez Mama. Thematisch staat de cd vooral in het teken van het zoeken naar balans. Een demo uit 2005, gemaakt met Wouter Kuyper en Janos Koolen (gitaar) mondde uit in het nummer Bijna thuis. Het sluit perfect aan bij het genoemde thema.
Het laatste gedeelte van Tussen de buien door bevat vooral door Lenny Laroux in z’n eentje geschreven nummers die steeds meer rust in zich hebben. De afsluitende track is – overigens net zoals het openingsnummer – een instrumentaal werkje dat je best esoterisch mag noemen. Het voelt alsof je bij het uitsterven van de laatste tonen daarvan een boek dichtslaat. Waarna je alles nog even kunt laten bezinken.