Sarah Jarosz – Creatief met een eigen eerlijkheid

De jonge multi-instrumentaliste, songwriter en zangeres Sarah Jarosz bracht onlangs een opmerkelijk tweede album uit. Haar eersteling, Song up in her head, was al een complete verrassing voor Amerikaanse rootsmuziekliefhebbers, maar met Follow me down bevestigt en vestigt Jarosz zich helemaal. Ze wordt terecht ‘the long lost daughter’ van Gillian Welch genoemd. Deze mandoline, banjo, gitaar en octaafmandolinespeelster heeft op haar jonge leeftijd al een stem om ‘u’ tegen te zeggen. Sarah schrijft alle songs zelf, en een enkele cover krijgt een zeer ludieke uitwerking. Het is hoog tijd om met dit jonge talent een gesprek aan te gaan.

Sarah Jarosz werd op 23 mei 1991 in Austin, Texas geboren, maar groeide op in Wimberley, een klein plaatsje zo’n veertig kilometer ten zuidwesten van Austin. In haar tienerjaren mocht ze het podium al delen met prominenten als David Grisman, Ricky Scaggs en Tim O’Brien. Allemaal mensen die wisten dat ‘the songwriter with uncommon wisdom’ zou uitgroeien tot een groots muzikante. Ze hebben haar laten rijpen totdat ze er echt klaar voor was om een cd op te nemen, en dat gebeurde vlak voor haar achttiende levensjaar. Met ‘mentoren’ als Tim O’Brien, Chris Thile, Mike Marshall, Abigail Washurn, Darrell Scott en Aoife O’Donovan komt Sarah tot een eigen stijl die elementen uit de old-time en bluegrass herbergt.

Follow me down is net als voorganger Song up in her head geproduceerd door Jarosz en sterproducer Gary Paczosa (o.a. bekend van producties voor Alison Krauss en Dolly Parton). “Follow me down is voor mij een logisch vervolg op Song up in her head. Er zijn uiteraard altijd verschillen te vinden, maar Follow me down representeert alle veranderingen in mijn leven. Ik verhuisde van Texas naar Boston om daar te gaan studeren. Het is voor het eerst dat ik zo lang van huis ben, en ik leer om op eigen benen te staan. Daardoor ga je alles in je omgeving anders observeren, en dat werkt door in mijn teksten.”

Laagjes

Paczosa weet bij iedere productie de artiest een zekere meerwaarde mee te geven, want zijn producties leiden ertoe dat niet klakkeloos een traditioneel album wordt opgenomen. In hoeverre heeft Paczosa invloed gehad op de muziek van Jarosz? “Gary Paczosa’s kijk op arrangementen hebben zeker bijgedragen aan de manier waarop het album is opgebouwd. Maar Gary laat ook alle ruimte voor mijn muzikale ontwikkelingen. Bijna alle tracks zijn eerst door mij ingespeeld om vervolgens aangevuld te worden door anderen. Dus gewoon vanuit de oorsprong, waar de song ook ooit is begonnen. Daarna wordt alles in laagjes opgebouwd, en dat is een heel spannend proces. Bij het maken van dit album heb ik veel naar muziek van Tim O’Brien, Gillian Welch en Chris Thile geluisterd. Maar door mijn opleiding aan het conservatorium in New England wordt ik uitgedaagd om te improviseren, en daardoor wordt ik ook gedwongen om meer naar jazz en klassieke muziek te luisteren, stijlen die ik voorheen niet echt kende.”

Het is opmerkelijk dat bluegrass en met name old-time enorm in de lift zit in Amerika. Bepaalde regionale stijlen uit de old-time worden ‘herontdekt’ en veel Amerikanen wisten niet eens dat deze kleurrijke muziek deel uitmaakt van hun muzikale roots. “Ik denk dat de mensen tegenwoordig weer verlangen naar eerlijke akoestische muziek waarin ze ook iets van hun eigen roots beleven. Bluegrass en akoestische muziek is tevens een goede basis voor zoveel andere stijlen, en dat is ook waarom er op dit moment zoveel artiesten actief zijn.”

We gaan terug naar het warme muzikale nest waar Jarosz opgroeide, en waar alles begon. “Mijn muzikale opvoeding was zeer breed, want mijn vader verzamelt allerhande muziek. Geen enkele muziekwinkel is veilig voor mijn vader, want hij weet altijd weer met een stapel veelzijdige muziek naar buiten te komen. Mijn moeder speelt slaggitaar en schrijft haar eigen songs. Dus ik sta open voor veel muziekstromingen en kan dat ook moeiteloos met elkaar relateren. Maar wat me echt helemaal tot de muziek bracht was de song Colleen Malone in de versie van de band Hot Rize. In de tijd dat ik die song ontdekte was ook net de eerste cd van Nickel Creek een feit. Dit album heeft me enorm geinspireerd, naast het oeuvre van Tim O’Brien. Toen ik Nickel Creek ontdekte en hun geweldige videoclips zag, wist ik dat ik voor de muziek wilde gaan. Ik bezocht optredens van Nickel Creek en kwam in contact met Chris Thile. Ik kan me nog herinneren dat ik als klein meisje tegen hem zei dat ik ooit nog eens een duet met hem zou spelen. Chris lachte en zei: ‘wie weet…’ Onze samenwerking werd een feit in onder andere Little Song op mijn eerste cd!”

