Riccardo Tesi

Foto: Daan van Os

Ik leer van het samenspel met anderen

Op 26 februari spreek ik voor een interview af met de Italiaanse grootmeester op de trekharmonica Riccardo Tesi. Het interview vindt plaats in cultureel centrum Den Boogaard te Moergestel, waar hij die avond samen met zijn sinds vele jaren vaste gitarist en zanger Maurizio Geri zal optreden. Als ik de beide mannen uit de auto zie stappen, zien ze er moe uit, maar hun blik is tevreden. Even later blijkt waarom. Ze hebben hard moeten doorwerken om de laatste hand te leggen aan de opnamen voor hun nieuwe Banditaliana-album, Madreperla. Het laatste album van de band, Lune, dateert alweer van zes jaar geleden. Sindsdien zijn de heren druk bezig geweest met allerlei projecten. Nu lijken ze opgelucht dat ze kunnen laten zien dat Banditaliana nog steeds het kloppende hart vormt van hun muzikale aspiraties.

Hoe belangrijk is het om weer met Banditaliana bezig te zijn?

Heel belangrijk. We zijn dan weer terug bij onze basis en dat is enorm inspirerend, hoe fijn het ook is om met anderen muziek te maken en cd’s te produceren. Die twee praktijken houden elkaar mooi in evenwicht. Banditaliana is gewoon ons thuis. De band is opgericht door Claudio Carboni, die saxofoon speelt, Maurizio en mijzelf, en wij zijn altijd de vaste kern gebleven. De meeste composities zijn door Maurizio en mij geschreven. Sinds vorig jaar hebben we een nieuwe percussionist, Gigi Biolgati. Madreperla is dus de eerste cd waarop hij te horen is. Vanuit die hechte basis kunnen we de vrijheid nemen om onderling aan albums te werken of muzikale uitstapjes te maken met andere artiesten die we interessant vinden, en dat doen we dan ook. Zo hebben Maurizio en ik in 2003 Acqua foco e vento uitgebracht, een album geheel gewijd aan de traditionele muziek van en rond onze thuisstad Pistoia, in het noorden van Toscane. En op een later album, Crinali (2006), dat ik met Claudio Carboni heb opgenomen, hebben we dat gedaan met de muziek uit de bergstreek tussen Emilia en Toscane. Diverse genres komen daarbij aan bod, zoals ballades, mazurka’s, polka’s, wiegeliedjes, werkliederen, noem maar op. Van recente datum is de dubbel-cd Sopra i tetti di Firenze, die Maurizio en ik vorig jaar hebben gemaakt. Het is een hommage aan de in juli 2007 overleden zangeres Caterina Bueno. Ook Claudio heeft aan deze cd meegewerkt. Het is een prachtig project geworden waaraan een hele reeks gastartiesten heeft meegedaan, onder wie zangeres Lucilla Galeazzi, Gianna Nannini, Francesca Breschi en Nada, en, verrassend, de Portugese gitarist Custodio Castelo.

Heeft Caterina Bueno een grote invloed gehad op jouw muziekcarrière?

Dat kun je wel stellen. Sterker, Maurizio en ik hebben alles wat we in de muziek hebben bereikt, aan Caterina te danken. Toen wij met haar muziek gingen maken, werden we beroepsmuzikanten. Zij heeft ons de liefde voor en kennis van Toscaanse volksmuziek bijgebracht. Caterina was musicologisch zeer onderlegd en deed uitgebreid studie naar de muziek van Toscane. Zij gaf de traditie in zuivere vorm door in haar eigen liederen, waarop wij haar instrumentaal begeleidden. Zo leerden wij de muziek van onze eigen roots op een zeer gedegen manier kennen. Maar dat was nog niet alles. Caterina was dan wel een expert op gebied van volksmuziek, ze leerde ons tegelijkertijd om creatief met de traditie om te durven gaan, om muziek te maken niet als etnomusicoloog maar als kunstenaar. Als muzikant kun je trouw blijven aan de traditie en tegelijkertijd voortborduren op diezelfde traditie zonder deze star en slaafs te kopiëren. Je ziet, we hebben nogal wat aan deze dame, die veel te jong is heengegaan, te danken. Sopra i tetti di Firenze moest er dus een keer van komen. Caterina heeft dat verdiend.

