Maës, Martin & Gruel – Feule Caracal

Feule Caracal
(Buda Records 5736430)

Trekharmonica’s zijn er in alle soorten en maten, en de tijd dat dit balg-instrument in feite niet meer dan twee mondharmonica’s in kastvorm was ligt al heel lang achter ons. De beperkingen van een zogenaamde één- of tweerijer is voor velen nog altijd de ultieme uitdaging, maar de meer vooruitstrevende trekharmonicaspeler heeft ook ruim meer wensen gekregen. Het standaardinstrument is qua mogelijkheden aanzienlijk uitgebouwd naar drie rijen melodieknoppen en maar liefs achttien bassen. Ondanks dat de herkenbare speelstijl van het diatonische onaangetast is gebleven, zijn veel van deze meer uitgebreide harmonica’s zowat chromatisch geworden. Door de toename van de speelmogelijkheden is er ook een nieuwe stroming muziek ontstaan, namelijk die van de improviserende trekharmonicaspeler die graag een crossover speelt van een scala aan stijlen, van jazz tot balkan, en van traditioneel tot ritmische hoogstandjes.

Christian Maës en Janick Martin zijn twee spelers van de laatste categorie, die samen met percussionist Etienne Gruel een dijk van een cd bij elkaar hebben gespeeld. Feule Caracal heeft niet alleen een sfeervolle hoes, maar klinkt ook heel lekker. Al moet de kanttekening geplaatst worden dat het een echte luister-cd is die je niet opzet tijdens een feestje. De experimenteerdriften gaan heel ver en dat maakt Feul Caracal vooral een onrustige cd met veel tempowisselingen en drukke begeleidingen. Syncopische ritmes onder snelle deuntjes voeren de boventoon, en waar de één begeleidt op de trekharmonica, perst de ander moeiteloos onderhoudende melodieën uit zijn kast. Etienne Gruel speelt op Oosterse percussie-instrumenten als de bendir, darbuka en tombak waarmee hij daadkrachtig de melodieën nog meer een Oosters karakter geeft. Ook worden Industrial soundsscapes gehanteerd in de nagenoeg allemaal eigenhandig gecomponeerde muziek. Het eerste echte rustpunt komt pas bij de negende track, waar het wondermooie Noir Papillon de vleugels strekt. Maës waagt zich even verderop ook aan een paar Iers-getinte melodieën, waar zijn andere specialiteit heel goed in doorklinkt.

Kortom een hoogstaand trekharmonica-album vol rijke en boeiende arrangementen en improvisaties!