Mísia – Pura Vida (Banda Sonora)

Pura Vida (Banda Sonora) 
(Galileo Music, gmcd86)

Hoewel dit album ondertussen reeds een tweetal jaar geleden uitgebracht werd, verdient het alle reden om hier alsnog onder de aandacht te komen. Waar de Portugese Mísia ooit als één van de vaandeldraagsters van hedendaagse klassieke fado gold, hakte het leven immers even stevig op haar in en onderging ze een gedeeltelijke transformatie. Twee jaar lang vocht ze immers tegen een vrij agressieve borstkanker. In die periode zag ze de film van haar leven vaak passeren en vond ze de kracht om er de balans van op te maken en deze ook in nieuw repertoire te vertalen.
Toen ze de strijd leek te winnen resulteerde dit in nieuwe opnames, met als resultaat een veertiende album onder haar naam, de soundtrack uit die periode, waarin hemel en hel, hardheid en passie elkaar de hand reikten. Fado’s vol bitter verlangen, zwarte rozen, gemis, tranen en wedergeboorte. De ondertoon van de fado blijft ontegensprekelijk aanwezig, niet alles is veranderd.
Toch kiest ze radicaal voor ‘pure’ muziek, om het ‘pure’ leven te vertolken, en onttrekt ze zich aan het strikt volgen van de regels van het genre. Er ontstond de aandrang om de muzikale noten hun eigen weg te laten gaan, en doet afstand van het gegeven ‘bezit’ te zijn van één bepaald genre na wat ze doormaakte. De fado, die voor haar niet blij of triestig genoemd kan worden, maar metafoor vormt voor het leven en het lot, houdt anderzijds stand. Zo verheft haar muziek zich in zijn noblesse tot symbolische melodieën die vergelijkbaar zijn met de manier waarop schilders gebruik maken van de primaire kleuren om alles, wat hun ziel uit wil schreeuwen, uit te drukken.
In de hier gepresenteerde nummers gapen diverse kloven, vind je ruwe hoeken, in fel contrast met muzikale schilderingen van zijde, fluweel en wol. De Portugese gitaar (de hemel) bindt onconventioneel de strijd aan met de elektrische (de hel), die her en der de gevoelens rond de tragedie versterken. Het gaat hierbij niet over het zoeken naar een ‘poppy of moderne’ invulling van de fado, maar over het stilstaan bij de cinematografische schoonheid in Fabrizio Romano’s arrangementen.
Nergens voelt ze de behoefte het publiek te verdoven of in slaap te wiegen. Ze gaat radicaal op zoek naar het ‘ander’, in een echo van de broosheid en het onvermogen dat iedereen al wel gevoeld heeft. Wonden vormen voor haar nu eenmaal ook die plaatsen waar het licht doorheen weet te schijnen. En ook tijdens een calvarietocht zijn er momenten van schoonheid. Uiteindelijk drukt ze op deze plaats de ultieme boodschap uit te leven en te zingen zonder bang te moeten zijn je littekens te tonen.
Ze zingt hier niet enkel in het Portugees, maar ook in het Spaans, zoals in Corazon y hueso van Daniel Melingo, die hier ook als gastzanger zijn opwachting maakt. Haar eigen poëzie, naast die van iconen als Tiago Torres da Silva, die met het dreigende Destino misschien wel het centrale gedicht aanbrengt (dat Mísia trouwens aan zichzelf opdraagt), Amália Rodrigues, Miguel Torga, Vasco Graça Moura naast nog enkele anderen, wordt nog toegankelijker gemaakt door de Engelse vertalingen in het booklet. Lezing van de teksten tijdens het beluisteren valt hierbij sterk aan te raden.
Instrumentaal laat ze zich vooral omringen door piano (Fabrizio Romano), viool (Luis Cunha), Portugese gitaar (Luís Guerreiro) en basklarinet (Paulo Gaspar), naast elektrische gitaren (Cláudio Romano en Filipe Felizardo), accordeon en bandoneon. Ricardo Ribeiro tenslotte komt het stevig ingezette Passion (op tekst van Ana Carolina en muziek van Rodrigo Leão) met zijn stem versterken.

Dit is een schijf die de luisteraar alert houdt, zonder dat er dreigende moraliserende vingertjes uitgestoken worden, en – hoe dan ook – niet gespeend is van meer lichtvoetige, zelfs frivole momenten. Met uitmuntendheid slaagde Mísia erin hier een ware muzikale soundtrack van het leven uit te zingen. Alles behalve vrijblijvend en een absolute aanrader!