Naragonia Quartet – Mira

Mira
(Homerecords, 444 61 95)

Vogeltjes maken hun intrede in de aanhef van de langzame scottisch Mira, titelnummer van de nieuwste van Naragonia Quartet, en doen ons sluimerend ontwaken, gedragen door trekzak en gestreeld door fluweelzachte vioolloopjes. Gelegen in het sterrenbeeld ‘Walvis’ valt deze rode reus slechts moeilijk te spotten. Het viertal Toon Van Mierlo (diatonisch accordeon, doedelzakken), Pascal Rubens (diatonisch accordeon, viool), Luc Pilartz (viool) en Maarten Decombel (gitaar, mandola) stapte samen in een ruimteschip, zochten en… vonden haar.
En ze blijkt van een ongeziene schoonheid te zijn. De fantasiewereld van waaruit Toon (die tekende voor zowat alle composities) en zijn kompanen hun inspiratie zochten, werd in het artwork van Leen Devyver op hun derde album op een indrukwekkende manier vertolkt.
Maar we kopen uiteraard geen cd (enkel) voor het hoesje. Nee, we zijn meteen vertrokken voor een spaciale reis die zowel luister- als danspubliek een VIP-behandeling verzekert, met een uitgebalanceerde bloemlezing van ingetogen en explosieve nummers.
Voor die meer potige nummers, waartoe in eerste instantie elk geval de bourrees behoren, vragend naar wat extra ‘bourdon’ vinden ze ditmaal bij Gilles Chabenat (draailier) de ideale gastmuzikant, die een eerste maal laat horen wanneer ze voorbij Naya/Castor varen, een bourree in twee tijden, met ijzersterke ritmische ondersteuning door Maarten. Deze laatste gaat heel hoog op gitaar om in duet met de accordeon over te gaan op een contemplatieve hanterdro, waarin Pilartz andermaal overheerlijke viooldraden doorheen weeft.
De dromerige, fragiele set walsen Diving to Halsway/Morning Charlotte wordt van beide zijden in bescherming genomen door twee uit de kluiten gewassen scottisches, waarin Toon’s doedelzak stevig mee de teneur aanvoert. In het deel Galleyhead pakt Chabenat uit met enkele heel onderscheiden interventies die de veelzijdigheid van zijn instrument in de kijker zetten. Voorts deinen we rustig mee op zonovergoten walsritmes in Italiaanse stijl Angiolino/Valzer di Monticello, waarin het getokkel van Maarten (tevens componist van deze set) ons de oren doet spitsen. Na nog een in crescendo aanzwellende scottisch vinden we een ander pareltje in een op doedelzak ingezette zwierige bourree in drie tijden, waarin Maarten en Gilles het blitse ritme strak houden. Akoestische powerfolk op zijn best!
En als kers op de taart laat Pascale ons kennismaken met, en tot rust komen op, haar Astor (een gavotte de l’aven), waarin de viool van Luc Pilartz mee een hoofdrol vertolkt, het geluid terugschenkend aan de vogeltjes na een uitgesponnen pizzicato-uitstap.
Hier halen vier, perfect op elkaar ingespeelde, meesters, én een grootse meestergast natuurlijk, andermaal het beste van zichzelf naar boven.