Shantykoren in aantocht

Geen Sail-evenement zonder schepen, maar ook niet zonder Shantykoor. Als straks in augustus de tall ships de haven van Amsterdam aandoen, zullen verschillende shantykoren het maritieme feest opluisteren. Want in het kielzog van de schoeners, clippers en barken worden ook zeemanskoren meegezogen. De nostalgie van de zeilzeevaart en de behoefte aan gezelligheid zorgen voor een opleving in de maritieme tak van ‘zangsport’. Shantykoren blijken zo een uitstekend alternatief voor het voetballen.

Sør Trekzak

Ontstaan
Toeval speelt vaak een rol bij het ontstaan van shantykoren. Joke Tjoelker uit Rottevalle (Fr.) weet dat: ‘Één keer per jaar organiseren we hier de “Sjong en Muzijkjoun”. In het dorpskrantje wordt dan een oproep geplaatst. Iedereen die muziek wil maken of iets wil zingen, kan daar terecht. In een minuut of tien mag iedereen zijn bijdrage leveren. Toen het voor de tweede keer gebeurde, heb ik wat mensen bij elkaar getrommeld. Er was al eens een koor geweest. De mensen zeiden wat leuk! Dat kunnen wij ook. Zo waren er een stuk of tien, twaalf mensen bij elkaar. Die wilden allemaal meedoen. Mijn man en wat anderen speelden trekharmonica. We zijn bij mij thuis een paar keer wezen oefenen. Ze waren allemaal razend enthousiast.’ Sindsdien treden “De Piipegaeltsje Sjongers” regelmatig op, ook ver buiten Rottevalle.
Ook Ulrum (Gr.) heeft een shantykoor. De Ollerommer Vlintboksems vervullen volgens Gerrit Mollema een soort streekfunctie: ‘We zijn in 1993 begonnen als vrienden onder elkaar. Ulrum is niet zo’n groot dorp. Het heeft, meen ik, 1.500 inwoners. Op zich is dat niet zoveel. Maar zangers pluk je dus ook niet zo van de straat. We zijn nu met 28 man. Allemaal uit de gemeente De Marne, dus niet alleen uit Ulrum maar ook uit Zoutkamp, Leens en Kloosterburen.’

Dat shantykoren aan de kust floreren, is begrijpelijk. Maar dat ze ver van zee ook populair zijn, lijkt merkwaardig. Joop Reijen van ‘Zingerij Dwarsgetuigd’ uit Nuenen (N-Br) vindt dat niet. De roep van het water blijkt ook daar de bindende factor: ‘Een aantal mannen in Nuenen heeft hun hart verpand aan de zee of in ieder geval daar een stuk verloren. Vier mensen die nog wel eens een zeiltocht of een boottocht maken, hebben in 1997 het idee opgevat: Waarom moeten die koren altijd in havenplaatsen liggen? Waarom kunnen wij hier ook niets doen? Dat blijkt een schot in de roos te zijn geweest. We waren bij de oprichting met 27 mensen. En nu hebben we een wachtlijst en 52 mensen.’

De meeste shantykoren bestaan uit mannen. Volgens Rensje Plantinga, één van de organisatoren van het Shantyfestival Workum, is dat begrijpelijk: ‘Het zijn allemaal mannen van rond de vijftig die er aan beginnen. Die zitten in de leeftijd dat ze niet meer bij de voetbal kunnen en toch willen ze wel iets met mannen onder mekaar. Dan ligt het zingen van dit soort liederen voor de hand.’
Volgens Joop Reijen klopt dat wel een beetje: ‘Gezelligheid is een absolute must. Maar bij voetbalwedstrijden hangt men waarschijnlijk nog wat langer aan de tap.’
‘De gemiddelde leeftijd van ons is zo rond de veertig’ weet Gerrit Mollema. Maar ook in Ulrum zijn mannen en gezelligheid belangrijke factoren.

Toch komen er steeds meer vrouwenkoren. Riekie van der Woude van “The Lady Pirates” uit Winschoten beaamt dat: ‘Wij zijn een echt vrouwenkoor en bestaan nu bijna een jaar. De gemiddelde leeftijd is zo’n 50 jaar. We hebben 34 leden en er zit nog steeds groei in.’ Het koor wil beslist geen mannen.
Rensje Plantinga denkt dat de vorming van vrouwelijke shantykoren een reactie is. Het viswijvenkoor “Grietje Sprot” is zo’n koor volgens haar: ‘Al die vrouwen komen van de IJsselmeerkust en hebben een workshop gedaan. Dat ze een koor zijn geworden, is zeker een reactie geweest op een koor alleen voor mannen.’

Festivals
Jaarlijks worden shantyfestivals georganiseerd. Plantinga: ‘Wij zijn nu zo’n twintig jaar bezig met het Shantyfestival in Workum. Het is ontstaan rond Liereliet. Een groep Friese muzikanten die mensen in de kroegen aan het zingen wilde krijgen. Nanne Kalma vormt daarin de spil. Het meezingen neemt binnen ons Shantyfestival een belangrijke plaats in.  Het tweede deel van de zaterdagavond is de sing around. Dan zingt iedereen een zeemanslied of shanty. Voorwaarde is dat je in je eigen taal zingt. Als wij bijvoorbeeld een groep uit Noorwegen hebben, dan moet die ook in het Noors zingen. Er bestaan niet alleen Engelstalige shanties. Vaak worden die in een belabberd soort Engels gezongen. Waarom niet liederen in je eigen taal want die zijn er genoeg?’

