Ramses Shaffy, en bewonder…

Met het overlijden van Ramses Shaffy op 6 december 2009 is één van de markantste zanger/dichters uit ons midden verdwenen. Zijn levenslust en temperament zijn on-Hollands te noemen, iets wat ook meer dan verklaarbaar is. Het is wel frappant dat een van Neerlands meest gewaardeerde zangers van de afgelopen decennia een in Frankrijk geboren zoon is van een Egyptische diplomaat en een Poolse gravin. Zijn vader en moeder gaan al voor zijn geboorte uit elkaar. Op zesjarige leeftijd wordt Didi, zoals hij wordt genoemd, op de trein gezet naar het verre Utrecht, met een tante als reisdoel. Na een nare tijd in een kindertehuis, wordt hij opgenomen door een hooglerarenfamilie in Leiden, waar hij het pianospel krijgt aangeleerd. Op de toneelschool in Amsterdam, die hij niet afmaakt, geeft zijn speldocent hem de vorstelijke naam Ramses. In 1959 zingt Ramses enkele zelfgeschreven liedjes op een chansonmiddag. Jaap van de Merwe hoort ze, en vergelijkt hem met de grote Gilbert Bécaud. In 1960 verschijnt een ep met vier Engelstalige liederen van zijn hand. In 1963 start Ramses Shaffy met Liesbeth List en Polo de Haas chanson-shows, die hem een wijd verbreide faam opleveren. In 1966 bereikt de single Sammy de tweede plaats in de hitparade.
Tekst en muziek vormen bij Ramses Shaffy steeds een eenheid. De dwingende melodie zorgt er voor dat het in je hoofd blijft hangen. Zijn teksten zijn vaak eenvoudig van opbouw, met nauwelijks verrassende rijmschema’s. De persoonlijke onderwerpen van zijn liederen, de ongekunsteldheid en de gedreven voordracht zorgen er voor dat de luisteraar er niet omheen kan.

Van Ramses Shaffy zijn in totaal zeven soloplaten verschenen; geen al te hoge output voor een artiest die een halve eeuw actief is geweest. Minstens één geplande lp is nooit verschenen: in 1976 waren de opnames voor Een bloemenkrans en een nachtgewaad al afgerond, maar tot meer dan één single – Kijk, zei de meid/De gek – is het nooit gekomen. De rest van de opnames is verloren gegaan. De hoes, ontworpen door Inge en Olof Smit, was al klaar. Deze is alsnog gebruikt als voorkant van de bonus-cd in de in 2006 uitgegeven cd-box Laat mijn liedjes nu maar zwerven, waarin alle Shaffy-lp’s te vinden zijn. De laatste studioplaat verscheen in 1988 onder de titel Sterven van geluk, waarop ook Thijs van Leer op twee nummers meespeelt. De muzikale carrière van van Leer begon ooit bij Ramses Shaffy. In 1970 verscheen een Engelstalige single van Shaffy in samenwerking met Focus: The shrine of God/Watch the ugly people.

Ramses heeft ook liederen gezongen en vastgelegd van enkele coryfeeën van het Nederlandse lied: Dirk Witte’s Mens, durf te leven (of eigenlijk: Memento vivere) is hem op het lijf geschreven, maar er zijn ook twee interpretaties van liederen van Toon Hermans: 24 rozen en Sien, laat es sien. Ook Louis Davids werd twee maal geëerd met Had je niet die mooie blauwe ogen en Als de tros wordt losgesmeten. Op de Annie M.G. Schmidt homage-cd Een nieuwe jas zong Ramses En toen. Er is zelfs een opname bewaard gebleven van het Nederlandse volksliedje Een oud pastoor die had een koe, een radio-opname uit 1965, waarin Conny Stuart en Ramses Shaffy een duet aangaan. In 1997 verscheen nog een indringende live-cd, een registratie van de première in het Rotterdamse Luxor Theater van de theaterproductie Ramses ’97. In 2002 werd de film Ramses uitgebracht, die een passend portret schilderde van de artiest, en ook liet zien dat het ongebreidelde leven van Ramses zijn tol had geëist. De laatste jaren hebben muzikale vrienden als Liesbeth List en Alderliefste ervoor gezorgd dat Ramses Shaffy op de betere momenten zijn passie kon voortzetten. Tot het echt op was.