Meer liedjes over de Eerste Wereldoorlog – Miliciens afscheid

In 2013 startte ik voor New Folk Sounds een driedelige serie met als onderwerp Nederlandse liedjes over de Grote Oorlog, zoals de Eerste Wereldoorlog in de meeste landen om ons heen wordt genoemd. Ik had gezocht naar opnames uit de periode van de oorlog, en ook naar later opgenomen liederen. Ik vond er tamelijk veel, en stuitte tijdens mijn zoektocht ook op bladmuziek en op liedblaadjes met verwijzingen naar zangmelodieën.

Mijn plan was om ook daarmee wat te gaan doen. Er kwam toen echter niet veel van. Onlangs pakte ik de draad weer op en maakte ik selectie van liedjes die elk een deel van het verhaal van de Eerste Wereldoorlog in Nederland vertellen. Dat we neutraal waren, wil niet zeggen dat alles naar wens ging.
Per artikel besteed ik telkens aandacht aan één lied. Ik maakte van elk nummer een eenvoudige opname met zang en gitaar. Twee liedjes nam ik al eerder op met mijn neef Berend van Deelen, die de opnames maakte en er basgitaar bij speelde.

 

Het eerste lied wat ik wil behandelen, is van de hand van de in het eerste kwart van de vorige eeuw immens populaire dichter-zanger J.H. Speenhoff. Het onderwerp is de mobilisatie van Nederland in 1914, een gigantische operatie die veel mannen voor langere tijd uit hun gezin wegrukte. Speenhoff verplaatst zich in de man die op het punt staat zijn vrouw vanwege zijn militaire plicht te gaan verlaten, en zich al helemaal voorstelt hoe een en ander zal verlopen, zowel qua militaire actie als qua eenzaamheidsbestrijding.

Ik heb Miliciens afscheid in de uitgave Achtste bundel liedjes, wijzen en prentjes van J.H. Speenhoff (‘goedkoope volksuitgave’) gevonden. Opvallend genoeg zijn er twee verschillende melodieën voor het lied gebruikt.
Via het helaas ter ziele gegane Theater Instituut Nederland heb ik een aantal jaar geleden een opname gevonden van één van die twee melodieën, met zang en gitaarspel van Speenhoff.

 

Voor dit artikel heb ik dus juist de andere melodie opgenomen, zodat het predicaat ‘niet eerder verschenen’ van toepassing is.
Het lied met de melodie die ik niet heb gebruikt had ook één extra couplet, het heftigste stukje tekst van het hele lied, wat ontbrak in de bladmuziek versie. Ik heb dat couplet wel opgenomen in mijn versie van het lied:

 

Ik zal jou erg dikwijls schrijven, een ansichtkaartje of zoiets.
Je mot niet naar de vlekken kijken, m’n vingers zijn altijd vies.
Wanneer ze zwart zijn is het schoensmeer, of drab, of van m’n eigen snoet.
Maar zijn het van die rooie vlekken, dan is ‘t dat dooie moffenbloed.

 

Curieus is, dat er ook een lied van Speenhoff is met als titel Afscheidsbrief van een milicien, met een geheel andere tekst én melodie. Dat is echter een veel minder interessante tekst, die er eigenlijk op neer komt dat het liefje de milicien trouw moet blijven, en potentiële minnaars met een koekenpan op afstand moet houden. Ook dat lied is te vinden in de Achtste bundel, en tevens in het in 1916 uitgegeven A4 boekje Soldatenliedjes.

Ik heb voor mijn opname van Miliciens afscheid er voor gekozen om de driekwartsmaat te benadrukken in het gitaarspel, en geprobeerd de zang qua maat hier en daar wat vrijer te benaderen.

 

Meer over J.H. Speenhoff en de Eerste Wereldoorlog kun je vinden in deel 2 van De Grote Oorlog in liedjes.