Show of Hands

Show of Hands, Arsenaaltheater Vlissingen

Natuurlijk waren de trouwe fans aanwezig, maar Show of Hands speelde grotendeels voor een publiek dat voor het eerst in aanraking kwam met hun muziek. Gezien de reacties en de cd-verkoop hebben ze ook dat deel overtuigd van de muzikale kwaliteiten. Die reacties van de bezoekers na afloop van het concert waren eensluidend. Van “het beste concert sinds jaren” tot “100 procent topkwaliteit”, en alles wat daar zo’n beetje tussen zit.

Steve Knightley schrijft prachtige liederen, semi-autobiografisch, met een lichte melancholie, maar altijd heerlijk en eerlijk. Zijn songs zijn oprecht, gaan over echte mensen en echte gebeurtenissen. Met subtiele tekstwendingen geeft Knightley er een algemeen karakter aan. Zoals in een van de fraaie nieuwe songs die ze die middag ten gehore brachten. The Dive gaat over een vriend die uit duiken gaat, vergezeld van zijn vader in de volgboot. Eenmaal terug boven is die boot in geen mijlen te zien. Onderhuids speelt een vader-zoon relatie die Knightley op bijzonder ingenieuze wijze beschrijft. Het eveneens nieuwe Roots is een heuse protestsong. Een denigrerende uitspraak van een Welsh parlementslid over Britse volksmuziek inspireerde Knightley tot dit lied. Knightley en Beer sommen in het refrein een flink aantal zeer bekende tekstregels uit Britse folksongs op en leggen zo de link met het eigen culturele erfgoed. Dat gebeurde ook in twee uiterst knappe bewerkingen van traditionals. Reynardine en vooral Adieu sweet lovely Nancy werden, voorzien van een fris arrangement, adembenemend gebracht. Met name de driestemmige vocalen van Beer, Knighley en gastmuzikante Miranda Sikes waren loepzuiver en betoverend. Phil Beer was jarenlang de adjudant van Ashley Hutchings in diens Albion Band, maar speelt in Show of Hands de rol van afmaker met enerzijds flitsende en anderzijds zeer ingetogen soli op fiddle, gitaar en mandoline, terwijl Knighley voor een robuuste basis zorgt middels gitaar, mandoloncello of quatro. De inbreng van Miranda Sikes op contrabas geeft net iets meer diepte aan de rijk gevarieerde arrangementen. Hilarisch was het enigszins sarcastische intro op de cd-verkoop met als kern dat je zoveel mogelijk cd’s mag kopiren. De eigenaar van de illegale kopie komt een volgende keer gewoon naar het concert, zo blijkt. Als het aan Show of Hands ligt, duurt dat niet weer vier jaar. Daar zal het Vlissingse (en overig Nederlandse) publiek het roerend mee eens zijn.