Pete Seeger – The solar age is dawning

Het zal – u lezer – niet ontgaan zijn dat het icoon van de Amerikaanse folk Pete Seeger op 94-jarige leeftijd is overleden. Er is in de media redelijk wat aandacht aan besteed. In plaats van de feitelijke gegevens hieromtrent nogmaals neer te schrijven, plaatst New Folk Sounds het interview dat Pete Koene – in 2013 overleden – met Pete Seeger had in december 1982 voor Janviool (de voorloper van NFS) toen deze optrad in Leiden.

img121
foto’s: Titus Verhagen

Pete Seeger wordt vaak beschouwd als de peetvader van de folk. Hij stond aan de wieg van de revival in de USA die, toen de platenmaatschappijen daar brood in zagen, ook overwaaide naar West-Europa. Dat inspireerde velen, ook hier in Nederland, met folk bezig te gaan, eerst met Amerikaanse,en Engelse, later ook met Nederlandse volksmuziek. Seeger is nu 63, en veel anderen die met hem voor de herleving van de folk verantwoordelijk waren zijn er niet meer (Woody Guthrie, Phil Ochs, Malvina Reynolds, Lee Hays) of sloegen andere wegen in (Dylan). Hij zelf echter is nog steeds actief en bleef zijn idealen trouw. Idealen, niet alleen op muzikaal gebied, maar ook aangaande mens en maatschappij. ln december 1982 was Pete Seeger voor het eerst sinds ruim 18 jaar weer in Nederland. In 1964 was hij hier tijdens zijn wereldtoernee en zong toen in Cobi Schreijer’s Waagtaveerne in Haarlem. Nu kwam hij op uitnodiging van de Stichting Leids Folkfestival en gaf één concert, namelijk in de Schouwburg te Leiden.

Korte voorgeschiedenis
In 1935 kwam Pete Seeger voor het eerst in aanraking met de 5-snarige long-neck banjo. En waarschijnlijk was hij een van de eerste studenten uit het noorden (hii komt uit en woont nog steeds in de buurt van New York) die de boerenmuziek uit het zuiden begon te spelen. In het begin van de veertiger jaren ontmoette hij twee mensen die grote invloed op hem zouden hebben: Woody Guthrie en Leadbelly. Met Woody en Lee Hays richtte hij de Almanac Síngers op, die voornamelijk zongen voor vakbonden en antifascistische groeperingen. Leadbelly, een negerzanger, die ontzettend veel blues en worksongs op zijn repertoire had, leerde Pete de l2-snarige gitaar bespelen. Leadbelly had door omstandigheden nooit commercieel succes. Des te tragischer dat Pete Seeger, Lee Hays en hun nieuwe groep The Weavers een half jaar na zijn dood met zijn lied Goodnight lrene een hit scoorden. Hun succes werd door platenmaatschappij Decca afschuwelijk uitgebuit. Maar The Weavers werden van communistische sympathieën verdacht, en kwamen tijdens de koude oorlogsperiode op de ‘zwarte lijst’. Seeger moest voor de rechtbank verschijnen, maar werd in 1961 op formele gronden vrijgesproken. Het resultaat was wel dat hij jarenlang niet voor de televisie heeft kunnen verschijnen. In de jaren 60 zette hij zich met zijn liederen bijzonder in voor de Civil Rights Movement. (We shall  overcome) en later tegen de oorlog in Vietnam. En met zijn werk inspireerde hij veel jonge zangers en zangeressen, waaronder het Kingston Trio, Peter Paul and Mary, Tom Paxton, Bob Dylan en Joan Baez en zelfs popgroepen als The Byrds.
Sinds 1968 ligt Seeger’s belangrijkste activiteit bij het Clearwater Project: met een aantal zeilschepen wordt de Hudson River afgevaren en worden op de oever concerten gegeven. Dat alIes om de aandacht te vestigen op de enorme vervuiling door de afvallozingen van de industrie. En met succes. Meer dan 40.000 mensen ondertekenden de petitie en de rivier is al 50 procent schoner geworden. Ondertussen blijft hij ook elders optreden, meestal benefiet-concerten, en om zijn inkomen te verwerven 10 à 15 grote optredens per jaar samen met Arlo Guthrie (beluister hiervoor de dubbel-LP Precious friend).

