Maggie’s Flock – Party at the cemetery

Party at the cemetery
(Eigen beheer 8714835139379)

Kijk, daar word je nu nog vrolijk van in deze donkere een eenzame dagen: een uptempo, recht voor zijn raap, ongecompliceerd en opgewekt album van de Nederlandse formatie Maggie’s Flock. Eigenlijk loopt de cd-uitgave achter de feiten aan, want gedurende het hele afgelopen jaar werd per maand een nieuwe single op internet verspreid.
En nu niet zuunig gaan doen en op je PC in werkkamer of met je HD smart TV YouTubes gaan kijken. Steun deze enthousiastelingen én je plaatselijke platenboer – voor zover deze de crisis heeft overleefd – met de aanschaf van een heuse, ouderwetse en haast traditionele geluidsdrager, namelijk de cd Party at the cementery. Spijt kan je er niet van krijgen, want ondanks de wat bizarre titel is het dus ongedwongenheid ten top.
De zespersoons formatie brengt een mix van behapbare metalfolk, punkfolk met rockinvloeden en zelfs ballads a la Pogues en Dubliners. Travelling lady en Drunken train zouden zo op het repertoire van een herenigde Pogues kunnen staan. De titelsong doet me gek genoeg aan de onvolprezen Lindisfarne denken, net als Lizzy’s smiles, dat ook een hoog Ray Davies gehalte heeft. Fraai is ook sluitstuk The seven deadly sins, een aan de verhalende traditie van de folksongs leunende songs met intermezzi die geleend zijn uit de Americana.
Opener The Pogey Club heeft echt hitpotentie, maar blijft een knap folkrock werkje met een melodische structuur en fraaie meerstemmige zang a la Breakfast at Tiffany’s (Deep Blue Something). Muzikaal én productioneel staat Party at the cementery als een huis. Eindelijk eens een folk-rock-punk-metalband die het musiceren beheerst en geen zatlap imiterende zanger heeft, maar wel een met een echter stem die ook nog kan zingen. Geen overdreven ‘kijk eens hoe goed ik quasi Iers of schots kan’, maar gewoon verstaanbaar Engels.
Naast de drums, bas en de elektrisch vervormde gitaren uit de rockhoek, komen we ook accordeon, banjo, mandoline, bouzouki en whistles tegen. Weer zo’n afwijking. Geen standaard doedelzak dus, wat kennelijk de meeste Hollandse namaak Keltische punkbands als onmisbaar beschouwen.
Vergeet dus de kilts, met maillot van moeder onder de rok, en ga lekker uit je dak bij deze Nijmeegse kroonprins van de Nederlandse folkrock.