No Roses

Shirley Collins & The Albion Country Band
Toen folk trouwde met rock…

No roses van Shirley Collins en de Albion Country Band uit 1971 wordt door een behoorlijk aantal kenners gezien als een van de beste folkrockplaten aller tijden. Vooral door de liefhebbers van Fairport Convention, Steeleye Span en verwante Engelse muzikanten. Op Sandy Denny en Dave Swarbrick na is de fameuze Liege & lief – bezetting van Fairport Convention van de partij. Met bijvoorbeeld gitarist Richard Thompson in een prima vorm. En ook voor liefhebbers van de traditionele Engels muziek is de plaat om te smullen. Natuurlijk vanwege Collins, wiens vernieuwende invloed op de Engelse folk tot op de dag van vandaag is terug te horen. Maar ook vanwege bijdragen van onder andere Lal en Mike Waterson, John Kirkpatrick, Maddy Prior, Barry Dransfield, Nic Jones en Royston Wood. Namen die ook nu nog steeds staan als een huis.

noroses-VK

Ook in 2003 klinkt de combinatie van folk, rock en middeleeuws van No roses nog steeds krachtig, fris en oorspronkelijk. Traditionele songs als Claudy Banks, The poor murdered woman en The little gypsy girl lijken speciaal voor deze tijd en gelegenheid geschreven. Waarbij de klank meer verwant is aan Steeleye Span dan aan Fairport Convention. De schaarste van informatie op internet en in de muziekliteratuur relativeert de klassieke status van de plaat trouwens wel. Shirley Collins beaamt dit desgevraagd. ‘Destijds werd de plaat goed ontvangen door de critici. In de loop van de jaren nam de waardering nog toe. De verkopen liepen goed in de jaren zeventig, maar toch zou je het wel een ‘cultplaat’ kunnen noemen. Geen grote hit, maar wel veel waardering van een bepaalde groep luisteraars. De plaat verkoopt nog steeds.’

Oermagie

Op de achterkant van de hoes staan Ashley Hutchings en Shirley Collins in een verliefde pose.

noroses

Die symboliek slaat niet alleen terug op het toen nog zeer prille huwelijk, maar ook op het samensmelten van hun achtergronden. Collins was een toonaangevende invloedrijke traditionele zangeres met een zeer opvallend stemgeluid: ongepolijst, helder, breekbaar en toch krachtig. Gedurende haar carrière als folkzangeres die in de jaren vijftig begon ging ze meer en meer vernieuwende arrangementen en ongebruikelijk instrumenten gebruiken. Haar vernieuwende benadering bleek onder andere op de baanbrekende samenwerking met Davey Graham op Folk roots, new roots waarbij traditioneel werk werd voorzien van bluesy gitaarbegeleiding.
En op Anthems in Eden, een ‘suite’ van traditioneel materiaal, waarbij zus Dolly Collins totaal ongebruikelijke arrangementen voor een middeleeuwse begeleiding maakte. Gecombineerd met Shirley’s markante stem ontstond daarbij een soort ‘oermagie’ die enorm aanspreekt of juist tegenstaat. Het baande de weg voor de latere vernieuwingen in de Engelse traditie, waarbij Ashley Hutchings een belangrijke rol speelde. Hutchings zelf volgde de weg in tegengestelde richting. Hij was rockmuzikant (bassist) die via Fairport Convention en Steeleye Span meer en meer gegrepen werd door de Engelse traditie. In zijn zoektocht in die traditie kwam hij in contact met Collins, en de vonk sloeg op meerdere manieren over. Het leidde tot een huwelijk. Toen Steeleye Span teveel ging afwijken van wat hij zelf wilde, ging Hutchings compromisloos zijn eigen weg. Een belangrijke stap was het gezamenlijke idee van het net getrouwde koppel voor No roses. Bij de start niet eens met de bedoeling om iets baanbrekends te maken.
De muziek ontwikkelde zich al doende. Collins: ‘Ashley was enorm gedreven om met Engelse traditionele muziek te werken. Hij verliet Steeleye Span omdat die voor hem te veel Iers materiaal speelde. In hetzelfde jaar dat we trouwden namen we No roses op. Het was een van de fijnste periodes die ik meemaakte in een studio. Vijfentwintig van de beste artiesten die de studio in en uit gingen. Ashley en ik noemde hen de Albion Country Band. Al doende ontdekten we steeds nieuwe mogelijkheden. Hoogtepunten waren voor mij het samen zingen met Nic Jones, en Barry Dransfields voortreffelijke vioolspel op The murder of Maria Marten.

