Mosquera – Terra

Terra
(Several Records SRD466)

De groep is vernoemd naar de voornaamste muzikant, Fernando Mosquera, een uit Toledo afkomstige multi-instrumentalist, maar met Galicische roots. Zijn hoofdinstrument is de doedelzak in diverse typen: de uillean pipes, de Schotse highland en smallpipe, de Bretonse biniou en uiteraard de gaita.
Niet verwonderlijk is dan de toevoeging ‘celtic band’ bij de naam. Dat is meer een aanduiding van de stijl van de muziek (Keltisch) dan van het instrumentarium dat zijn groepsleden bespelen (viool, diverse percussie – waaronder wel de pandeirete en bodhran – elektrische en akoestische gitaren en drums).
De groep wordt gecompleteerd door zangeres Sara Calatrava. Daarnaast assisteren een vijftiental gastmuzikanten met instrumenten als banjo, piano, viool, bass, dobro en zang. Alle 15 composities zijn van de hand van Mosquera, waarbij hij in tegenstelling tot de twee eerdere albums Peregrinato en Outlander zichzelf ook uitstapjes veroorlooft naar Amerikaanse folk. Een combinatie die op de titelsong verrassend uitpakt: een bodhran met low whistle, uillean pipes en het gekletter van een banjo. The battle of Dunmore.
De compositorische variëteit is groot, desondanks klinkt de link naar het Noordwestelijke Spaans-Keltische (Asturië, Galicië) het sterkst door, met name qua ritmen. Zo is Vine para quedarme zo’n heerlijke eigentijdse ballade uit de Keltische enclave en zeer fraai vertolkt door Calatrava. Redhair lass lijkt op een Ierse air, maar de  toonsoortwisseling refereert aan het Galicische. A piper in Nashville  gaat over van een air in een slowtempo bluegrass ritme met opnieuw een duel tussen banjo en pipes.
Mosquera is dus niet zuiver in de leer, maar dat is juist het interessante: het vermengen, mixen van stijlen en eigenheden om zo tot iets uitdagends te komen. Goed product derhalve.