Folkjam

Zang was ongetwijfeld de eerste schrede naar de muziek voor Jarosz, die al vanaf haar tweede levensjaar haar stem ‘oefende’. “Vanaf mijn zesde heb ik wel een tijdje pianoles gehad, maar het instrument dat me helemaal greep was de mandoline. Ik was bijna tien toen ik daarmee begon, en ik mocht een mandoline van vrienden lenen. Na een tijd kochten mijn ouders dat instrument als kerstcadeau. Ik ging geregeld naar een folkjam in Wimberley om vooral veel van akoestische muziek op te steken. Als kind probeerde ik zoveel mogelijk songs te leren tijdens deze sessies, en de muzikanten waren altijd zeer behulpzaam om mij alles uit te leggen en te leren. Zo ook Bernard Mollberg die mij tot de clawhammerbanjo bracht. Ik vond het een geweldig instrument en wilde het graag naast de mandoline leren. Hij gaf me les en leende me een instrument. Het leuke is dat hij de bouwer van de exclusieve banjo is die ik nu altijd bij me heb.”

Het leven van Jarosz staat bol van de muziek, sterker nog, er is eigenlijk geen ruimte meer voor andere zaken! “Ik heb eigenlijk geen activiteiten buiten de muziek. Als ik niet speel, dan luister ik veel naar muziek. Alle overige tijd steek ik in mijn studie, maar dat heeft ook alles met muziek te maken”, lacht Jarosz.

Jarosz staat regelmatig in haar eentje op de planken, maar ze wordt ook steeds meer gespot met cellist Nathaniel Smith en de ongelooflijk vaardige jonge fiddler Alex Hargreaves. “Ik treed meestal als soliste op, en dat heeft er alles mee te maken dat ik mijn publiek de puurheid van de songs wil laten proeven. Het gevoel dat er was toen ik met het schrijven van het lied begon, dus de feitelijke basis. Ik heb het geluk dat ik kan kiezen uit verschillende instrumenten, maar de laatste tijd schrijf ik voornamelijk nummers met de octaafmandoline. Dat zegt verder niets over de uiteindelijke invulling van de songs, want het gebeurt ook vaak dat ik voel dat de tekst meer kracht krijgt door juist de banjo of de mandoline als basis te nemen. Ik heb geen voorkeur voor één van deze instrumenten, want ze hebben allemaal een eigen klankkarakter. Ik heb wel tijden dat ik meer met één van de instrumenten bezig ben, maar ik kom altijd weer terug bij de andere. Het trio met Alex Hargreaves en Nathaniel Smith krijgt ook steeds meer vorm. We kunnen met ons drietjes behoorlijk de sound van de cd’s evenaren. Het zijn geweldige muzikanten om mee samen te werken.”

Het oeuvre van Jarosz bestaat voornamelijk uit eigen composities. Jarosz is absoluut thuis in de tradities die ze als uitgangspunt of basis neemt, maar haar voorkeur gaat uit naar eigenheid en creativiteit. Liedjes schrijven is een dagelijkse bezigheid van haar. “Mijn aspiraties als liedschrijver wisselen nogal. Ik schrijf wel alles wat in me opkomt op, en speel ook allerhande melodielijntjes in. Soms kan ik daardoor onmiddellijk met een lied aan de slag, maar meestal koppel ik ideeën en melodietjes aan elkaar totdat er een passend geheel ontstaat. Maar de songs die ineens onstaan zijn wel de beste. Dat vind ik ook zo mooi aan het schrijven, want je inspiratie wisselt met de dag, en daarom verras je jezelf iedere keer weer als een lied echt vorm begint te krijgen.’

My muse

Follow me down telt elf tracks waarvan negen composities van Jarosz en twee covers van respectievelijk Bob Dylan en Radiohead. My muse is voor Jarosz de meest geslaagde uitwerking van een eigen creatie. “Het lied komt het dichtst bij mezelf, en juist omdat ik het altijd solo uitgevoerd heb, heeft het hier een mooie inkleuring gekregen door de inbreng van andere muzikanten. Daarmee is een voor mij gevoelige compositie vanuit een zeer persoonlijke aanpak uitgegroeid naar iets dat ik kan delen met andere mensen op het podium.

Een andere geslaagde song is The Tourist, een cover van Radiohead. Ik kwam een tijd geleden Chris Thile backstage tegen en hij zong dit lied. Eénmaal thuis ben ik dat nummer zelf gaan leren. Een paar weken later kwam ik Chris en de andere Punch Brothers tegen, en ik vertelde dat ik The Tourist kon zingen. Dat resulteerde onmiddelijk in een sessie en zo is het lied uiteindelijk op het album gekomen.”

Ondanks het succes blijft Sarah helemaal zichzelf. Ze is nog steeds erg verbaasd over het feit dat haar leven nu helemaal in het teken van de muziek is komen te staan. “Ik ben zeer gezegend met de groep muzikanten om me heen. Het waren al grote inspiratoren, maar het is als een droom dat juist al deze mensen tijd vrij gemaakt hebben om mee te werken aan mijn opnamen. Ze laten mij volledig vrij in de muzikale keuzes die ik maak.” Sarah heeft de ambitie om als muzikant, zangeres en songwriter te blijven groeien om het beste uit zichzelf te halen. Met haar muziek wil ze de wereld rond om dit te delen met iedereen die het mooi vindt. “Ik heb waarschijnlijk het geluk dat ik mijn hele leven kan blijven doen waar mijn hart ligt, muziek maken! Ik probeer zo origineel mogelijk te zijn, waarbij ik trouw blijf aan mijn eigen gevoel. Ik wil de luisteraar vooral een gevoel van eerlijkheid geven, iets waarin ze zichzelf kunnen vinden.”