Ik luister nog steeds met plezier naar No roses. Het is een belangrijke plaat in mijn carrière, die er een flinke sprong mee maakte. Eerder had ik geëxperimenteerd met Davey Graham’s unieke gitaar arrangementen en oude instrumenten gebruikt om mijn songs te begeleiden. Maar ik weet zeker dat niemand verwachtte dat ik me zou richten op elektrische instrumenten om traditionele Engelse songs te begeleiden. Ik denk dat de brede basis van folk-, oude en elektrische instrumenten prima werkte. De plaat is ook historisch van belang, omdat het een verdere ontwikkeling betekende van de Engelse traditionele muziek. Het zette een standaard hoe beeldend arrangementen kunnen zijn, terwijl het karakter en de integriteit van de oorspronkelijke muziek bewaard bleven. Voor mij was het niet vreemd om met rockmuzikanten te werken, hoewel ik me eerst wel afvroeg of mijn stem geschikt was. Ik gebruikte namelijk altijd dezelfde manier van zingen, dus nu ook. Eerder had het voor de rockmuzikanten vreemd kunnen zijn om Engelse traditionals te begeleiden. Als je luistert naar het materiaal dan deden ze het in ieder geval erg goed. Er was ook nooit een conflict tussen de Fairport-muzikanten en de anderen. Ze stonden open voor alles, en waren zeer geïnteresseerd in wat de anderen deden.’

Voorbij Mars
Voor traditionele accordeonist John Kirkpatrick was het spelen op No roses meer wennen dan voor Collins. Hij was nog in een zeer pril stadium van zijn muzikale carrière, en had een folkclub in 1971 toen Ashley Hutchings hem schreef of hij mee wilde doen aan No roses. Tijdens de opname sessies ging een wereld voor hem open. In een recent artikel blikt hij terug: “Ik was al wel eens eerder in een opnamestudio geweest, maar nog nooit een overdub gedaan met een koptelefoon op. Het fantastische geluid maakte me verward en verlegen. Ze moesten mij vragen om luider de accordeonpartij van The banks of the bann te spelen. Aangemoedigd door de waardering die ik toen oogstte liet ik mijn angst varen bij de opnamen van Hal-an-tow:

 

 

Ik voelde mij een Jimmy Hendrix van de Jew’s harp, die voorbij de planeet Mars de onbekende ruimte inschoot. Toen ik opkeek zag ik de verbijsterde ongelovige gezichten van Shirley Collins, Ashley Hutchings en de engineer. Ik was mijn tijd ver vooruit, zal ik maar zeggen. Toen de plaat uitkwam was de partij gespeeld door Trevor Crozier. Als iemand mij wat vertelt had over dit soort tunes had ik eenvoudig kunnen weigeren. Maar ja, ze hadden alleen gezegd dat ik een solo moest doen. Een goede les…”De samenwerking zou leiden tot deelname aan het ook al legendarische project Morris on. Een plaat vol stampende morris-dansen in een rockuitvoering, samen met onder andere wederom Hutchings en Thompson. Een verdere opstap voor Kirkpatricks carrière.

Herfstig
Shirley Collins was na No roses nog betrokken bij enkele projecten samen met Hutchings en maakte nog een aantal eigen platen. Een tweede No roses kwam er niet. Collins: ‘Mijn hele bestaan als muzikant was ik op tournee geweest, veel te veel van huis, weg van de twee kinderen uit mijn eerdere huwelijk. Dus ik liet mijn carrière een beetje glippen, met goede reden. Ashley ging op tournee met de eerste van vele bezetting van de Albion band, en alles was er op gericht om dat gaande te houden. Toen we uiteindelijk scheidden nam hij de Albion Band mee. No roses bleef bij mij.’ Collins carrière doofde eind jaren zeventig uit toen Hutchings’ ontrouw en de daaruit voortvloeiende scheiding op haar stembanden sloeg. Hutchings bleef actief met tal van andere projecten, waarin een moderne benadering van de Engelse traditie een hoofdrol hield. Tot op de dag van vandaag gaat hij hier, onder andere via een zoveelste bezetting van de Albion Band, mee door. Na 1980 zong Shirley Collins lange tijd niet meer en leefde ze een teruggetrokken bestaan in haar eigen streek Sussex in Zuid Engeland. Zus Dolly is in de jaren negentig overleden. Met de onlangs verschenen 4-cdbox Within sound is Collins voor haarzelf onverwachts, maar voor wie de muziekgeschiedenis kent terecht, weer in de schijnwerpers gekomen. De plaat bevat zelfs een gloednieuwe opname: het traditionele wat macabere sprookjesliedje Lost in a wood. De markante stem blijkt een donkere herfstige klank te hebben gekregen, maar de magie is er nog steeds. Een comeback zit er nu ze ver in de zestig is niet meer in. Maar No roses, haar andere oude platen (inmiddels allemaal op cd uitgebracht) en de verzamelbox zijn flonkerende edelstenen die, weliswaar mondjesmaat, ook buiten Engeland hun weg blijven vinden naar nieuwe liefhebbers.

Tekst: Michiel van Harten
Dit Meesterwerk verscheen in © New Folk Sounds 88 – aug./sept. 2003