Piipegaeltsje Sjongers

De meeste shantykoren in Nederland en Duitsland zijn aangesloten bij de International Shanty and Seasong Association (ISSA). De vereniging, waarbij ruim 120 koren zijn aangesloten, organiseert jaarlijks verschillende festivals, onder andere in Winschoten. Gerrit Mollema: ‘Het festival speelt zich door de hele stad af. Je gaat daar eigenlijk pas na loting naar toe.’ Riekie van der Woude: ‘Er komen zo’n 25 koren uit Duitsland en Nederland. Daar doen wij nog niet aan mee. Dan moet je wel goed zijn. Wij zijn nog bezig ons te ontwikkelen.’

Het Shantyfestival in Workum is volgens Plantinga behoorlijk populair, maar toch kleinschalig: ‘We hebben een beperkt aantal plaatsen in het doopsgezinde kerkje van Workum. Er kunnen eigenlijk maar 100 man in. Maar het worden er altijd meer. De condens drupt dan van de ramen’. Het leukste is volgens Plantinga het meezingen: ‘Dat is ook het bijzondere aan dit festival. Als iemand in het Frans of Pools zingt, dan zing je dus het refrein in het Frans of Pools mee. De teksten staan op overheadvellen. Dat meezingen daar komen de mensen voor. Je ziet op zondagmorgen bijvoorbeeld mensen uit andere koren met video’s om op te nemen. Zodat ze daar zelf weer mee verder kunnen.’

Onderscheid
Ieder shantykoor wil zich onderscheiden. Sommige koren zoeken het in tot de verbeelding sprekende namen: De Magellan Singers, Rumor di Mare, Staende Tuygh, Loopend Tuyg, Zwalkers, Kaap Hoorn en Hornblower zijn enkele creatieve vondsten. En of ze bij Nacht En Ontij, in Westerstörm, Voor De Mast of Kantje Boord, als Roergangers en Raddraaiers, Barentszonen of  Nelson’s Blood zingen, de link met de zee is steeds aanwezig. Sommige koren zoals de Piipegaeltsje Sjongers, Sør Trekzak en zijn Piraten uit Muggebeet (Ov.) onderscheiden zich door het zingen in streekzaal. De Ollerommer Vlintboksems doen dat volgens Gerrit Mollema bewust: ‘Wij zingen in het Gronings omdat er hier in de regio heel goed Gronings gesproken wordt. Engels is overal al. Dus hebben we liedjes vertaald van het Duits en het Engels in het Gronings. We zingen wel enkele Engelse liedjes maar onze voorkeur gaat uit naar het Gronings.’

Zingerij Dwarsgetuigd beschouwt de shanty als werklied. Reijen: ‘Wij zijn bezig een stuk drama om de liederen heen te bouwen. We trachten de shanty uit te beelden. We zijn daar nog niet zo lang mee bezig, maar willen eigenlijk nog meer. We zingen veel in het Engels maar zijn op zoek naar anderstalige liederen; met name Noors of Deens. Daar is nog wel iets van over. Alleen is er natuurlijk wel een probleem met de uitspraak.’
Ook andere koren werken aan de betekenis. Tjoelker: Wij vinden dat shanties vooral werkliederen zijn die vroeger gezongen werden. Dat willen we zo houden. Wij laten de bewegingen er ook bij zien en dat heeft zijn charme. Er zijn van die grote koren die dan staan te zingen. Dat is zo koorachtig.’

Bij de Lady Pirates gaat het wel om het zingen. Riekie van der Woude: ‘We zingen nu al driestemmig en we proberen vierstemmig te zingen.’ Het koor zoekt het, net als Sør Trekzak, ook in de kleding. Van der Woude: ‘We treden op als echte piraten. We hebben allerhande soorten pakken gemaakt. In ieder geval niet normale kleren.’
De populariteit van de shantykoren valt af te meten aan de vele cd’s. Het Scheldeloodsenkoor,  dat al op vele plaatsen op de wereld is opgetreden, heeft er al negen. Andere koren hebben er nog geen. Populariteit blijkt ook uit de geografische verspreiding. Volgens Joke Tjoelker ‘heeft ieder dorp in Friesland een kerkkoor èn een shantykoor.’ Aan de groei van de shantykoren lijkt dus nog geen einde te komen. Maar toch is er sprake van concurrentie. Een nieuwe rage is in aantocht. Rensje Plantinga: ‘Het smartlappenkoor, dat is de nieuwe ontwikkeling’.

Piipegaeltsje Sjongers

Lezen:
James N.Healy: Irish ballads and Songs of the Sea (1967, ISBN 0 85342 074 2)
Stan Hugill: Zeemansliederen (Songs of the Sea), 1978, ISBN 90 228 19823)
Roy Palmer: The Oxford Book of Sea Songs (1988, ISBN 0 19 282155 5)

Luisteren:
Ollerommer Vlintboksems: Wie hôllen van Wiend (Lost Horizon, DPI96-10-101)
Piipegaeltsje Sjongers: Shanties en zeemansliederen (AMPS 9808)
Scheldeloodsenkoor: Stormy Weather (Eurosound, ES 47.344)
Sør Trekzak: Adieu to Mainuma (Eigen uitgave)
Liereliet: Van ‘t schip Batavia (Universe)
Paul Clayton: Whaling & sailing songs (Tradition TCD 1064)
Cabestan: Chants de marins; Tempête pour sortir…(Keltia, KMCD 58)
William Pint & Felicia Dale: Hearts of gold (Waterbug WBG 0008)

www.shanty.org
www.zeelandnet.nl/slk

© Dit artikel verscheen in New Folk Sounds 69, en wordt nu gepubliceerd in het kader van de folkcanon