Rudolf Hecke – Gainsbourg

Wie in Vlaanderen Rudolf Hecke zegt, zegt Gainsbourg. Of omgekeerd. Zelfs in Frankrijk is er belangstelling voor wat die Vlaming over Gainsbourg te vertellen heeft. In maart verschijnt daar bij uitgever Gremese zijn boek Gainsbourg, Paris-Bruxelles-Amsterdam.
Chansonkenner Bart Van Loo schreef over Hecke: Hecke ademt gewoon Gainsbourg. Dat blijkt nogmaals uit dit nieuwe, derde boek van hem over de Franse liedjesauteur en zanger. Misschien is het wel het interessantste van de drie boeken.
Alhoewel chronologisch opgebouwd en vaak verwijzend naar biografische gegevens van de man gaat het hier niet om een zoveelste biografie. In dit boek gaat het vooral om het werk: de teksten en de muziek van Gainsbourg. Het lijkt geschreven met een enorme gedrevenheid om alles wat met de werk van Gainsbourg te maken heeft te verduidelijken. Zelfs voor grote fans van Gainsbourg valt hieruit zeker nog heel wat te leren.
Hecke verwijst naar de vele woordspelingen, klanknabootsingen en dubbele betekenissen in Gainsbourgs werk. Die dubbele bodems zijn soms pas echt duidelijk wanneer je de woorden uitspreekt, de klank geeft dan een tweede betekenis die niet meteen opvalt bij het stil lezen van de tekst. Hij maakt ook duidelijk hoe vaak Gainsbourg verwijst naar literatuur en grote schrijvers. En ook hoe vaak hij, voor zijn melodieën, leentjebuur speelt bij klassieke componisten, gaande van Beethoven over Chopin tot Katchaturian en anderen.
Het boek is ingedeeld in dertien hoofdstukken, die telkens ingeleid worden door een volledige chansontekst. Het eerste hoofdstuk – Voorspel – leest inderdaad als een inleiding tot de verdere ontwikkelingen van de auteur. De auteur verwijst heel vaak (mijns inziens wat te vaak) naar het onderscheid dat Gainsbourg maakte tussen ‘art majeur’ en ‘art mineur’. Hierover was er in 1986 op de Franse tv, in het iconische boekenprogramma Apostrophes met Bernard Pivot, een memorabele redetwist tussen Gainsbourg en Guy Béart (zie Youtube). Het komt als een rode draad terug hoe Gainsbourg graag een ‘art majeur’ had beoefend, zijnde in zijn geval de schilderkunst, maar die droom moest inruilen voor het chanson, een ‘art mineur’ in zijn ogen.
Het boek bespreekt alle platen van Gainsbourg zelf, alsook de vele chansons die hij schreef voor anderen, meestal vrouwen. Natuurlijk voor zijn vrouwen Jane Birkin en Bambou, voor zijn dochter Charlotte, maar ook voor zijn grote liefde Brigitte Bardot en verder nog Catherine Deneuve, Isabelle Adjani, Vanessa Paradis en anderen. De bladzijden over de dagen met Bardot en zijn relatie met Birkin hebben me bijzonder geboeid.
Hecke hecht ook veel belang aan Gainsbourgs conceptplaten Histoire de Melodie Nelson, L’homme à tête-à-tête de chou en You’re under arrest, zijn laatste studioplaat waarop nog nauwelijks gezongen wordt. Wat Hecke schrijft over de plaat Rock around the bunker is ook erg verduidelijkend. Het ganse boek wordt doorspekt met weetjes en anekdotes onder de rubriek ‘Voor de fijnproevers’ of ‘Fijnproeversdetail’ of een andere variante hierop. Deze zijn niet altijd even relevant maar die over Albert Speer, Hitlers architect en minister, is echt goed (te lezen op pagina 195).
Een grote verdienste is ook dat Hecke de aangehaalde stukken Franse tekst in het Nederlands vertaalt. Maar deze vertalingen zijn niet altijd even adequaat. Zo begrijp ik niet dat ‘le creux de mes reins’ vertaald wordt als ‘de holte van mijn nieren’. Bij La religieuse van Brassens, die met zijn rijke woordenschat ‘la cambrure des reins’ schrijft, kijkt het uitgeklede nonnetje niet bewonderend naar haar nieren maar wel naar de mooie welving van haar lenden.
In het boek zijn drie chansonteksten integraal vertaald door Elvis Peeters. Soms zoekt Hecke het in zijn enthousiasme wat ver, zoals wanneer hij bij ‘Lilas’ niet enkel verwijst naar het metrostation ‘Porte des Lilas’, maar ook naar de kleur van de metrotickets. Die zijn immers in Parijs nooit lila geweest.
Maar deze opmerkingen doen niets af van de waarde van het boek. Het titanenwerk dat Hecke heeft verricht om het te schrijven zal door veel liefhebbers van de zanger die op 2 maart dertig jaar overleden zal zijn, erg geapprecieerd worden. Mag ik zelf ook iets toevoegen voor de fijnproevers? Houdt zo mogelijk, bij het lezen van het boek, de verzamelde teksten van Gainsbourg bij de hand.