Sarah-Jane Summers & Juhani Silvola special

Sarah-Jane Summers is een Schotse violiste die tegenwoordig in Noorwegen woont. Ze komt oorspronkelijk uit de Schotse hooglanden, waar ze onderricht kreeg in de highland fiddle style van Donald Riddell, een persoon die ze vaak noemt. Riddell op zijn beurt was een adept van Alexander Grant, weer een familielid van Summers. It’s all-in the family dus, al zal Summers wel de genen van Grant hebben, maar die had waarschijnlijk niet de hybride gedachten van de violiste.
Haar eerste schreden zette ze op het podium met het trio Fribo. Die groep plaatsten we in het zogenaamde ‘Nordic’ laatje: een muziekstijl die Keltische muziek, de Schotse in het bijzonder, vermengde met Scandinavische en dan met name Noorse en Zweedse folkmuziek. Twee cd’s maakte ze met Fribo:  The ha’ o’ habrahellia en Happ.
In 2008 vertrekt ze dus definitief naar Noorwegen om zich daar verder te bekwamen in het andere instrument dat ze bespeelt, de hardangerfele. Ze doet uiteindelijk een master rond muziek in Noorwegen. Enige tijd speelt Summers bij de groep RANT, voor ze met een solo-cd op de proppen komt. Op Nesta (Dell Daisy Records Dell001) vind je een mix tussen weinig gekende Schotse traditionals, eigen composities en invloeden van de Noorse traditie. Een strathspey gespeeld op de hardangerfele, of een air, een Noorse ballade op viool. De amalgaan is compleet. Fribolid Ewan McPherson draagt een aardig steentje bij, zodat het een cd in de lijn van Fribo wordt.
Snel volgt een trio Summers-Silvola-Kvam met de cd Mala fama die als opmaat geldt voor een intensieve samenwerking met gitarist en later partner Juhani Silvola. Een eerste, titelloze duoschijf verschijnt in 2013. Summers strijkt niet zomaar met de paardenharen over de snaren. Ze beroert ze, boent, wrijft, schraapt, slaat en wat je allemaal niet meer kan doen. Maar telkens is er die volle, emotionele toon. Of het nu een slow air betreft of een felle jig. Krachtig, ook bij ingehouden passages. Rond en romig, compleet, haast volmaakt. Nergens is het overdone, want altijd klinkt die toon natuurlijk’ schreef ik destijds over haar spel.
Dat is in de jaren niet slechter geworden, integendeel. Opvolger Widdershins uit 2013 wordt uitgebracht op het eigen Dell Daisy Records label (Dell006) en op Chrisitan Pflieke’s Nordic Notes. Het is een bijzonder afwisselend album met onder meer een hernieuwde versie van het gedreven Spike on a bike. De cd opent met de Silvola compositie Sydänyö, een air die wordt ingezet op gitaar, waarna Summers ingehouden soleert alvorens te eindigen met spooky vioolklanken. Nog zo’n heerlijke melancholische tune met luchtig gitaarspel en een slepende viool is Vaajakosken Maija, een ode aan een zeer goede vriendin. De balans slaat iets meer door naar het Schotse en Gaelic werk, maar in de bewerkingen met de instrumentkeuze is daar nauwelijks iets van te merken.
Na enkele wat meer experimentele- en een groepsalbum is er in 2018 een echt solo album. Dat een instrumentaal album rond één instrument (de fiddle én de hardangerfele, maar dat is twee handen op een buik) zo kan boeien bewijst Solo (Dell Daisy Records Dell008). In openingstrack Lath’a’siubhal sleibhe dhomh etaleert Summers haar techniek: flitsende uithalen, verstilde passages en kwinten als een sequence. Op een eigen compositie van Summers en een Noorse tune na bestaat de rest uit traditionele Schotse melodieën of gepend door oude violisten. Die Noorse tune, een afstudeerstuk van Summers aan de Norwegian State Acedemy of music, zet de hardangerfele centraal en hoor je duidelijk het verschil tussen een standaard viool en de met sympathiesnaren bespannen Noorse variant.
Uit hetzelfde jaar stamt de cd Owerset (8Nerve004), een thema-cd naar aanleiding van een componeeropdracht van het Celtic Connections Festival in Glasgow. Gegroepeerd rond leenwoorden in het Gaelic vanuit het Oud-Noors voert Summers met vijf topmusici uit de jazz en folk haar tien werkstukken uit. De stijlen jazz, folk en wat klassiek, mengen prima en de groepsklank met gitaar, viool, accordeon, trompet en contrabas is coherent. Openingstrack Gall-Ghaidheil is al imposant met zelfs wat doedelzak achtige gracenotes op de viool en een langzaam vullend klankbeeld met viool, gestreken bas en gitaar. Een subtiele gitaarriff begint Flit, mondt uit in een pittige reel met dubbel viool en daarna een kletterende solo op elektrisch gitaar. Een pompende accordeon en solerende trompet geven kleur aan Fitakaleerie, dat een klezmer ritme kent. Een heerlijk spooky tune is Rowk, waarin Summers het mistige rond de (Schotse) eilanden verklankt. Gedragen en soms liefelijk klinkt dan weer The handfesting over een trouwritueel- en procedure uit de Middeleeuwen dat echter tot 1939 als wettig werd geaccepteerd in Schotland. Skeig  is een lekker gedreven uptempo nummer met een heerlijke cadans.
The smokey smirr o’rain (8nerve 008) is het meest recente product. Verrassend genoeg  start Dan Fhaoich met een piano introductie (Silvola), waarna zowel Summers als Silvola er op los improviseren. Met dit album wordt nogmaals duidelijk dat Silvola het begeleiden van (Keltische) tunes in al zijn finesses beheerst. Van ritmisch stuwende bijdragen (Number 81) tot subtiel vloeiend getokkel met zalige harmonieën (Mo Chruinneag Ghreannar) en alles wat daar tussenin zit. Van een simpele jig, slechts gespeeld door twee topmusici is het weer volop genieten. Silvola’s Taivaankannen Halki druipt van de spanning. Een schitterend opgebouwde melodie en dynamiek. Als muziek een filmische voorstelling zou moeten zijn, dan kom je snel bij Sarah-Jane Summers en Juhani Silvola uit…

De besproken cd’s van Sarah-Jane Summers en Juhani Silvola zijn te beluisteren in Folkit!Nordic Sounds vanaf 6 mei op www.concertzender.nl via deze link: https://www.concertzender.nl/programma/folk_it_660660/