Svøbsk – Den langfingrede

Den Langfinrede
(GO’DANISH FOLK MUSIC, GO0621)

Sinds 2003 vormen het duo en koppel Maren Hallberg (accordeon) en Jørgen Dickmeiss (viool, bratch, mondharp,  gitaar en zang) een van de meest actieve livebands op Deense podia. Hun naam verwijst trouwens naar een dans waarin je rond-en-rond danst in een innige omhelzing, tot je ‘svøbsk’ wordt.
Soms, zoals hier op dit album, versterken ze hun instrumentale bezetting met Theis Langlands (piano en mondharmonica) en Simon Busk (percussie), wier bijdragen heel accuraat het dicht geweven muzikale patchwork weten te complimenteren, en zonder discussie een substantiële meerwaarde bieden aan de arrangementen.
Hun inspiratie stoelt op de erfenis van andere Scandinavische  muzikanten en minnestrelen  uit diverse tijdsperiodes, en vertolkt ook hun openheid naar Europese folkmuziek in het algemeen. Op dit album treffen we evenwel enkel eigen composities, vooral van Dickmeiss zelf, hoewel ook de anderen in de pen kropen. De titel van hun vijfde album verwijst hier trouwens naar. Je moet lange vingers hebben wanneer je zelf muziek schept en tegelijk stukjes leent van muzikanten die je voorgingen, om continuïteit in het genre te houden.
Het resultaat van deze oefening is natuurlijk dat ze kiezen voor een lappendeken waarbij vrij diverse tonaliteiten en nuances uit het muzikale palet van de folk aan bod komen. Sommige kleuringen ogen hierbij heel fel en fris, zoals Busk’s instrumentale Blodmåne, waarin viool, accordeon en percussie in een boeiende dialoog verwikkeld zitten. Andere zijn misschien net wat meer verschoten, zoals het door hen bewerkte lied Nu flyver jeg, oorspronkelijk van Larsen & Kjærulf), waarin Katrine Daugaard mee de backings komt versterken, een langzaam voortdeinend, mee door mondharmonica gedragen, kleinkunstnummer.
De eerlijkheid biedt ons hierbij op te merken dat de teksten voor kenners van het Deens ongetwijfeld een surplus zullen betekenen. Enkele instrumentale nummers zullen menig danser weten te verblijden, en hierbij is Dickmeiss’ Bramstrup/Den langfingrede zonder discussie een toppertje dat ook ruimte laat voor enkele blitse akoestische loops net zoals in zijn Roomster, nu eens samen, dan weer door de instrumenten apart gedragen. Voor een stevige uptempo, met onder andere de mondharp in een hoofdrol, kan de luisteraar terecht bij Snowville, dat netjes gecounterd wordt door het liefelijke Den tabte vals van de hand van Hallberg en Busk’s plechtstatige Morfars march.