Phønix – Hvad intet øre hørte end

Hvad intet øre hørte end
(Go’Danish Folk Music, Xango music distribution, GO1019)

Dit kwartet vormt reeds een paar decennia een vaste waarde in de Deense folkscene, niet in het minst door een instrumentale bezetting waarmee ze ooit pioniers waren. De toon wordt hier immers vooral gezet door Anja Præst (klarinet en basklarinet) en Jesper Vinther (accordeon), terwijl Karen Mose (keyboards) het immer aanwezige vocale aspect verzorgt. De percussie is in handen van Jesper Falch.
Met dit album doken ze in het oude traditionele genre van de Deense hymnes. Hiervoor werden eerlang op religieuze teksten oude traditionele melodieën geënt. Het kon hierbij zowel gaan om ballades, liederen of dansmelodieën die de bevolking reeds kende, waardoor deze gemakkelijk hun weg vonden in het kerkelijk midden. De groep is geboeid door de tonale taal in die hymnes met traditionele melodieën, waarbij diep onder de instrumentale en vocale lagen, een roep weerklinkt om te gaan dansen. Tijd dus om de folkmuziek terug in die hymnen te versterken.
De titel, vrij vertaald ‘Wat het oor nooit eerder hoorde’ verwijst naar een frase in het nummer Humn I Himmelen, i Himmelen (19e eeuwse melodie uit Dalarne). Gezien het basismateriaal geschapen werd voor samenzang in de kerk, schaarde Karen een vijftal koorzangeressen rond zich om het vocale aspect ten volle tot zijn recht te laten komen. Dit levert enkele aardige arrangementen op, zoals de opener waarin basklarinet en accordeon zich frivole instrumentale passages permitteren terwijl gezamenlijke harmoniezang pittig afgewisseld wordt met dialogen in voor- en koorzang.
Ook Guds godhed vil vi prise (een interessante melodie van Joachim Magdeburg, 1571), zonder koorzang, met Karen op klavier in dialoog met de accordeon die de melodie draagt, voelt buitengewoon fris aan. Vrolijke koorinzet gaat de basklarinet voor in Frydeligt med jubelkor (piae cantiones, 1582). Waar andere nummers soms iets te braafjes aanvoelen, omdat het religieuze element net iets te fel naar bovenkomt, geldt dit dan weer niet voor een swingend Op glædes alle (een Tyske volksmelodie, 1534) of het weemoedige Når mit øje, træt af møje van recentere datum (Thomas Laub, 1915).
Al bij al geen slechte luisterplaat dus.