Sancto Ianne – Trase

sancto Ianne

Trase
(Folkclub EthnoSuoni ES5396)

Laat je niet misleiden door het openingsnummer en titeltrack Trase. Dat begint als een cool jazz nummer en krijgt na het eerste couplet een door Stephane Grapelli geïnspireerde vioolsolo. Het is een even merkwaardige als geslaagde openingszet van het Italiaanse zestal. Want met A ballata dell émergenza komen de vertrouwde klanken van Santo Ianno terug. De muziek van de Zuid-West Italianen kent vele gezichten, variërend van de energieke en mystieke zuidelijke klanken, opzwepende ritmen van de oostkust, de omringende eilanden, tot de Noord-Afrikaanse invloeden. Het is echter geen ratjetoe, maar een geïntegreerd geheel. De ene keer ontdek ja wat meer van het een en minder van het ander. Het gezelschap rond multi-instrumentalist en voornaamste songschrijver Ciro Maria Schettino kent in Gianni Principe een gedreven en begaafd zanger. Zijn typische, sterk nasale stem draagt de songs. Die gaan over werkelijke zaken, zijn maatschappelijk betrokken. Zo gaan een groot aantal teksten van Trase over de positie (lees uitbuiting) van kinderen en welke vorm dan ook. Ze worden ondersteund door knap gearrangeerde melodieën met als basis de knappe gitaarlijnen van Schettino. Die worden aangevuld door de dragende trekzak klanken van Sergio Napolitano, de knorrende en swingende bas van Massimo Amoriello en de stuwende percussie van Alfonso Coveillo. Raffaele Tiseo is degene die op gestreken snaarinstrumenten meestal de soli verzorgd. Heel fraai is de ballade Valani, met een gastrol voor zangeres Maria Maromarco. De meeste nummers hebben een speelduur van 4 tot 6 minuten, maar ze lijken veel langer omdat er zoveel in die tijdspanne gebeurt. Mooi verbeeld is Guardame sienteme, dat uitmondt in een heuse Italiaanse folkrap. Daarna krijg je dan weer zo’n heerlijk verhalende Italiaanse ballade. Sancto Ianne bewijst opnieuw tot de absolute top van de hedendaagse Italiaanse folk te behoren.