Onlangs was hij dus, tamelijk onverwacht, in Nederland. Zijn belangrijkste doel was: van gedachten wisselen met mensen hier en het bezoeken van een aantal instellingen als Greenpeace. En zo gebeurde het dat op zondag 12 december een gesprek was georganiseerd met een nogal vreemd samengesteld clubje ‘vertegenwoordigers’ van de Nederlandse folkbeweging en dat ondergetekende op de middag voor zijn concert uitgebreid met Pete Seeger kon praten. Uit beide gesprekken is de rest van dit verhaal samengesteld.

Wat is eigenlijk folk?
img122 (634x800)Als je Pete Seeger die vraag stelt, zal hij steevast weigeren daar een antwoord op te geven. ‘Waarom vind je dat zo belangrijk? Ik maak me daar niet zo druk om. Want heb je ooit een paard horen zingen?’. Toch laat hij zich wel verleiden om geruime tijd over ‘folk’ te praten, al vindt hij definiëren zinloos en tijdrovend.

Etiketjes plakken is niet zo belangrijk als de mensen denken. Alles in hokjes stoppen. Folkmuziek moet je zeker niet in een hokje stoppen, dan vermoord je het. Wat opvoeders begin deze eeuw hebben gedaan (ook in Nederland) was dan ook totaal verkeerd: van volksliedjes tekst en melodie aanpassen en ze in een schoolboekje plaatsen zodat iedereen overal hetzelfde liedje leert. Mijn vader (de musicoloog Charles Seeger) en Alan Lomax (een bekend Amerikaans verzamelaar) probeerden hieraan te ontsnappen door volksmuziek ‘op het gehoor’ over te dragen. Ze gebruikten daar grammofoonplaten voor. De schoolkinderen konden aan de hand daarvan hun eigen versies van liedjes ontwikkelen. Het meest typische kenmerk van volksmuziek is: veranderen van tekst en muziek. Het steeds opnieuw herschrijven van liederen die je ergens hebt opgepikt. Iets nieuws maken uit het oude. We hoeven ons niet zo voor te staan op hoe origineel we zijn. Originaliteit kan leuk zijn, maar het is niet het belangrijkste. Mijn vader discussieerde eens met vakgenoten over hoe origineel Beethoven was. Toen ze alle traditionele elementen hadden afgetrokken – de toonsoorten, het muziekschrift, de instrumenten die zijn ontwikkeld door zo veel verschillende mensen uit verschillende landen, enzovoorts – dan bleef er nog maar 10 procent origineel Beethoven over. Evengoed een heel belangrijke 10%, want de meeste componisten halen nog niet 1 of 2 procent.
Het belangrijkste met betrekking tot volksmuziek is dat de liederen bewaard blijven en de traditie dat mensen die zêlf kunnen zingen, zonder dat ze ‘beroeps’ zijn. Wat mijn eigen praktijk betreft vind ik van het meeste belang dat ik mijn ‘publiek’ kan laten meezingen. Niet dat ik zo mooi mogelijk zing of zo goed mogelijk speel of steeds met nieuwe liederen kom. Ik ben nooit zo’n nauwgezet muzikant geweest als bijvoorbeeld mijn broer Mike, die steeds aan het experimenteren is met klankcombinaties van stemmen en instrumenten. Mijn doel is dat mensen zélf gaan zingen. Er zijn in de zaal altijd wel een paar mensen die al eerder met mij hebben gezongen. Die beschouw ik als het gist. Als dat begint te borrelen, rijst de rest van het deeg vanzelf mee.

(Vanaf het toneel van de schouwburg praatte Pete Seeger alsof hij in de huiskamer zat. Aan heel moeilijke instrumentalen  waagde hij zich niet, al Iiet hij in John Henry en Little Birdie horen dat hij  fantastisch banjo kan spelen. Maar hij heeft een enorme uitstraling, waardoor vanaf het begin een sfeer ontstond, die het publiek gemakkelíjk deed meezingen. Op het programma stonden naast nieuwe liederen een groot aantal oude bekenden, zoals: Aunt Rhody, Coming’ round the mountain, Wimoweh, The Hammer Song en Hole in the Buchet).

