2 recensies: Rob van Sante – For the love of it all, Janie Meneely – And when I sing

Rob van Sante
For the Love of it All
(Falcon Records FRCD004)

Janie Meneely 
And When I Sing
(Falcon Records FRCD005)

Multi-instrumentalist Rob van Sante heeft enige bekendheid dankzij zijn samenwerking met (ex-)Battlefield Band voorman Alan Reid. Maar al jaren maakt de man zelf ook albums. For the love of it all kent tien tracks met een mix van eigen, eigentijdse en traditionele songs. Rout of the blues (Robin & Barry Dransfield) en Byker Hill (meest gekend van Martin Carthy en Dave Swarbrick) behoren tot die laatste categorie.
Laatstgenoemde krijgt een verrassend fris calypsoritme mee, wat het lied toegankelijk maakt. The Rout is iets ingetogener dan de Dransfield versie, maar blijft dicht in de buurt. Palestina is een song van de onterecht ondergewaardeerde Paul Metsers (bekend van Farewell to the gold) dat hier knap wordt vertolkt door van Sante. Hij doet er gelijk een tweede Metsers bij, het wellicht nog fraaiere Peace must come.
Van Sante heeft iets melancholisch en lyrisch zonder kitscherig te zijn. Mooie, vloeiende melodieën, teksten die meer dan doornsnee zijn, maar ook weer niet zwaarmoedig, strijdvaardig etc. Een associatie met Alan Taylor kwam na enige tijd bij mij op. Van Sante is gitarist, waarmee de meeste songs ook worden begeleid, maar voegt daar ook bass, bouzouki, percussie en toetsen aan toe. Zijn stem is prettig om naar te luisteren.
Als gasten treden onder meer Tom McConville (fiddle) en Chris Parkinson (piano, accordeon) op. Uiteraard ontbreekt Janie Meneely (backing vocals) niet. The blacksmith heeft niets te maken met die gekende song, maar is een eigen compositie van Van Sante, dit keer samen met Meneely.

Vrijwel gelijktijdig verscheen ook For the love of it all van Janie Meneely. Op dit album worden nagenoeg alle instrumenten verzorgd door van Sante. Qua klankkleur, maar tevens wat sfeer betreft, komen beide albums dan ook flink overeen. Meneely neemt de leadvocalen voor haar rekening en pende zelf al de acht composities. Haar stem doet me soms denken aan een jonge Nancy Kerr, heeft wat minder dynamiek, maar klinkt erg mooi in samenzang met Van Sante. De meeste songs zijn ballads, langzaam of midtempo, met een sterke binding naar eigentijdse folk, gelinkt aan de Britse traditie. Zo zou Mermaid’s lament een echt overgeleverd lied kunnen zijn. Wayward wife houdt het midden tussen een blues en een musicalhall song. Siren’s song is een a capella gezongen lied met bijdragen van een aantal gastvocalisten. Ze zullen de Albert Hall of de Doelen niet vullen, maar van Sante en Meneely zijn gewoon twee vakkundige en aangename muzikanten met onderhoudende muziek.