Ray Cooper – Between the golden age & the promised land

Between the golden age & the promised land
(Westpark Music 87368)

Na het vertrek uit de Oyster Band werkt Ray Cooper gestaag aan een solocarrière. Na Tales of Love War and Death by Hanging (2010) verscheen in 2014 Palace of tears. Beiden thematisch opgezette cd’s: het debuut sterk historisch, de opvolger geef een inkijk in zijn recente persoonlijke belevingen. Between the golden age & the promised land wijkt daar niet van af.
Hoop, verwachting, vooruitzicht, verlangen zijn wat kernthema’s op het album. Wel een verschil met de voorgaande twee is dat dit een geheel soloproductie is, waar hij voorheen nog af en toe werd bijgestaan door gastmusici. Cooper bespeelt alle instrumenten. Opvallend is dat zijn ‘handelskenmerk’, de cello, veel meer naar de achtergrond is verdwenen en dat mandoline en piano een belangrijkere rol spelen. Uiteraard is er de gitaar, naast basgitaar, mondharmonica, harmonium en percussie.
Cooper is geen virtuoos, maar een zeer gedegen Multi-instrumentalist. Cooper’s stem vind ik fascinerend. Ook weer geen groots zanger, maar hij doet er zoveel mee: is expressief, maar ook ingetogen daar waar nodig.
Between the golden age.. is zeer afwisselend. Openingstrack Drunk on summer, over de jeugd van Cooper,  kent een vlotte meegaande melodie met een tegenritme. Alsof je naar een reggae zit te luisteren.  The unknow soldier has a name, over Fred Broadwick en in commissie voor het Dranouter muziekcentrum, heeft ook weer een pakkende melodie, maar is gedrevener. Fraai is het lichtvoetige mandolinespel. Love & vegeance is een typische Coopersong over de Druzische zangeres Asmahan. Gedragen, vol drama met een sterke melodie en harmonieën, pakkende tekst en meeslepend gezongen. De stuwende piano vormt de stevige basis voor dit nummer. Ik vind het een van de spiltracks op de cd. Want ondanks de vele akoestische en in folk gebruikelijke instrumenten, het verhalende van de songs en de enkele traditional (prachtige uitvoering van Wayfairing stranger) wil ik Cooper eerder een postmoderne chansonnier noemen. Luister naar Ocean of Storms, maar ook de traditional Adieu sweet Spanish Ladies en niet te vergeten de twee titelsongs (en met name The golden age).
Het doet mij sterk denken aan de grootste aller chansonniers, Jacques Brel. Gepassioneerd en overtuigd gezongen met dramatiek die niet overdone is, pakkende en aangrijpende melodieën, betekenisvolle onderwerpen…. Ray zal nooit volle theaters trekken, omdat het niet commercieel genoeg is. Maar geef mij maar een concert van een man met bezieling.