Sopra is een schitterend gevarieerd en doordacht album geworden waarop de volksmuziek van Toscane in al haar diversiteit en rijkdom wordt uitgestald op een manier die, geheel in de geest van Caterina Bueno, recht doet aan de traditie en tevens zeer eigentijds is. Iedereen zal het met mij eens zijn dat het allermooiste nummer, hoe kan het anders, het slotnummer is: Caterina.

Ja, dat is inderdaad een nummer waar je kippenvel van krijgt. Wij ook, hoor. Het is oorspronkelijk geschreven door Francesco de Gregori, maar wij hebben daar een eigen arrangement van gemaakt. Sober, strak en indringend. Maurizio vult de zang perfect in.

Jouw muziekprojecten reiken ook voorbij de grenzen van Italië. Zo heb je in 1993 het succesvolle album Trans-Europe Diatonique geproduceerd samen met Kepa Junkera (Spaans Baskenland), John Kirkpatrick (Engeland) en Marc Perrone (Frankrijk). Dergelijke internationale samenwerkingsverbanden liggen je wel, want vorig jaar heb je iets soortgelijks ondernomen met Markku Lepistö (Finland), Bruno le Tron (Frankrijk), Didier Laloy (België) en David Munnelly (Ierland) onder de naam The Samurai. Ben je dan op je best als artiest?

Ik probeer altijd het beste uit mezelf te halen, om het even met wie ik samenspeel. Maar het is heerlijk om met gelijkgestemde collega-trekharmonicaspelers te werken. We leren van elkaar en hebben vooral veel plezier. Bovendien bereiken we er een groot publiek mee en verspreiden we daardoor de populariteit van de trekharmonica. Zo’n twintig jaar geleden was het instrument alleen bekend in kringen van puristen en had het daarbuiten een truttig imago. Dat is inmiddels wel anders, je komt de trekharmonica steeds vaker tegen, en dat is mede te danken aan de mensen met wie ik heb samengewerkt. Op dit moment ben ik trouwens in de weer met twee geweldige jonge Italiaanse trekharmonicaspelers, Simone Botasso en Filippo Gambetta. We treden op als Triotonico en zullen ook in Nederland optreden. Simone en Filippo vertegenwoordigen een nieuwe, moderne generatie van trekharmonicaspelers.

Zien deze jonge honden jou als hun leermeester of voorbeeld?

Klink ik te bescheiden als ik zeg dat ik van hen leer in plaats van andersom? Simone en Filippo spelen zo verdomd goed! Zij zijn opgegroeid met mijn muziek en spelen mijn nummers nu beter dan ik ze zelf kan spelen. Nee, ik kan hen niets meer aanleren, maar natuurlijk heb ik wel mijn jarenlange ervaring waar zij inspiratie uit kunnen putten. Eigenlijk voel ik me, als oude rot, meer een soort vaderfiguur binnen Triotonica. Ik vind dat prima.

Foto: Daan van Os

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoe is het gesteld met de aandacht voor volksmuziek in Italië?

Dat hangt er vanaf. De muziektraditie leeft in bepaalde regio’s van het land, in andere lijkt het totaal verdrongen door, laten we zeggen, de waan van de dag. Italië is gezegend met veel afgelegen regio’s waar de moderne wereld nog lang niet in alle facetten is doorgedrongen en waar tradities in ere worden gehouden. Daar kom je dus nog veel volkscultuur tegen. Dat geldt zeker ook voor de eilanden, met name Sardinië kent een bloeiende muziektraditie. De volksmuziek is gelukkig niet synoniem aan stilstand.

Bedoel je met dat laatste dat de Italiaanse volksmuziek in beweging is, zich moderniseert?