Overigens is er tussen folk en pop geen verschil. The Weavers en The Byrds deden dan ook hetzelíde. Wellicht alleen voor een ander publiek. Maar het is niet onmogelijk dat erover 20 jaar iemand komt met een goeie, enigszins veranderde of aangepaste Byrds-song, die iedereen prachtig vindt, zonder ooit van The Byrds gehoord te hebben. Zo is het altijd gegaan met populaire muziek.

Sing Out
Ruim 30 jaar geleden startte Pete Seeger het eerste landelijke folk magazine in de USA, ‘Sing Out!’ Het bevatte naast artikelen ook altijd een groot aantal liederen, oude en nieuwe. Aangezien er de laatste jaren steeds meer regionale bladen verschijnen en specialistische tijdschriften over bijvoorbeeld Instrumenten, zit Sing Out nu een beetje in het slop. Toch ziet Seeger het belang van een nationaal blad en momenteel zoekt hij met een aantal anderen naar de mogelijkheden hiervoor. Uiteraard kwam ons gesprek ook op Sing Out. En op Janviool.

Ik ben verrast dat Janviool zo’n grote oplage heeft. Wij halen met Sing Out momenteel nauwelijks het dubbele, en we zijn een landelijk Amerikaans blad. Wij zullen het moeten hebben van samenwerking met andere bladen. Ik ben van plan goeie artikelen uit regionale bladen of gespecialiseerdme agazineso ver te nemen en ze zo een rulmer verspreidingsgebied te geven. Wellicht kan er ook zo nu en dan een uitwisseling met Janviool plaatsvinden. Het is voor ons overigens heel moeilijk om Sing Out bijvoorbeeld via boekhandelste verspreiden. Soms verkoopt een handelaar het onder de toonbank. Vanwege haar linkse signatuur wordt Sing Out behandeld als porno.

Je schreef me een tijdje geleden dat het belangrijk is dat volksmuzikanten en liefhebbers met elkaar in contact blijven. Maar dat je betwijfelt of dat met een magazine als Sing Out (of Janviool) kan…

Ik zou willen zoeken naar een combinatie van een gedrukte uitgave en video-tapes. Op papier kun je niet alles overdragen. Maar er zijn in mijn omgeving nog niet veel mensen met video. Wel heeft vrijwel iedereen audioapparatuur. Je kan ook banden gebruiken, dat is goedkoper dan platen. Country Joe McDonald is enige tijd geleden zoiets gestart. Hij geeft regelmatig voor 5 dollar 90 minuten tapes uit, waarop liederen staan, achtergrondverhalen en interviews. ‘Tape Talk’ noemt hij het, een prima initiatief. Hij heeft meestal liederen die ik ook zou willen plaatsen in Sing Out. En in New York is er een groepje van 10 à 15 muzikanten, ‘The Coop’ (Coöperative) dat elke maand een klein blad uitgeeft, vergezeld van een 12-inch plaatje in een goedkope hoes. Daar staan dan liedjes in die niemand anders wil publiceren.

Isn’t this a time
In de koude oorlog tijd ben je op de zwarte lijst terechtgekomen en beschuldigd door de House Un-American Activities Committee. Een groot aantal jaren heb je bijvoorbeeld niet voor de televisie kunnen optreden…
Ik was veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf, maar in 1961 werd ik vrijgesproken, niet omdat ze de beschuldiging van communistische activiteiten introkken, maar op formele gronden. De reden dat ik (met The Weavers) op de zwarte lijst kwam, was omdat ik op bepaalde plaatsen en voor bepaalde organisaties zong. Of bepaalde liederen ten gehore bracht, zoals Lee Hays’ Wasn’t that a time. Dat mocht bijvoorbeeld niet.

And once again, the madmen came
and should our victory fail?
There’s no victory in a land
when free men go to jail.
Isn’t this a terrible time?

Our faith cries out: we have no fear
we dear to reach our hand
to other neighbors, far and near
to friends in every land.
Isn’t this a wonderful time?

