Nordic Sounds, music from the Faeröer

FØroya Skulabokagrunnur

Traditional music in the Faroe Island (Tutl, ISBN 99918-0-043-3)

Music from the Faroe Island (Roots and branches) (Tutl HJF 400)

Music from the Faroe Island (Folk-rock-jazz-world-classical) (Tutl HJF 300)

De Faeröer is een staat van 18 eilanden in de Noordwestelijke uithoek van Atlantische Oceaan, verbonden aan Denemarken, maar met een grote mate van zelfbeschikking. De muziekscene is zeer levendig. Het label Tutl Records is een collectieve organisatie, gerund door de musici. De traditionele muziek heeft altijd een grote rol gespeeld binnen de gemeenschap, voornamelijk als sociaal bindmiddel. Er bestaan grofweg drie typen: balladen die gezongen worden tijdens een dans, kerkliederen en de Skjaldur, songs voor kinderen die gezongen werden door de volwassenen.
Aanvankelijk was de muziek louter vocaal. Instrumenten ontbraken op het eiland tot de Denen ze introduceerden, met name de viool. Het boekje Traditional music in de Faroe island geeft je een prima introductie in de traditie waarbij wordt ingegaan op de verschillende vormen. Naast een achtergrondbeschrijving en uitleg over de liederen, vind je ook teksten en de bijhorende muzieknotaties.
Een bijhorende cd laat je historische en recente opnamen van de liederen horen. Dat de ballades lang konden zijn bewijzen de eerste tracks: twee liederen, met een lengte van zo’n 10 minuten, die worden gezongen met de danspassen als ritmische ondersteuning en participanten die de door de hoofdzanger gezongen coupletten herhalen. Dit in tegenstelling tot een flinke hoeveelheid recente opnamen van Skjaldur die soms maar enkele seconden duren. Als luistermateriaal niet iets wat je regelmatig opzet. Zie de cd en het boekwerkje dan ook als geslaagde informatieverstrekking.

Dat ligt anders bij de verzamel-cd’s Music from the Faroe Island. De twee los van elkaar staande cd’s zijn zeer gevarieerde verzamelaars waarmee je een prima inzage krijgt in de hedendaagse muziek die op de Faeröer wordt gemaakt. Grofweg kan je het onderverdelen in singer-songwriters, groepen die eigentijdse muziek produceren, maar wel op de traditie geënt zijn, formaties die met hedendaagse geluidsvoortbrengers, zoals synthesizers, samplers en drummachines eigentijdse klanken produceren en muzikanten die geïmproviseerde, jazzy elementen toevoegen. Die scheiding is niet strikt, want een singer-songwriter als Eivor laat zich bijvoorbeeld graag omringen door een woud aan elektronica, maar op andere albums en in andere samenstelling klinkt ze haast als een traditionele zangeres.
Volume 1 start met een uitvoering van Kelling, een traditioneel lied, a capella gezongen door Vilhelmina Larsen en wordt geïntegreerd in een wat gothic achtige variant van het hier ook bekende Valravn. Je kunt je vergapen aan Eivor met een wat popachtige song, Ave klinkt als de Faeröerse variant op IJslander Svavar Knutur, net als zijn collega Marius Ziska. Kennelijk is het zingen met een omfloerste stem populair op de eilanden. Het geeft wel een warm, enigszins mysterieus sfeertje. De cd van de vrouwenformatie Kata is al eerder in Newfolksounds besproken. Zij staan dicht tegen de oorspronkelijke traditie aan, maar zijn zeker geen folklore, integendeel.
Eveneens vocalen in de hoofdrol bij de formatie Xperiment met zeer knappe meerstemmige zang, maar ook met tegen melodieën. Opgewekt klinkt de wat ik zou noemen Faeröerse country van Harkalidid. Dat kerkmuziek een grote rol speelde in het oude Faeröer hoor je bij Harmradun. Hun bewerking van een gezang uit  het kerkelijke Liedboek begint met een harmonium, maar mondt uit in een symfonische rock.
Niet echt in de traditie van het eilandenrijk klinkt Svabonig met een instrumental die tegen het klassieke aan schuurt. Yggdrasil, de in wisselende samenstelling opererende groep van Kristan Blak brengt een zeer toegankelijke mix van traditie en jazz, terwijl je Kvonn een typische folkgroep kan noemen. De cd sluit af met twee in de oorspronkelijke traditie gezongen liederen. De eerste solo gezongen door Vilhelm Juul, de laatste door het gezelschap Tokum Laett & Dansifelga Kaggans: een perfect voorbeeld van hoe het vroeger tijdens de sociëteit avonden  op de Faeröer toeging.

Volume 2 kent een aantal zelfde namen. Van de aanvullingen valt de new wave van Danjal op, vooral ook omdat in het Engels gezongen wordt. Hogni Reistrup is een mix van Electro pop met het IJslandse Arstiδir. Twee zeer korte improvisaties van gitarist Olavur Jakobsen, avantgarde van Davur Juul Magnussen gaan de traditionele afsluiter van wederom Dansifelagid vooraf. Die laatste track is misplaatst op een cd die op een paar folk gerelateerde tracks na vooral gericht is populaire (pop en rock)muziek en derhalve minder interessant dan zijn voorganger.

Je kunt de(ze) muziek uit de Faeröer beluisteren in het nieuwe programma Nordic Sounds op de Concertzender, telkens de eerste vrijdag van de maand van 20.00-21.00 uur. De eerste uitzending is op 1 oktober 2021