‘Ndiaz – Son’rod

Son’rod
(Paker Prod 024)

De bombarde en biniou werden omgeruild voor respectievelijk de trompet/bugel en saxofoon. De gitaar werd vervangen door de accordeon. Geen ‘caisse claire’, maar een heus drumstel en een volwaardige percussieset.  Je moet er even aan wennen, maar de Bretonse ritmen zijn niet minder herkenbaar. ‘Ndiaz is daarmee qua samenstelling van het instrumentarium een beetje een buitenbeentje in de hedendaagse folkscene in Bretagne, al zijn er meerdere voorbeelden te noemen waar de authentieke blaasinstrumenten door bijvoorbeeld koper werd afgelost.
Het viertal bestaat uit gelouterde muzikanten in de scene: Youn Kamm (trompet, bugel, hoorn en zang), Jerome Kerihuel (percussie, zang) en de bekendere Yann Le Corre (accordeon) en Timothee Le Bour (saxen). Het samenspel van koper met sax vervangt niet alleen, maar voegt soms ook werkelijk iets toe. In Uvieu wordt aanvankelijk standaard de melodielijn gevolgd, maar halverwege gaan koper en sax vrijelijk hun gang en ontstaat een knap stukje improvisatie. Stuwend is vooral het spel van Le Corre, waardoor de anderen zich vrijheden kunnen veroorloven. De muzikant zet a la Fred Guichen een raszuivere loop neer en gaat vervolgens aan de slag met variaties.
Compositorisch neemt het kwartet eveneens speelruimte. Sous la canopee mondt uiteindelijk uit in een korte melodie, maar is lange tijd een speelvijver met geluidscreaties. In La rabelaisienne  imiteert Le Corre een doedelzak die wordt opgeblazen. Na dit intro volgt een melodie die zo bij de Roemeense tarafs zou kunnen zijn geleend. Experiment en lekkere melodieën volgen elkaar dus op.
Het moge duidelijk zijn dat ‘Ndiaz de grenzen van de mogelijkheden onderzoekt, maar toch aardig binnen de lijntjes blijft. Al zal het bij de doorsnee festnoz bezoeker waarschijnlijk niet aanslaan.