Tot ver in de zestiger jaren waren er hier en daar actiegroepen die mij wilden verhinderen ergens te zingen. Ik ben heel blij dat ik er nog zo vanaf gekomen ben. Er zijn ook mensen, regisseurs en acteurs bijvoorbeeld, wier carrière is geruïneerd, zelfs mensen die zelfmoord hebben gepleegd… Maar uiteindelijk is die hele blacklist affaire voor mij alleen maar reclame geweest. Naar de andere kant zou je het kunnen vergelijken met hoe je heden ten dage extreem rechtse, neo-fascistische groeperingen zou moeten bestrijden. Ze verbieden of ze met geweld te lijf gaan heeft geen enkele zin. AIs ze zich daar over beklagen is dat alleen maar reclame voor ze. Daardoor zullen ze groeien. Laat ze maar praten en hun ware aard tonen. Er is mijns inziens maar één oplossing: ‘Just give ’em enough rope to hang themselves’.

Zoals voor anderen boeken of film, zo blijven voor Seeger liederen een wapen in de striid. Daarin kan hij het opnemen voor de verdrukten (I’ll sing your story, while I’ve breath wíthin’, zong hij in 1968) en zich keren tegen onderdrukking. Níet alleen in nieuwe liederen komt dat tot uiting, ook en met name in de samenstelling van zijn programma uit een immens repertoire van oudere – deels traditionele folksongs.

The Clearwater project
Je belangrijkste activiteit ligt de laatste jaren bij het Clearwater project. Kun je daar iets meer over vertellen?
ln ’67/’68 hebben we een reconstructie gebouwd van een grote, 19e eeuwse Hudson River Sloop. Met dit schip, en een aantal kleinere zeilen we al jaren de Hudson af; zelf vaar ik op een schip, de ‘Woody Guthrie’ genaamd. Er zijn altijd veel muzikanten en andere artiesten aan boord. Samen geven we optredens in alle plaatsen langs de oever. We besteden dan meteen aandacht aan de vervuiling van de rivier. Als mensen er zo rechtstreeks mee geconfronteerd worden, zijn ze veelal bereid onze petitie te ondertekenen. We proberen zo ook politici te beïnvloeden en we zijn een proces begonnen tegen negen bedrijven die voor een groot deel voor de afvallozingen verantwoordelijk zijn. De rivier wordt al schoner. 40 km boven New York kan je alweer zwemmen.
Een keer per jaar, in juni, organiseren we een groot festival, dat veel mensen trekt. We noemen het een Community-festival. Het publiek komt dan ook niet alleen voor de volksmuziek.

Hier in Nederland hebben we vorige zomer iets dergelijks geprobeerd met de ‘Karavaan tegen Kernenergie’. We hadden een soort circus, een leuk programma en twee mooie tenten. Maar het was heel moeilijk het vakantiehoudend publiek naar binnen te krijgen. Komt dat mísschien omdat een vervuilde rivier ‘dichter bij huis’ is dan kernenergie?

Dat zou kunnen. Maar ik geloof zeker: hoe mooier en grootser je spektakel, hoe mooier je tent, hoe meer mensen er op afkomen. Je hebt een aantal ‘professionals’ nodig, specialisten. En voor de rest moet je werken met veel enthousiaste vrijwilligers. Een aantal mensen bij ons is erg geïnspireerd door ‘The Bread and Puppet Theatre’. Vorig jaar hadden we een geweldige opvoering met poppen, zo hoog als de masten van de schepen. Ze stelden Papa en Mama Hudson voor en er moesten veel mensen aan te pas komen om ze te bedienen. Een stuk van de rivier was afgedekt met zwart plastic, dat was de vervuiling. Heel veel publiek heeft dat schouwspel gade geslagen. Eten is trouwens een van onze beste ‘wapens’. Dáár krijg je mensen op bij elkaar. Zelf bak ik tijdens het festival altijd met 30 vrijwilligers ‘strawberry shortcake’, een traditioneel Amerikaanse lekkernij. En één keer per jaar is de Clearwater weer een echt cargoschip. Dan halen we pompoenen op bij de boeren, en verkopen die ten bate van het project. We maken daar ook nog op een andere manier gebruik van: kinderen kunnen van de uitgeholde pompoenen maskers maken met kaarsjes er in. Daar wordt dan weer een heel spektakel mee opgevoerd. Ik kan alleen maar zeggen: ga door met je circus!

