Ronnie Potsdammer: hoekige en onverstoorbare chansonnier

De chansonnier Ronnie Potsdammer (geb. 25 augustus 1922, Hoogeveen) was bij zijn leven al een naam die verbonden bleef aan de jaren zestig, toen zijn hoekig gezongen liedjes vaak niet door de beugel konden bij omroepen en platenmaatschappijen. Zijn naam is nu haast vergeten. Toch was hij een boeiende figuur, markant en uitgesproken. Onverstoorbaar en zonder concessies zong hij door, daarmee het pad effenend voor jongere collega’s die later dankbaar gebruik konden maken van de kolen die hij voor hen uit het vuur had gehaald. Naast muzikant was Potsdammer ook radiomaker, schrijver en een professionele kok.

Na de bevrijding van Frankrijk aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, verbleef Ronie Potsdammer een tijdje in Parijs waar hij Juliette Gréco leerde kennen. Hij trad ook zelf op in Parijs met Franse chansons. Terug in Nederland begon hij aanvankelijk ook hier in het Frans te zingen. In Amsterdam startte Ronnie Potsdammer zijn carrière als kok in het artiestenrestaurant De Groene Kalebas, waar hij tot 22.00 uur in de pannen roerde, om daarna met gitaarbegeleiding te zingen voor de achterblijvers. Langzamerhand schakelde hij over naar het Nederlands. Halverwege de jaren vijftig liet Potsdammer pas echt van zich horen. In het begin was zijn repertoire vooral ontleend aan dat van Georges Brassens, met wie hij ook het sonore en ietwat norse timbre deelde. Eerst zong hij ze in het oorspronkelijke Frans en daarna in de uitstekende vertalingen van Ernst van Altena. Ronnie Potsdammer zocht contact met van Altena, nadat hij een vertaling van een Frans chanson van zijn hand had gehoord. Het werd een bijzonder plezierige samenwerking. Uit het bestaande Franse repertoire van Potsdammer zochten ze samen de teksten uit die voor vertaling in aanmerking kwamen. Het werden vertalingen die het origineel naar sfeer, klank en inhoud volgen. De eerste resultaten van die samenwerking verschenen in 1959 op single: Wilde vaart (La marine) en Laten wij de brug over gaan (Il suffit de passer le pont), beiden uit het repertoire van Brassens. Velen sloeg de schrik om het hart toen Potsdammer door zijn vertolkingen plotseling verstaanbaar maakte wat Brassens had geschreven.

 

Onder het minnen praat je niet, maar gedachten heb je wel.
Je denkt: morgen komt zo snel en dat is een diep verdriet.
Aan de man op wilde vaart knaagt dit noodlot vol venijn.
Je verovert, maar ervaart, dat het geen thuisreis mag zijn.
Of je ook woekert met de tijd, gulzig elke tel verslindt,
en de klok met boeien bindt; het blijft een hopeloze strijd.
En toch vind je in het klein alle vreugd en droeve pijn
van de min van langer duur in liefde’s kort avontuur.

Ronnie Potsdammer – Wilde vaart

Potsdammer verlegde zijn werkterrein naar kleine theaterzalen, onder andere met het ‘Pauze-Cabaret’ in de Amsterdamse City Music Hall, waarin hij onder andere samenwerkte met een debuterende Frans Halsema.

In 1960 kreeg Ronnie Potsdammer het aanbod om mee te werken aan een reclameplaatje voor Citroën. Het zou zijn best verspreide opname worden: Het lelijke eendje werd geschreven door Annie M.G. Schmidt en Paul Chr. van Westering. Potsdammer kroop in de huid van de vaderfiguur, actrice Heleen van Meurs speelde de moeder en twee Damrakkertjes vervulden de kinderrollen. In het liedje heeft het gezin een eendje als huisdier. Over de auto wordt met geen woord gerept. Voor 36 cent kon men het kartonnen plaatje bij de Citroëndealer aanschaffen. In 2009 werd Het lelijke eendje door het Nederlandse publiek verkozen tot het beste reclameliedje. In 1961 mocht Ronnie Potsdammer nogmaals een reclame single inzingen. Ditmaal samen met Mary Michon en Jantje Nelissen onder de titel Wat doet m’n vader voor de Helmondse textielindustrie. De tekst stond op naam van Ernst van Altena.

Toen Ronnie Potsdammer eind 1962 voor het VARA TV-programma van Nico Knapper het (door Ernst van Altena bewerkte) Brassens-chanson Les funérailles d’Antan bracht als De lijkzang van weleer, in een doodgraverspak met een lint aan zijn gitaar met daarop ‘rust zacht’, leverde dat een flink aantal brieven van boze kijkers op. De VARA-leiding besloot hem voorlopig niet meer te engageren. Heden ten dage is het niet meer dan een goedgemutst liedje over de bourgondische wijze waarop men vroeger op het platteland een begrafenis organiseerde, maar destijds was het schokkend om bij een opgewekt ritme over lijkkoetsjes te zingen.

