Quentin Dujardin & Didier Laloy – Water & fire

Water & Fire
(Agua music, 19001)

Didier Laloy en Quentin Dujardin, behoren respectievelijk op diatonisch accordeon en gitaar tot de top binnen het Belgische muzieklandschap. In menig opzicht lijken ze elkaars tegenpolen en ze zijn dat ook. Beiden barstend van energie, boren ze immers verschillende bronnen aan en lijken ze tegengestelde muzikale temperamenten.
Er is de soms brute, flamboyante kracht die uitbreekt vanuit de trekzak van Didier, tegenover de gepolijste, gestroomlijnde energie die zijn bron vindt in het duurzame snarenspel van Quentin. Het levert evenwel een innig mooi complementair palet op. Een ontmoeting van water en vuur als het ware… En dat levert stoom!
Nadat hun wegen elkaar al vaker kruisten en ze reeds lang een duoconcept overwogen, stapten ze in 2016 samen in het Camiño-project van Ialma, en vonden ze meteen ook tijd om met zijn tweeën aan de slag te gaan. Twee muzikanten die het verlengstuk van hun instrument vormen, om daaruit de festieve, maar ook sensitieve aanpak van Didier samen te brengen met het beeldscheppende en verhalende universum van Quentin.
Ondanks de energieke passages overheersen hier poëzie en romantiek, in hun nummers, waarin naast elementen uit jazz en improvisatie samenvloeien met die uit de flamenco, verkenningen in de Europese volksmuziek, naast bescheiden barokinvloeden. De stukken groeiden organisch en zijn steeds in verdere ontwikkeling. De cd-opname is dan ook een momentopname van wat te omschrijven valt als kamermuziek. Ruwe, vrij intuïtieve, instinctieve en directe schetsen, worden aan elkaar aangeboden, en daarmee gaan ze vervolgens even elk afzonderlijk aan de slag om tenslotte tot een coherent product te komen. Een esthetische creatie vooral, want het gaat bij hen echt wel om het scheppen van mooie melodieën waarin ze hun energie weten over te dragen op de luisteraar.
Voor de opnames deden ze beroep op onder meer de Franse contrabassist Adrien Tyberghien, terwijl Quentin op een aantal nummers ook percussie speelt. Het titelnummer waarmee geopend wordt zal bij velen meteen het beeld oproepen van een kabbelende stroom waarin het hete zonlicht zich laat spiegelen. Beide protagonisten bewegen zich in deze eerste gezamenlijke compositie meteen doorheen verschillende laagjes en lijntjes, met een licht Spaans tintje. Na enkele melodische hoogstandjes in Quentins’ Avril, neemt Didier stevig het voortouw in zijn Storm, waarbij Quentin voor de eerste regendruppels zorgt. De ultieme stilte voor het helemaal losbreekt wordt dreigend vertolkt door de contrabas van Adrien.
In Les Avins sous les étoiles herkennen we vervolgens de cinematografische invalshoek van de gitarist van dienst, die ons ruggelings laat wegdromen onder een zomerse sterrenhemel. In contrast hiermee volgt zijn Austin, waarin invloeden uit de americana zich laten gelden, niet in het minst door de inbreng van de elektrische bas van Nicolas Fiszman. Melancholie voert de boventoon in het zich langzaam inzettende Alma, waarin aan een solerende contrabas steeds meer ruimte geboden wordt, naarmate meer donkere wolken aan het firmament verschijnen en chaos dreigt.
(Schijnbaar) aarzelend trekt zich een gestage wals op gang in Laloy’s Musette 2.2, waarin hij ten volle weet te puren uit zijn roots, terwijl Dujardin hier een subtiele, ultrafijn geweven zijden draad weet rond te rijgen met solistische gitaarsequenzen. Heerlijk is ook zijn ode aan de Baroque, dat zich in een zacht crescendo ontwikkelt. Met het zich ingetogen ontwikkelende Juin, waarin vervolgens flamboyant een bloedhete, Scandinavische zomer zich aankondigt, en Mai, waarin ze een ongekende dynamiek ontwikkelen en dwepen met pure melodie versus kakafonie, krijgen we naast het titelnummer nog twee instrumentale pareltjes aangeboden die het resultaat zijn van hun beider inspiratie. Voor het afsluitende nummer kroop Quentin samen met zangeres NoHo (Noémie Houbart) in de pen voor het enige gezongen nummer op deze cd, Sister Soul en waarin aroma’s van soul en blues haar tekst verluchten.
Een album voor de wereld waarin het grootse resultaat toe te schrijven is aan hun synergie. De gewogen risico’s die ze namen in het delen van hun muziek, leverde ook voor hen beiden persoonlijke verrijking en vrijheid op. Hoe meesterlijk en subtiel dat alles samen!