Hier in West Europa is bijvoorbeeld de Rijn enorm vervuild. Maar het lijkt wel of de mensen het gewoon over zich heen laten komen. Er moet kenneIijk eerst een enorme ramp gebeuren voordat men wakker wordt…

Ja, er zullen waarschijnlijk nog grote verwoestingen moeten plaatsvinden voordat de mensheid ontwaakt. Maar je weet nooit. Je kan in ieder geval niet achterover in je stoel gaan zitten wachten op de catastrofe. Bijvoorbeeld: de demonstraties van de vredesbeweging hebben wel degelijk effect. Veel meer mensen worden zich bewust van wat er aan de hand is.

Wij kunnen met veel mensen zijn, maar de machthebbers hebben politie ter beschikking, het leger…

Wij moeten ze voor de gek houden. We moeten ze ‘misleiden en omsingelen’. Als je omsingeld bent, moet je je immers wel overgeven. Daarom staat al jaren de volgende spreuk op mijn banjo ‘This machine surrounds hate and forces it to surrender’. Woody Guthrie vertelde eens het volgende verhaal. Er waren twee konijnen, die werden opgejaagd door een aantal jachthonden. Eindelijk zagen ze de kans in hun hol te vluchten. Daar zaten ze dan, uitgeput, midden in het hol, met de blaffende honden bij de in- en uitgang. ‘Wat doen we nou?’ vroeg het mannetjeskonljn angstig. ‘Wel’ sprak het vrouwtje ‘we blijven hier gewoon tot we in de meerderheid zijn’.
Je weet nooit. Het ís moeilijk voor het menselijk ras om te overleven. Als je denkt dat het gemakkelijk is om op deze wereld te zijn, dan vergis je je lelijk. Het is een voortdurend gevecht, met tussen mensen die het goede willen ook nog eens grote onenigheid over de juiste tactiek. Zoals in de vredesbeweging bijvoorbeeld. Ik weet niet hoe het bij jullie is, maar in de USA is het geen eenheid. Maar de demonstraties in Europa hebben zeker invloed gehad op de beweging bij ons. In juni 1982 demonstreerden we in New York met 750.000 mensen. Het is noodzakelijk dat er steeds meer mensen bijkomen. Ik zou dat willen illustreren aan de hand van een kinderspelletje. Op een wip zet je aan de ene kant een mand met stenen, aan de andere kant een lege mand die door middel van theelepeltjes gevuld moet worden met zand. Pas als die mand vol genoeg is zal de wip overslaan naar die kant. Maar die mand lekt natuurlijk ook, dus als we niet met veel theelepels komen, zal al het zand er net zo hard uitlopen als we het er in scheppen. En misschien doet ook nog wel iemand een zware steen in de andere. Maar we moeten die mand vol met zand hebben. We moeten steeds meer theelepels zien te krijgen. Als we maar genoeg mensen verzamelen, krijgen we uiteindelijk samen de mand vol…

‘s Avonds tijdens het concert bracht Pete Seeger het lied ten gehore dat op 12 juni jongstleden in Central Park zo massaal werd meegezongen. En hij leidde het met de volgende woorden in: Dit lied zal wel nooit zo bekend worden. Hoewel, je weet nooit. Een lied als This land is your land deed er twintig jaar over om bekend te worden. Maar hebben we nog wel twintig jaar?

Feel the earth, see the sky.
Hear our children’s children cry.
If we intend to live then it’s the bomb that has to die.

The people over here don’t want it.
I know the people over there feel the same.
Now it’s time for our leaders to learn to follow.

(HvD:)

Onderstaande opname werd gemaakt in de Schouwburg in Leiden in 1982:

Children’s cry

Peter Koene maakte een vertaling van Children’s cry onder de titel Nu of nooit en nam het met zijn muziekgroep Werktuig in 1983 op voor een EP met vier nummers tegen de kernbewapening.

1 Reactie
  1. Paul Marselje