NORTH SEA JAZZ 2008

NORTH SEA JAZZ, Rotterdam, 12 juli 2008

En paar oren aan n lijf en maar een dag North Sea Jazz. Op de uitverkochte zaterdag met 23.000 andere gasten kiezen uit een programma op veertien podia, tegen de zestig optredens in ruim acht uur tijd – ziedaar mijn eigen logistieke nachtmerrie.

Het verlanglijstje moest aan gort met de botte bijl. Naast puike jazz valt er ook veel buitengaats van het genre beluisteren op NSJ. Een wilde tast: Angelique Kidjo, Erika Stucky, Room Eleven, Yael Naim, Marockin’ Brass.
De traditie wil dat de jazzpuristen elk jaar morren over het gehalte soul, pop en andere non-jazz. Maar het meer dan ruime aanbod is voor de echte fan werkelijk niet af te rennen. Jammer is wel dat een aantal gewilde jazzartiesten in een te kleine zaal staat – dat levert nogal wat sippe smoelen voor een dichte deur op. Puntje voor de evaluatie. Verder geen vals woord over de strakke organisatie. Ik zal hier niet de toffe jazz- en funkconcerten doornemen, maar me beperken tot een tweetal optredens van artiesten die wellicht het pad van de oplettende NFS-lezers al kruisten.
Vroeg op de avond staat Concha Buika in de Congotent. Volgens het cv op Mallorca geboren uit Equatoriaal-Guineese ouders en getogen tussen de gitanos. Zo spannend ziet ze er eigenlijk ook wel uit. Rank, blootsvoets, geelgejurkt, een charmante spleet in het bovengebit en gezegend met een enorme bos haar heeft ze in Spanje al een aardige naam in de flamenco nuevo. Maar ze is niet te beplakken met labeltjes, zo breed is haar repertoire. Van flamenco tot jazz met alles wat je daar tussen kunt schuiven. Ze vult haar hese, doorleefde zang aan met een theatrale finesse in beweging, mimiek en timing. Concha heeft duidelijk plezier om los te gaan met de muzikanten, onder wie gastdrummer Horacio ‘el Negro’ Hernandez. Iedereen krijgt de ruimte. En toch, soms blijft het hangen in een muur van geluid. Een overdaad aan bas duwt de subtiliteit kopje onder. Kwestie van geluidstechniek, zeggen mijn (ik geef het toe: niet-professionele) oren. Maar ik moet blijven, Concha Buika is gewoon te fascinerend. Doet u mij vooral nog zo’n dramatische copla in spaarzaamste begeleiding. Goeie genade, wat een strot! Dat gaat verder dan kippevel, dat doet zelfs pijn.
Veel later sta ik op z’n sardientjes in ‘n klein snikheet zaaltje met top geluid om naar contrabassist Renaud Garcia Fons met zijn programma Arcoluz te luisteren. Deze keer spelen de uitmuntende flamencogitarist Antonio Ruiz en percussionist Pascal Rollando mee. Wat een diepte aan klank trekken die mannen uit hun instrumenten! Met een vijfde snaar aan z’n bas strijkt, klopt, zaagt en plukt maestro Renaud de geconcentreerde luisteraars subtiel naar een onbestemde dimensie. Ik voel me in een gobelin gerold, geweven van ragfijne draadjes flamenco, klassiek, jazz, al-andalus; allesbehalve stoffig, maar juist fris.
Uiteindelijk moet ik toch even terugkeren bij de basis van dit festival. Het enerverende optreden van de Japanse Soil & “Pimp” Sessions kan niet ongenoemd blijven. Dat was wel de act van mijn dag en had niets met folk van doen maar alles met jazz. En punk. Het ensemble schuift zichzelf in het laatje van “death jazz” maar de tent knapte zowat uit z’n naad van alle levenslust. Wat lekker!

datum: 7 augustus 2008