Oumou Sangaré – Timbuktu

Timbuktu
(World circuit WCV101)

Goede wijn behoeft geen krans, ook al heb je oude wijn in nieuwe zakken. Dat is kort samengevat de constatering bij het beluisteren van Timbuktu, de recente schijf van Mali’s grande dame. Al jaren wiegt de grootheid met een herkenbare, zwoel swingende sound door het landschap van de Afrikaanse muziek. Altijd top, immer ontspannen en aanstekelijk.
Timbuktu is niet anders. Je kent het, maar telkens opnieuw val je voor die stem, die deinende ritmes en die losjes gespeelde, maar o zo efficiënte begeleiding. Toch zijn er verschillen met voorgaande uitgaven. De opnamen van Timbuktu vonden tijdens corona grotendeels in Amerika plaats. Wellicht daarom is de sound wat harder, droger en scherper dan gewoonlijk, alhoewel een kunstmatige galm – vooral op de zang – dit enigszins probeert te compenseren.
Een en ander heeft wel een positief effect op de dynamiek van de opnamen. Naast veel gastmusici die een aantal opmerkelijke instrumenten aan de Sangaré sound toevoegen, zoals dobra (in Sira), klarinet (Gniani sara  en Timbuktu) en een keyboard dat probeert de kora te imiteren, maakt een kleine selectie van haar vaste begeleiders deel uit van de opnamecrew, waaronder Mamadou Sidibe (ngoni, percussie en toetsen), tevens opnameleider.
Timbutku opent met het rockige Wassulu don, een eerbetoon aan haar oorspronkelijk domicilie. Het gaat zelfs gepaard met een kleine rap, halverwege het nummer. Gniani Sara is zo’n heerlijk wiegende song, maar tekstueel een stevig understatement voor vrouwen, echtgenoten en moeders. Het feministische vuur brandt nog fel bij Sangaré. In de titelsong roept ze Malinezen op meer trots te zijn op hun hoofdstad, een plek van religie, zang, dans, poëzie, van wetenschap en een oproep tot een terugkeer naar de vredige samenleving die het ooit was, met de oude waarden die door de griots werden uitgedragen. Het vreemde einde met de elektrische slide gitaar nemen we op de koop toe.
Sarama is met Dily Oumou een van de meer traditioneel klinkende songs. Ondanks het opgewekte ritme is de tekst weer subtiel scherp en roept op tot vergevingsgezindheid en respect. Kanou  is een lyrische lovesong, terwijl DemissimwI een door merg en been gaande klaagzang is, subtiel begeleid door ngoni en elektrische gitaar. Sangaré komt hier op voor de kinderen die in plaats van naar school gaan, aan hun lot worden overgelaten en rondhangen op pleinen, markten en andere duistere plaatsen.
Getergd klinkt ze in Kele Magni, een pure aanklacht tegen de onzinnige oorlog(en) in Afrika. Oorlog is geen oplossing voor problemen, kent alleen maar verliezers en vernieling. De scheurende solo op elektrisch gitaar illustreert het verzet tegen het geweld. Vreemd dat zo’n nummer dan weer heerlijk swingt, maar als de verhalende boodschap daardoor beter en bij meer mensen landt…
Sabou Dogone is een schitterende afsluiter: slechts meerstemmige (koor)zang, een keyboard voor vol orkestraal geluid en een getructe elektrische gitaar met een warm zingende Oumou Sangaré. Heerlijk…