Snaarmaarwaar presenteert nieuwe cd Block

Zondagavond 21 september stelde het virtuoze snarentrio Snaarmaarwaar haar derde cd Block voor in het multiculturele kunstencentrum Moonbeat in Mechelen. Een prima locatie in de periferie van centrum met een fraaie, kleine, maar goed geoutilleerde zaal . Alhoewel Snaarmaarwaar zeer gewild is in het balfolk circuit, vind ik dat je dit trio goed moet beluisteren om alle finesses en subtiliteiten die ze in hun arrangementen stoppen te kunnen ontwaren.

snaarmaarwaar: Maarten Decombel, Ward Dhoore, Jeroen Geerinck

snaarmaarwaar: Maarten Decombel, Ward Dhoore, Jeroen Geerinck

De Moonbeat zaal voldeed daar aan. Mandolaspeler Maarten Decombel stelde telkens de tracks van de cd voor. Dat deed hij soms wat aarzelend, struikelend over woorden of zinnen, maar dat kwam de spontaniteit alleen maar ten gedoe en verkleinde daarmee ook de eventuele afstand tussen podium en zaal. ‘Er zijn nogal wat veranderingen’ zo begon zijn introductie. ‘We zijn weer meer richting traditie gegaan en we hebben elementen toegevoegd in de studio. Maar de belangrijkste verandering staat hier in het midden’ doelend op Ward Dhoore, die toch al anderhalf jaar geleden voorgaande mandolinespeler Peter-Jan Daems is komen vervangen.

Dat Snaarmaarwaar teruggrijpt naar de traditie betekent niet dat ze traditioneler is geworden. Integendeel. Op enkele echte overgeleverde melodieën en teksten en eigentijdse composities van bijvoorbeeld Sharon Shannon en Marten Scheffer (Slagwerk, Overstekend wild) na, komen alle melodieën uit de pen van Maarten Decombel. Dat ontdek je dan tijdens de presentatie of als je de mooi verzorgde inlay van de cd doorleest. Daarmee bewijst Decombel dat hij de stiel van het ‘genre folk’ tot in de puntjes beheerst. De aanpassing van klank(kleur) werd al voorzichtig op een voorgaande cd ingezet. Nu echter wordt het een handelskenmerk van het drietal. Hoofdverantwoordelijk voor de –meeste- effecten en geluidscreaties is gitarist Jeroen Geerinck, die daarmee niet alleen de motor, maar tevens het smeermiddel is van de formatie. Live op het podium kan niet alles gereproduceerd worden. Fraaie illustratie daarvan was de openingstrack op de presentatieavond, waar uit de boxen de klanken van het nummer Tjanne schalden, zonder dat er ook maar een muzikant aanwezig was of een snaar beroerd werd. Op geïmproviseerde klanken op een Rhodes soleert een versterkte, gemanipuleerde gitaar en dat is op de bühne (nog) niet live uit te voeren. Snaarmaarwaar speelde de voltallige cd, inclusief dus Tjanne waarover Decombel nog opmerkte dat “branders” de track moesten knippen en achteraan de opnamen plakken, zoals op de cd”.

Scannen0001De insteek van Snaarmaarwaar mag dan meer terug naar de traditie zijn, daarmee is hun muziek zeker niet traditioneel. De formatie klinkt als een akoestische rockgroep met de finesses van de folkmuziek. Strakke, krachtige ritmes met een volle sound, opgesmukt met geluidseffecten, vervorming en klankmanipulatie- zoals bijv. de vervormde akoestische gitaar van Geerinck-, gaan nauwsluitend samen met fraaie lyrische en ontroerende melodieën. Die krachtige sound spreekt mij erg aan, met daarbij geniale toon- en maatsoortwisselingen, zoals bijvoorbeeld in de plinn Roscoff, of de instrumental de zeven scharen. Toch was het hoogtepunt van de avond de sublieme wals Nightrider: verstild, verfijnd, met schitterende details in fraai harmonieus samenspel. Opmerkelijk was nog het traditionele Brugse stapellied Patrysse. Decombel mag wat mij betreft vaker de microfoon gebruiken en niet louter voor de aankondigingen.

Rest nog de verklaring van de titel van de cd. Volgens Dhoore, die tevens verantwoordelijk is voor de vormgeving, is die ontstaan tijdens een soort van filosofeermoment. ‘We wilden weer iets met snaren, maar niet het geijkte instrumentarium en de muzikanten. Het idee ontstond om een niet bestaand instrument te gebruiken. Dat is het houtblok geworden. Het is een prototype van wat komen gaat hé’. Behalve virtuoze muzikanten hebben ze ook nog humor, die gasten van Snaarmaarwaar….