Pete Seeger en anderen – Pete remembers Woody

Pete remembers Woody
(Appleseed APR CD 1131 / Music & Words)

Van alle terugblikken rondom de honderdste geboortedag van Woody Guthrie is vooral die van Pete Seeger (1919) interessant. Drieënzeventig jaar geleden trok de zanger met Guthrie door de Verenigde Staten. De herinneringen van Seeger zijn dus uit de eerste hand en niet bijgekleurd door de van-horen-zeggenfactor, die Guthrie mede zijn legendarische gestalte gaf. Toen James Durst Pete Seeger thuis aan de oever van de Hudson benaderde voor een cd rond ‘Woody’s centennial’, was die dan ook meteen te porren. Toch zagen beider ideeën er bij de start anders uit dan het uiteindelijke resultaat: twee goedgevulde cd’s met verhalen en muziek. Ze vormen een uniek document, maar vooral een hebbeding voor zowel Guthrie- als Seegerliefhebbers.

De schijven bevatten een mix van verhalen en liedjes. Een deel van de songs bestaat uit oude authentieke opnamen van de Almanac Singers, Cisco Houston, de Weavers en uiteraard van Woody Guthrie zelf. Het andere deel omvat liedjes van en over Woody Guthrie. Die opnamen zijn vooral bij Seeger thuis gemaakt en dat is af en toe ook wel te horen. Verder veel teksten van Guthrie waar anderen – na zijn dood – muziek bij schreven. Zoals zoon Arlo, die zelf natuurlijk ook meezingt. Het leeuwendeel van die nieuwe versjes wordt gebracht door The Work O’ The Weavers – waarin Pete Seeger ook zelf actief is – en the Vanaver Caravan. Deze groep brengt bovendien nog een schitterende versie van de klassieker Pastures of plenty. Tussen de uiteenlopende liedjes loopt als rode draad het door David Bernz geschreven en gezongen Woody’s ghost. De zanger produceerde ook de cd waarop nog een echte boogie woogie (Peace pin boogie) passeert, evenals stevige rock van Steve Kirkman in I ‘ve got to know.

Maar het meest boeien de korte verhalen tussen de muziek. Vaak vormen ze de inleiding tot een lied, zoals het verhaal over de oorsprong van het ‘tweede Amerikaanse volkslied’: This land is your land. Achteraf klinken de belevenissen vaak grappiger dan ze in werkelijkheid waren. Neem bijvoorbeeld het verhaal waarin Guthrie instructeur was bij de eerste poging van Seeger om met een goederentrein mee te reizen met Pete’s banjo als slachtoffer. Soms zijn de herinneringen indringend: de laatste keer dat Pete Woody hoorde zingen en zijn laatste bezoek aan de Huntington-patiënt.

De dubbelschijf (waar verder weinig schriftelijke informatie aan is toegevoegd) geeft een goede indruk van het improvisatietalent van Woody Guthrie. De verhalen leveren tevens een betere kijk op zijn wispelturigheid. De geestelijke aftakeling tijdens zijn ziekteproces, de sociale verhoudingen in de VS, zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog, evenals de keuzes in die oorlog zelf komen aan bod en natuurlijk stakingen en vriendinnen. De presentatie lijkt sterk op de theatervoorstelling Pastures of plenty waarmee The Vanaver Caravan door de Verenigde Staten trok en eveneens op het theaterproject Woody Sez dat zelfs een uitstapje naar Europa maakte. Maar de dubbelschijf geeft vooral meer inzicht in de karakteristieke bijdrage van Woody Guthrie aan de geschiedenis van de folk.