Nick Drake – Five leaves left

Drie lp’s heeft Nick Drake op zijn naam staan, en nog een paar restjes die veel later opdoken. Hoewel zijn oeuvre bescheiden van omvang was, hangt er om zijn werk een mystiek die tot de verbeelding blijft spreken. Zijn vroegtijdige overlijden en zijn moeilijk te peilen persoonlijkheid hebben daar zeker toe bijgedragen. Maar wat blijft intrigeren, zijn de poëtische teksten en de onnavolgbare manier waarop hij ze vertolkte.

Nick Drake - Five leaves left-cover

Nick Drake – Five leaves left (Island IMCD 8)

Producer Joe Boyd is degene geweest die Nick Drake ‘ontdekte’. In zijn boek White bicycles vertelt hij hoe zijn eerste contacten met Drake verliepen. Hij had Drakes telefoonnummer gekregen van Fairport Convention-bassist Ashley Hutchings met niet meer dan een vage aanbeveling. Hij ging erop in en de zanger kwam langs om een demobandje te brengen, in zichzelf gekeerd en slordig gekleed. Al was Boyd, in zijn eigen woorden, niet ondersteboven van het eerste dat hij hoorde (“een sentimenteel openingsakkoord,” schrijft hij met een afkeer die je bijna kunt proeven), deze aanvankelijke scepsis verdween al snel bij het verder luisteren. De zorgvuldige dictie, de literaire teksten en het zelfverzekerde gitaarspel stonden in scherp contrast met de indruk die hij maakte. Dit leek het werk van iemand die veel ouder en rijper was dan twintig.

Boyd kreeg visioenen van prachtige arrangementen die tekst en muziek ondersteuning en extra diepte zouden geven, probeerde het met een van de mensen die daar doorgaans voor werden ingehuurd maar zag daar snel van af. De middelmatigheid van de begeleiding deed de muziek geen goed. Het alternatief was Robert Kirby, een vriend van Drake, die hij van het begin af aan naar voren had willen schuiven. In eerste instantie zonder succes, omdat Kirby even oud, en dus onervaren, was als Drake zelf. Deze tweede keus bleek een gouden greep, zoals te horen is op het debuutalbum Five leaves left.

Nummers als Way to blue (video) en Day is done (video) roepen onmiddellijk beelden op van een ingetogen troubadour die met een merkwaardige mengeling van verwondering en wijsheid de wereld aanschouwt, die hunkert naar contact en liefde, maar gedoemd is voor altijd een buitenstaander te blijven.

De eerste track Time has told me zet de schijnbare tegenstrijdigheden meteen al in een helder licht, maakt onmiddellijk duidelijk waar de kracht van Drake op gestoeld is. Hij weet het lied een intieme directheid te geven alsof hij het speciaal voor één persoon zingt. Met zijn zachte stem en rustig peinzende voordracht suggereert hij een diep inlevingsvermogen. Hij lijkt tot in de uithoeken van de ziel te schouwen en daar alle pijn en onlustgevoelens te willen sussen. Het is de intuïtieve vaardigheid van handen die feilloos een zere plek weten te lokaliseren en met zachte druk verlichting brengen. Maar wat hem zo volwassen doet klinken, is dat hij zich geen moment bezondigt aan theatraal effectbejag. Zijn woorden klinken afgewogen, zonder emotionele uitschieters, alsof ze voortkomen uit zorgvuldige bespiegeling.

Ook kun je van meet aan horen met hoeveel zorg die stem omgeven is. Joe Boyds vaste opnametechnicus John Wood heeft de zangmicrofoon vlak voor Drake geplaatst, zodat er geen detail verloren gegaan is. Tegelijkertijd heeft hij de hoogste frequenties onderdrukt, waardoor de zang nog warmer en zachter klinkt, maar ook wat wazig alsof er nevelslierten doorheen trekken. Het onderstreept de dichterlijke meerduidigheid van de woorden en de melancholieke, licht herfstige sfeer in de muziek. Daar doorheen weeft zich het gitaarspel van Drake, ritmisch functionele en puntige akkoorden met hier en daar een bescheiden uitstapje – een paar tonen die de melodie van zijn zang even in een nieuw licht zetten.

De kern van zang en gitaar ligt ingebed in een terughoudende, maar effectieve begeleiding. Op een aantal tracks is die in handen van studiomusici die de arrangementen van Robert Kirby spelen – strijkers, een hobo en een fluit. Alles draagt bij aan de ingehouden en droefgeestige stemming, ademt een aristocratische kalmte. Kirby is overigens niet bij alle nummers betrokken geweest. Bij een aantal staan de namen vermeld van Pentangle-bassist Danny Thompson, Fairport-gitarist Richard Thompson, pianist Paul Harris en percussionisten Rocki Dzidzornu en Tristan Fry, die geen bewerkingen speelden, maar hun partijen ter plekke bedachten en uitwerkten.