Er zijn interessante ontwikkelingen waar te nemen die erop duiden dat de muziek met de tijd meegaat en op zoek is naar nieuwe vormen. Zo weet ik bijvoorbeeld dat in het zuiden, in Apulië (de provincie die de hiel van de laars van Italië vormt – RvN), er een nieuwe stroming is binnen de tarantellamuziek. De van oorsprong zeer traditionele tarantella wordt gemengd met moderne genres en ook met pop en rock. Echte traditionalisten hebben daar weinig mee op, maar ik kan het wel waarderen. Ik sta open voor zowat alle genres. Voor mij geldt als enige criterium dat de kwaliteit goed moet zijn. Ook het gebruik van elektronica en computertechnologie binnen de volksmuziek kan mooie muziek opleveren, maar ook hier geldt natuurlijk het kwaliteitscriterium. Zo heeft een dj eens op verrassende wijze een remix van twee Banditaliana-tunes gemaakt. Het resultaat daarvan was een nieuwe tune! Ik vind dat heel interessant. Samplen op de computer vergt een ander mentaal proces dan het maken van een tune op een akoestisch instrument. Dit maakt het mogelijk om muziek als het ware opnieuw uit te vinden. Gothan Project doet dat bijvoorbeeld met de tango. Dat is een vorm van creatief omgaan met de traditie en dat doen ze naar mijn idee uitstekend. Maar nogmaals, dit moet geen spielerei zijn maar een oprechte poging om de taal van de muziek te herdefiniëren.

Ik wil nog even terug naar de cd die jullie net hebben gemaakt, Madreperla. Kun je daar iets meer over vertellen? In welk opzicht is dit album bijvoorbeeld anders dan de vorige Banditaliana-albums?

Madreperla is niet echt heel anders dan zijn voorgangers. Dat komt omdat Maurizio, Claudio en ik uit een bron kunnen putten die ontzaglijk groot en diep is. Eigenlijk doen we altijd hetzelfde, en met dezelfde bevlogenheid, maar de rijkdom van het materiaal waar wij onze muziek van maken, maakt dat ieder album een volledig eigen bestaansrecht heeft. Waar Madreperla wel in verschilt van de andere albums is dat we minder gebruik maken van gastspelers. We wilden het meeste een keertje zelf doen. Zangeres Maria Pierantoni Giua zingt op twee nummers mee, maar de lead-vocals zijn voor rekening van Maurizio. Een ander punt van verschil is dat we nu meer songs hebben opgenomen. Op de andere albums staan meer instrumentals dan songs. Daar is verder geen bijzondere reden voor, we wilden dat nu eenmaal.

Met een zanger als Maurizio, die een gouden stem heeft, lijkt mij dat geen verkeerde keuze. Als je terugkijkt op jouw indrukwekkende discografie, alle niet-Banditaliana-projecten meegerekend, welk album ligt jou het meest na aan het hart?

Wat een rotvraag! Gelukkig is het antwoord eenvoudig: het laatste album is altijd mijn favoriet. Dat album vertolkt immers mijn muzikale gevoelens en verlangens van dit moment. Weet je, ieder project kun je zien als een unieke foto, een foto die gemaakt is van de muziek in een bepaalde periode. We hebben nu van veel perioden van dergelijke foto’s gemaakt. Alle laten een oprecht beeld ‘zien’ van de muziek die wij koesteren.

Ik feliciteer Riccardo met het prachtige, lijvige fotoalbum dat inmiddels bijna drie decennia beslaat. De artistieke output van deze beminnelijke man is groot en van vrijwel constante, hoge kwaliteit. Op festivals en muziekworkshops op diverse continenten is hij dan ook een veelgevraagde gast. Enkele weken na het interview, toevallig in dezelfde week waarin Tesi weer in Nederland is voor een aantal optredens met Triotonica, ontvang ik een pakketje uit Pistoia met daarin een exemplaar van Madreperla. Sindsdien staat één huis in de nuchtere Haarlemmermeer een beetje op Toscaans grondgebied.

Selectieve discografie

Riccardo Tesi & Banditaliana:

Lune (2005) – Dunya Records

Madreperla (2011) – Visage Music Sas

 

Riccardo Tesi & Claudio Carboni:

Crinali (2006) – Felmay

 

Riccardo Tesi & Maurizio Geri:

Acqua foco e vento (2003) – Dunya Records

Sopra i tetti di Firenze (2010) – Materiali Sonori

 

www.riccardotesi.com