Seckou Keita & Catrin Finch – Echo

Echo
(Bendigedig BEND19)

Echo is de derde schijf in de trilogie Clychau dibon (2013) en Soar (2018). Beide zijn spraakmakende albums, waarop – in de eerste plaats – niet alleen meesterlijk wordt gemusiceerd, maar waarin twee totaal verschillende werelden bij elkaar komen. De Welshe harpiste Catrin Finch vertegenwoordigd de klassieke Westerse wereld en Welshe traditie. Senegalees Seckou Keita doet dat vanuit zijn West-Afrikaanse griot achtergrond op de kora. De versmelting tussen die twee ogenschijnlijk totaal tegengestelde werelden is volkomen, zonder aan de beider tradities afbreuk te doen.
Met de Covid-periode als hinderlijke onderbreking, werd de herstart een ‘geheel opnieuw aan elkaar wennen’ proces. Naast de 47-snarige harp van Finch en de 22 snaren tellende kora besloot men om een 7-koppig tellend strijkensemble – violen, viola, cello en contra bas – toe te voegen aan het geluid. Het geeft meer diepte en dramatiek aan de muziek. Juist in opener Gobaith (hoop) blijkt het een sterke meerwaarde door enerzijds het donkere -de lockdowns en separatie vanwege Covid-, maar anderzijds het optimisme in de vorm van de sprankelende klanken van de kora te accentueren. Het nummer is uitermate geschikt voor illustratie van filmbeelden.
Chaminuka is een eerbetoon aan duimpianospeler Chartwell Dutiro uit Zimbabwe. Het begint als een prachtige instrumentale requiem, maar gaat halverwege over in een te gedragen in het Shona en Mandinka gezongen treurlied. Sterker is het door Seckou Keita in het in Wolof gezongen Dimanche, een lied over muzikale arbeidsethos met een heerlijk West-Afrikaanse opgewekt ritme en fraaie opeenvolgende soli op kora en harp. In Dual rising – een compositie ontstaan na een samenwerking met de Colombiaanse harpist Edmar Castañena – etaleren zowel Finch als Keita hun technische capaciteiten in een swingende tune.
Tabadabang is een op West-Afrikaanse ritmen gebaseerde muzikale levensles, wederom met vocalen van Keita . De kora speelt hier duidelijk de lead, met de harp als ondersteuning. De opbouw van Jeleh Calon volgt min of meer de lijnen van opener Gobaith: van donkere klanken naar een meer optimistische en meer sprankelende sound. Slottrack Julu Kuta geeft expressie aan de wens nieuwe (klank)mogelijkheden voor harp en kora te creëren. Met de (klassieke) harp en de voetpedalen is enige chromatiek te realiseren. Voor de kora niet. Daarom ontwikkelde Keita een dubbelnek kora waarmee hij de chromatische mogelijkheden realiseren kon. Muzikaal wellicht minder vloeiend en aansprekend, maar als werkstuk en in uitvoering groots. Net als overigens het gehele album…