Eén nummer, River man (video), was een klus waar Kirby zich niet tegen opgewassen voelde. Hiervoor nam Boyd, op aanraden van John Wood, de componist Harry Robinson in de arm. Deze schreef een omlijsting van strijkers die recht doet aan het gevoel van ambivalentie dat in dit nummer besloten ligt. De zachte, licht dissonante akkoorden lijken de zanger op te nemen en weg te voeren langs nevelige oevers. Het is de kroon op dit breekbare album, vol poëtische suggestie.

De muziek ontleent zijn kracht ook aan de teksten. De woorden voegen zich heel natuurlijk naar de ritmiek van elk nummer. Drake drukt zijn overpeinzingen uit in een taal die wars is van cliché’s. Al gebruikt hij herkenbare beelden, hij weet ze steeds een persoonlijke en ongewone draai te geven, zoals in het laatste couplet van Cello song:

So forget this cruel world
Where I belong
I’ll just sit and wait
And sing my song
And if one day you should see me in the crowd
Lend a hand and lift me
To your place in the cloud

Ondanks alle hooggespannen verwachtingen bracht Five leaves left niet het succes dat Drake en Boyd gehoopt hadden. De plaat kwam op een ongelukkig moment uit. Leonard Cohen had juist een stormachtig debuut gemaakt met zijn hit Suzanne, en Drakes werk week te sterk af van de larmoyante bekentenislyriek die Cohens liedjes kenmerkte om hetzelfde publiek aan te spreken. De promotie liet te wensen over, zodat er in de media te weinig aandacht voor het album was. Alleen John Peel wist de muziek op waarde te schatten. Tot overmaat van ramp bleek Drake niet het vermogen te hebben om contact te leggen met het publiek dat naar zijn concerten kwam. Tussen de nummers door was hij vooral bezig met het verstemmen van zijn gitaar. Een tournee waarin hij de plaat meer bekendheid had kunnen geven moest gaandeweg afgebroken worden omdat hij zich geen raad wist met zijn houding tegenover de mensen in de zaal.

In weerwil van dit gebrek aan succes bleef Boyd in de zanger geloven, en hij nam een tweede plaat met hem op, Bryter layter. De bedoelingen zullen ongetwijfeld goed geweest zijn, en Boyd zegt zelf dat dit zijn favoriete Nick Drake album is, maar steeds doet de begeleiding van de nummers geforceerd aan. Het is allemaal te jazzy en te poppy, compleet met achtergrondzangeressen. Deze plaat wordt evenmin een succes en Drake moet er bijzonder ongelukkig mee geweest zijn. Hij verwijt Boyd dat er weinig terecht gekomen is van de roem die hem werd voorgespiegeld. Het blijkt ook uit het feit dat hij nog één poging waagt, zonder enige opsmuk – alleen zang en gitaar, op een nummer uitgebreid met zijn eigen pianospel. Was Five leaves left melancholiek, deze zwanenzang Pink moon is ronduit gedeprimeerd. Nog geen half uur muziek, maar van een bijna pijnlijke intensiteit.

nick-drakeSinds Bryter layter was het langzaam bergafwaarts gegaan met Drake. Hij trok zich meer en meer in zichzelf terug, kreeg een zenuwinzinking en ging uiteindelijk weer in zijn ouderlijk huis wonen. Daar overleed hij aan een overdosis medicijnen die hij kreeg om zijn depressies te bestrijden, 26 jaar oud. De lijkschouwer ging uit van zelfmoord, een conclusie waarover tot op heden de meningen verdeeld zijn.

Deze omstandigheden hebben bijgedragen aan de mythevorming rond Nick Drake, die ook gevoed werd doordat er weinig bekend is over zijn persoonlijke leven, over zijn drijfveren. Het ligt daarom voor de hand zijn teksten nageplozen worden op aanwijzingen voor de mens achter de muziek. Opvallend genoeg hebben veel van de teksten op Five leaves left de liefde als onderwerp, maar is onbekend hoe actief hijzelf op dat gebied was. Daar staat tegenover dat de tekst van Fruit tree grotendeels profetisch is gebleken. In een van zijn laatste optredens hield Drake midden in dat nummer op met zingen. Hij verliet het podium om niet meer terug te keren – alsof hij zich op dat moment ten volle realiseerde hoezeer de woorden op hemzelf van toepassing waren.

Fame is but a fruit tree
So very unsound
It can never flourish
’til its stock is in the ground

Fruit tree Fruit tree
Open your eyes to another year
They’ll all know
That you were here when you’re gone


Nick Drake – Five leaves left (Island IMCD 8)

Uitgebracht: 1 September 1969
Opgenomen: juli 1968 – juli 1969 bij Sound Techniques, London
Speelduur: 41:43
Luisteren: Spotify Het Meesterwerk

Lezen:
Joe Boyd – White bicycles, making music in the 1960s (2006)
Trevor Dann – Darker Than the Deepest Sea: The Search for Nick Drake (2006)

Op het web:
http://www.brytermusic.com/

Dit Meesterwerk verscheen in © New Folk Sounds 111 – juni/juli 2007