Roy Bailey, 20 Oktober 1935 – 20 November 2018

What You Do With What You’ve Got was een sleutellied in het repertoire van Roy Bailey. De door Si Kahn gecomponeerde song stond steevast op zijn setlist. Bailey was een meer dan begenadigd zanger met een warme stem vol emotie en timbre. Belangrijker dan de pracht van de stem is hetgeen je er mee doet. De Britse folkzanger gebruikte die stem om liederen te zingen die er toe doen, iets te betekenen hebben, (schrijnende) situaties te beschrijven.

Liederen over het leven van de gewone man en vrouw, vaak aan de zelfkant of onderkant van de maatschappelijke ladder. Aanvankelijk merendeels traditionals. Hij componeerde nauwelijks zelf, maar verzamelde veel liederen bij collega’s, ontdekte nieuw talent. Zo was hij een van de eersten die nummers van Robb Johnson opnam, of Jack Warsaw, eerder genoemde Si Kahn,  Geoff Pearson.
Bailey begon zijn carrière in de jaren zestig in de formatie 3 City 4, waarmee hij in 1967 het album Smoke and dust opnam. Een jaar later verscheen Oats, beans & Kangaroos, een thema elpee met kinderliederen, samen met zijn vrouw Val en Leon Rosselson. In 1971 bracht die laatste The word is Hugga Mugga Chugga Lugga Humbugga boom chit uit, waarop Bailey en Martin Carthy belangrijke bijdragen leverden. Het trio zou elkaar veelvuldig in verschillende samenwerkingen treffen.

Met Rosselson vormde Bailey een duo in de jaren zeventig met drie albums op hun conto. Daarnaast werkte Bailey aan een solocarrière met een tweetal platen. Eind jaren zestig braken de twee compagnons met elkaar. De zanger zette vol in op een solocarrière, die echter regelmatig werd aangevuld met projecten of tijdelijke groepen. Een eerste samenwerking was er met Stalking Horses (de elektrische begeleidingsband van Coope, Boyes & Simpson). Daarna volgden Band of Hope (met Carthy, John Kirkpatrick, Dave Swarbrick en Stefan Hennigan) en de Roy Bailey Band (Andy Cutting, Ian Carr, Karen Tweed en Nathalie MacMaster).
Hij nam een vijftal albums met liederen voor kinderen op. Het waren reguliere albums en noemde de songs bewust niet denigrerend kinderliederen, maar zag ze al volwaardige liederen, alleen aangepast aan taalgebruik en leeftijdsontwikkeling. Ze verschenen gewoon in zijn setlist en hij genoot er van als volwassenen net zo konden genieten van die liederen als de andere.

Van de projecten noemen we uiteraard Writing on the wall met Tony Benn. Liederen en verhalen vulden elkaar perfect aan. Want behalve zanger en begeleidend gitarist was Bailey ook een geboren verteller en entertainer, binnen de grenzen van het fatsoenlijke dan. De connectie met Benn geeft ook de politieke en maatschappelijke betrokkenheid aan, een overtuigd socialist. Eerder was hij al actief geweest in het zingend protest Nuclear power, no thanks (1981), ondersteunde de mijnwerkers in Engeland tijdens de stakingen in de Thatcher periode etc. Hij was zeer consequent in zijn handelen. Ooit werd hij onderscheiden als MBE voor zijn bijdragen aan de folkmuziek, maar leverde die later in, ontevreden over het buitenlandbeleid (met name de Irakoorlog) van de Britse regering.

Roy Bailey was naast zijn muzikale loopbaan professor aan de Universiteit in Sheffield voor Sociologie en politieke studies. In 1997 speelde hij een dominante rol in het epos Gentle Men van collega Robb Johnson. Verhalen over de eerste wereldoorlog en de  – latere – gevolgen daarvan. Bailey schitterde en was derhalve een van de weinigen die aan de nieuwe versie (2013) van dit project deelnam.
Deze maand verscheen juist Robb Johnsons vervolg op Gentle Men, Ordinary Giants, a life & time 1918-2018 met enkele tracks waarop Roy Bailey zijn dan reeds breekbare stem laat horen. Het zijn waarschijnlijk de laatste opnamen van een groot zanger, een integer performer, een fijn mens.
Roy Bailey overleed op 20 november in het St. Luke’s hospice in Sheffield aan hartfalen.