Nynke Laverman

Nynke Laverman, Festival Traces, 013 Tilburg, 14 Januari 2006

Zangeres Nynke Laverman, tot nog toe vooral bekend om haar vertolkingen van de fado in het Fries, trad op in het kader van het jaarlijkse festival Traces waarin steeds een instrument centraal staat. Dit jaar was dat de stem. Laverman was geprogrammeerd in de grote zaal van de Tilburgse poptempel 013, die 2200 mensen kan herbergen. De organisatie had de opkomst wat al te optimistisch ingeschat, en de zangeres stond er voor zeventig man publiek wat verlaten bij.

Al bij het betreden van de zaal bekroop me een gevoel van misplaatstheid en dj-vu. De organisatie van het festival had ervoor gekozen om Lavermans intieme, persoonlijke repertoire een plekje te geven in een zaal voor massale optredens met een manshoog podium, alsof de afstand tussen zangeres en publiek maar niet groot genoeg kon zijn. Maar aangezien er vooraf niet meer dan 65 kaartjes verkocht waren, was men genoodzaakt geweest om te proberen nog iets van sfeer te creren. De ruimte was verkleind door gordijnen van de balkons te hangen. Voor het podium waren tafeltjes neergezet met stoelen rondom, en waxinelichtjes er bovenop.
Een beeld uit het verleden drong zich onverbiddelijk op. Tot in de jaren tachtig stond op deze zelfde plek de trots van het Tilburgse uitgaansleven, de tent waar je heen ging als om een uur de kroegen sloten, en de nacht koste wat kost voortzetting van inname vereiste – de Blue Note. Een glas bier kostte er zeven gulden, en de bartender leek de drank je keel in te willen kijken, terwijl je zelf de grootst mogelijke moeite deed om zo klein mogelijke slokjes te drinken. Afgezien van wat studenten met smalle beurzen bestond de clientle uit figuren uit de Tilburgse onderwereld en wat daar omheen draaide. Met onregelmatige tussenpozen verkondigde een ceremoniemeester met onvervalst Tilburgse tongval, “Ladies en gentelmen…sjouwtime!” waarna een dame, die haar beste jaren achter zich had, begon aan een dans die al even opwindend was als de kunststof tafelkleedjes. Met een beetje goeie wil kon je op de tafeltjes in 013 de geesten van wrekkige porties fabrieksbrie en schrale witte wijn zien verschijnen. Nynke Laverman had een aanzienlijke kloof te overbruggen.
Ze zong zowel werk van haar eerste cd Sieleslt als liederen die op de opvolger De maisfrou zullen komen. Een deel van het programma bestond dan ook uit in het Fries vertaalde fadoliederen en getoonzette gedichten van Slauerhoff waar ze bekend mee geworden is. In de overige liederen wierp ze haar netten verder en breder uit. Soms bleef het nog binnen een folkidioom, maar net zo gemakkelijk overschreed ze ook die grenzen in liederen die door verschillende mensen geschreven waren. Haar optreden was wat je van haar kunt verwachten, verzorgd en doorleefd. Ze praatte de liedjes aan elkaar met verhalen die nauw aansloten bij de gevoelvolle, naar het ferieke neigende, strekking van haar repertoire. Haar band (gitaar, contrabas, slagwerk en cello) zorgde voor een stemmige, bij vlagen betoverende begeleiding. Het geluid was helder en transparant.
Maar hoe goed Laverman haar best ook deed, de barrire tussen haar en het publiek bleek moeilijk te slechten. Zij zag de mensen niet, de mensen moesten omhoog kijken om haar te zien. Van oogcontact was geen sprake. Door het gebrek aan interactie sprongen wat minpunten in het oog. Die zaten wat mij betreft vooral in de composities en de arrangementen. Sowieso hadden de meeste liedjes maar een korte spanningsboog. Daarbij bleven de instrumenten te veel vastzitten in hun conventionele rol als begeleiders, terwijl Laverman hoger lijkt te willen reiken dan enkel en alleen liedjes zingen. Haar hele optreden ademde een drang om verhalen te vertellen. Een paar keren speelden ook haar muzikanten daar een rol in, zoals bij een lied waarin haar stem aanvankelijk omgeven was door de glanzend parelmoeren klanken van een aangestreken vibrafoon. Op zulke momenten werd je door de muziek meegesleurd naar een rijk der fabelen – om veel te snel al weer ontnuchterd te ontwaken achter een mal rond tafeltje met een goedkoop nylon dek en een flakkerend waxinelichtje. De geest van de Blue Note met zijn vernietigende uitwerking op romantiek waarde rond, jaren na sluiting en sloop van de tent.

datum: 14 januari 2006