Solia – Tous les parfums

Tous les parfums
(Homerecords, 444 6244)

De zon laten schijnen over muzikale pareltjes uit vaak in musea bewaarde Waalse manuscripten, in gemoderniseerde, fris gearrangeerde bewerkingen van traditionele melodieën en liederen, dat is wat Raquel Gigot (accordeon en zang) en Marielle Vancamp (nyckelharpa, viool en zang) beogen met deze bloemlezing van vooral dansnummers. Daarin mochten naast onder meer menuetten, passepieds, walsen, mazurka’s en scottisches, zeker ook matelottes niet ontbreken.
Gigot lijkt aan elke hand over een dozijn vingers te beschikken wanneer de harmonieën en ritmes uit haar trekzak weerklinken, terwijl minstens evenveel virtuositeit tentoongespreid wordt in het strijkersspel van Vancamp. Openen doen ze met een in koorzang begeleid Andante dat ze plukten uit het manuscript van Wandembrile en verrast vanuit zijn eenvoudige schoonheid.
Af en toe duikt een gast op, zoals gitarist Thibault Debehogne in Aimable vainqueur dat opgediept werd uit het repertoire van barokcomponist André Compra (ca. 1700), of Renaud Dardenne die aan Mazurka een typische manouche swing verstrekt, typisch voor de musettestijl die ongemeen populair was in de jaren ’40, en daarnaast het lichtvoetige lied Sans mentir mee ondersteunt. Het intrieste – ook ooit door Edith Piaf – in het Waals gezongen lied Leyiz me plorer (‘Laat me wenen’) stak in haar lade van mooiste liederen en wordt hier nieuw leven ingeblazen.
Pittig, mee door de percussieve insteek van Fred Malempré, gaat het eraan toe in La verdure (het enige nummer dat ze buiten Wallonië gingen zoeken, en aantroffen in een Gents manuscript). Ook sloop er wat compositiewerk van Raquel binnen met onder andere een set mazurkas, terwijl Marc Malempré muziek zette op Tous les parfums, een gedicht van Guillaume Appolinaire, dat een toets dwarsfluit mee krijgt via gaste Adeline Ghilain. Zij is ook van de partij voor de, tijdens de lockdown door Marielle neergeschreven set scottishes, die hier niet mocht ontbreken. Voorts botsten ze op een 13de eeuws trouvèrenummer van Gontier de Soignies, terwijl ook Belle Rose de Middeleeuwen ademt, niet in het minst door de percussietoets die Fred er aan toevoegde.
Een innemende ballade treffen we in Sur le bord de la mer dat ze terugvonden in de verzameling van Françoise Lempereur, hier gekoppeld aan La pastorale uit het manuscript van Jamin. Ontroerend is de Marielle’s compositie die een geluidsopname covert van de eerder dit jaar overleden Jean Gigot, vader van Raquel, terwijl de laatste noten voorbehouden zijn aan een veldopname van het carillon van Mons, in 1974 bespeeld door Paula Van de Wiele.