Leán – Járabi

Járabi
(Fourmi du mali, FDM 0119)

Met het trio Leán treffen we enkele jonge veulens, die mee vanuit een klassieke opleidingsbasis de (folk)wereld ingestapt zijn. Silke Clarysse (klassieke gitaar, zang), Otto Kint (contrabas, zang) en Gielis Cautaers (percussie, zang) toveren vanuit een heel beperkt instrumentarium heerlijke klanktapijten te voorschijn, die ons vooral in Afro- en Latinsferen binnenslepen. Pas gestart in 2014 zijn ze ondertussen aan hun tweede schijf uit, Járabi, die, ondanks het feit dat ze zich vooral richten op hete exotische einders, ongelooflijk fris en lichtvoetig aanvoelt. Let wel! Hierbij wordt geen simpliciteit gesuggereerd, want hun akoestische patronen en texturen zijn behoorlijk complex.
Met Bucimis, een traditionele Bulgaarse dans in het onregelmatige 15/16 metrum, trekken ze meteen de aandacht. We kunnen hierbij eerst en vooral niet om het rijke gitaarspel van Silke heen luisteren, zonder echter voorbij te gaan aan het krachtige, percussieve vingerwerk van Cautaers, en de al even stevige baslijn van Otto. Vervolgens stappen ze over op een reeks eigen arrangementen van door kleinere en grotere goden geschreven werk.
Met de titelsong treffen we meteen een ‘grote’, de enigmatische Malinese koraspeler Toumani Diabate, waarin Silke ongemeen goed de kora weet te imiteren op haar instrument, terwijl de bas een jazzy toets verleent aan een typisch nummer waarin waarin een ostinate (kumbengo) verweven wordt met geïmproviseerde melodieën (birimintingo).
Aan Gary Ryan ontlenen ze Benga Beat, waarin de contrabas ook heerlijk de melodie induikt en we aangestuurd worden om even lui achterover te gaan hangen in Keniaanse atmosferen, om vervolgens nog meer naar mijmeringen gestuurd te worden in het melancholische Si le temps se clarifie. In deze set van drie, door de veel te vroeg overleden Bram Uten speciaal voor Silke geschreven en vervolgens door hen aan hem opgedragen, instrumentale pareltjes met een zwoele jazzy toets, neemt Silke solo de eerste twee delen voor haar rekening. Het derde deel gaat vervolgens haast naadloos over in het liefdesverdriet dat over ons heen komt in het Cubaanse Lagrimas negras (Miguel sr. Matamoros), het enige nummer hier waarmee ze ook even met hun vocale potentieel naar buiten komen. Heerlijk is de wijze waarop de contrabas de melodie mee aanstuurt, terwijl Gielis zijn veelzijdige percussiekwaliteiten andermaal blootlegt. Het is tenslotte steeds opnieuw de symbiotische samenhang van de drie instrumenten die het geheel nog een stuk hoger optilt boven het op zich sterke niveau van de delen.
Het wordt weer lichtvoetiger wanneer de overstap naar Zuid-Afrika gemaakt wordt met David Hewitt’s Street beat, eerst wat doezelig misschien (jetlag?), maar de luisteraar wordt vrij snel stevig wakkergeschud! Schitterend hoe Silke vervolgens de ‘huayno’ uit de Andes weet op te roepen in Alta paz (Enrique Sinesi), andermaal een nummer dat geleidelijk een loopje gaat nemen met de pure traditionele registers, uitmondend in een stevige gedeelde slagkracht.
Graag ook een beetje Braziliaanse bossa nova op het menu? Daarvoor wordt je op de wenken bediend met Felicidade (Antonio Carlos Jobim), een nummer dat de stemming die het oproept, de broosheid van het geluk verklankt, inclusief heerlijke percussieve intermezzo’s. Lamma bada, een oeroude Moorse ode aan de liefde, vormt een traditionele sluitsteen van dit bewonderenswaardig eindproduct. Hier zet Cautaers in met een staaltje van membraangeroffel om ‘u’ tegen te zeggen, waarna deze tijdloze evergreen weerklinkt in een subtiel decorum van weemoedigheid. Enkel jammer dat we in deze versie de zangpartij moeten missen.
Het werd alweer een heel geslaagde bloemlezing van een trio dat hun instrumenten uitstekend beheerst, waardoor ze de ziel van diverse muziekgenres weten bloot te leggen. En dit zonder dat de cohesie van het geheel verloren gaat. Dit is veel meer dan een bezetting die lucratief her en der gaat plukken, maar er in slaagt om eenheid in verscheidenheid te brengen. Heel wat bruggen worden geslagen en dat kunnen we tegenwoordig best wel gebruiken…