Als er in vroegere tijd een begrafenis was,
wist je ook zeker dat daar spijs en lafenis was.
Dan kwam de huilebalk rondhuilen: “D’r is er een dood”
En in het sterfhuis stond wijn klaar en worst, kaas en brood.
Waar vind je nu in een sterfhuis nog brood op de plank?
In onze tijd is men gierig met tranen en drank.
Dat is de reden waarom je vandaag aan de dag
bijna geen kans meer krijgt tot vrolijk rouwbeklag.

Ach, waar is de rouwpracht van weleer?
De fijne lijkkoetsjes, lijkkoetsjes, lijkkoetsjes,
lijkkoetsjes uit vroeger jaren
hotsten zo gezellig op en neer
dat zelfs het lijk in z’n kist, in z’n kist, in z’n kist
wippend lag te gebaren.
Toen was elke erfgenaam een heer
en schonk aan doodgraver, bidder, pastoor en aan ‘t paard
zelfs een glas oude klare.
Maar ‘t is verleden tijd, ik vraag u vol verdriet:
waar bleef de pom-pom-pom-pom-pom pompeuze lijk-eer?
Ach, met een zweem van spijt
zing ik mijn klaag’lijk lied.
Waar is de pom-pom-pompeuze dood van weleer?

[audio:https://www.newfolksounds.nl/wp-content/uploads/2011/07/Ronnie-Potsdammer-Lijkzang-van-weleer.mp3|titles=Ronnie Potsdammer – Lijkzang van weleer]

Alleen de kleine platenmaatschappij Delta durfde het in 1962 aan om Ronnie Potsdammer een EP te laten maken (onder de waarschuwende titel Strikt voor volwassenen), waarover een criticus van het Algemeen Handelsblad schreef: “Een troubadour die de heldere waarheid durft te zeggen – en die men daarom, vrezen wij, maar heel weinig in de vaderlandse ether zal horen.”

De Waag

In 1962 begon volksliedzangeres Cobi Schreijer in de Haarlemse Waag een club in middeleeuwse stijl. Veel Amsterdamse artiesten kwamen poolshoogte nemen, zo ook Ernst van Altena en Ronnie Potsdammer. Ernst zag veel potentieel in de combinatie van ‘de weerbarstige troubadour en de speelse minnestreelse’. In de zomer van 1963 speelden Cobi Schreijer en Ronnie Potsdammer samen een door Ernst van Altena geschreven programma in De Waag onder de titel Niet voor lange tenen. Ze oogstten er succes mee; de NCRV bracht een optreden vanuit de Waag op TV, zij het sterk ingekort en gekuist. Het tweede programma dat van Altena voor hen maakte heette Wiedewagen. Van dat programma verscheen een EP Waagduetten, met vier nummers, waaronder het populaire The smartest lap ever made, een parodie op het smartlappengenre van Johnny Hoes en de Zangeres Zonder Naam.

Zij had geen stuiver om voor het kind een brood te kopen,
verkocht zich aan de bakker op de hoek.
Zij had geen scoenen om naar het fabriek te lopen,
dus zat ze eenzaam thuis met geen bezoek.

Een oude zilte zeeman met een houten pootje
wou haar wel trouwen, maar dat werd een straf.
Want in de storm verging zijn afgekeurde bootje;
er staan geen rozen op zijn zeemansgraf.

[audio:https://www.newfolksounds.nl/wp-content/uploads/2011/07/The-smartest-lap-ever-made-LP.mp3|titles=The smartest lap ever made (LP)]

Daarna liep de samenwerking tussen Potsdammer en Altena op de klippen. Daarom maakten Cobi en Ronnie zelf de teksten en vertalingen voor een nieuw programma onder de noemer Een lied – meer niet. Daarnaast gebruikten ze materiaal van Drs P. Het zou hun laatste programma blijken. Ronnie Potsdammer wilde graag in Amsterdam iets voor zichzelf beginnen.

In De Waag had Potsdammer een jonge zanger/gitarist leren kennen, die eigentijdse Nederlandstalige liedjes bracht: Boudewijn de Groot. Hij vroeg hem om samen het podium te delen. In 1965 stonden ze een tijd in het Amsterdamse Lido en daarna in het Haagse theater In de Steeg. Ronnie had de samenwerking graag willen voortzetten, maar het succes van de Groot’s single Een meisje van zestien was dermate groot, dat hij niet te houden was. Ondertussen was Potsdammer ook de radiowereld binnen gestapt. Voor de VPRO maakt hij het programma Over de Schreef, en daarvoor had hij Boudewijn de Groot al een keer twee liedjes laten zingen: De morgen en Elegie prénatale. In 1966 was Ronnie Potsdammer betrokken bij het radioprogramma Rakelinks. In het lied Daar kun je donder op zeggen bezong hij daarin de actuele politiek. Andere programma’s waaraan Potsdammer meewerkte zijn Rondom Twaalf, Cosa Nostra en Uitgeslapen.

Ook in 1966 werd op CNR de single De Deserteur/God Zij Met Ons uitgebracht. De hoestekst werd geschreven door Jan Roest. Over God Zij Met Ons schrijft hij: het is één van de zogenaamde “protest-songs” waarvan wij er de laatste tijd vele hebben. God Zij Met Ons is een eigen vertaling door Ronnie Potsdammer van Bob Dylan’s With God On Our Side. De begeleiding op dit plaatje was in handen van de twee gitaristen Jan Blok en Henk van der Molen. Ook van Boris Vian’s deserteur maakt hij zelf een vertaling. Het gaat hem niet slecht af.

Voor het eerst kreeg Ronnie Potsdammer de kans om een LP op te nemen. Hij vertaald daarvoor een twaalftal composities van de Amerikaanse zanger/pianist Tom Lehrer, volgens de hoestekst “een meedogenloze spotter die geen blad voor de mond neemt”. De meeste liederen – zeven – komen van Lehrer’s derde lp That was the year that was, de andere van zijn eerste twee. Hoewel het een ware opgave is om Lehrer te herinterpreteren, blijft R.P. Zingt Tom Lehrer de moeite van het beluisteren waard.


Een tweede lp die werd uitgebracht kreeg als titel Limericks uit de Maagdenkelder, en werd live opgenomen in dit Amsterdamse etablissement met medewerking van Jan Blok (gitaar), Koos Seriese (bas) en Harry Mooten (accordeon). Ze bieden gedrieën het instrumentale bed waarop Potsdammer een stortvloed aan pikante vijfregelige dichtwerkjes kan declameren. Een curiositeit.

Langzaamaan begint Ronnie zijn bakens te verzetten. Hij neemt wat meer afstand van de actieve beoefening van de liedkunst en gebruikt zijn ervaring om anderen vooruit te helpen. In 1973 produceert hij voor de Vlaamse zangeres Della Bossiers de lp Kwartetten met D.B. Zij neemt ook twee nummers op uit Potsdammer’s repertoire: In de maritieme Alpen en De bende van de bruine kroeg. In 1974 neemt Bea Brandts Buys de lp Chansons op, die wordt geproduceerd door Ernst van Altena. Hiervoor levert Ronnie Potsdammer twee vertalingen aan: Het oude huis aan de bovenstroom (een vertaling van Nino Ferrer’s La maison pres de la fontaine) en Tante Sara.

Daarna nam Potsdammer nog een vage single op met zangeres Isabelle Deneuve, een wat onwaardig einde van zijn muziekcarrière.

Hij keerde terug naar zijn oude liefde van het koken. Hij schreef verscheidene kookboeken en was geruime tijd culinair journalist voor een aantal tijdschriften en verzorgde tevens kookprogramma`s op radio en televisie. Ronnie Potsdammer overleed op 15 mei 1994. Hij is 71 jaar geworden. 

Discografie:

EP’s/singles

  • Wilde Vaart (Omega 9-35.245, 1959)
  • Baai en boezelaar (single, 1960)
  • Het lelijke eendje (met Heleen van Meurs) (kartonnen single Citroën, 1960)
  • Wat doet m’n vader? (met Mary Michon en Jantje Nelissen) (single Textielindustrie Helmond, 1961)
  • Zingt strikt voor volwassenen (EP, Delta DE 106, 1962)
  • Zingt voor mannen – over vrouwen (EP, Delta 108, 1962)
  • Er zijn mensen die het doen (single, Delta DS 1077, 1964)
  • Waagduetten (met Cobi Schreijer) (EP, Delta 114, 1964)
  • God zij met ons (single, CNR UH 9795, 1966)
  • Zingt voor alle gezindten (EP, CNR HX 1311)
  • Scheiding (met Isabelle Deneuve) (single, Delta DS 1401)

LP’s

  • Zingt Tom Lehrer (Delta DK 1002)
  • Limericks uit de Maagdenkelder (Aphrodite AQ-20045)
4 Reacties
  1. Anton Bohnen
  2. Wim Richie
  3. Irka Potsdammer Anstadt
    • Hans van Deelen