Symbio – Rising

Rising
(Nordic Notes, NN 119)

Met Rising zijn Johannes Geworkian Helman (draailier) en LarsEmil Öjeberget (chromatisch accordeon, kickbox) aan hun tweede proefstuk toe, na hun niet aan de aandacht ontsnapte eersteling Phoresy (2016). Dat jaar ontvingen ze trouwens de ‘Scholarship for young music ensembles’-award, vanuit de Royal Swedish Academy of Music.
Opnieuw weten ze ons te bekoren met hun niet evidente maar desalniettemin magische combinatie van instrumenten, waarmee ze ons andermaal op weg helpen tijdens een instrumentale reis, waarin steeds andere droombeelden en visioenen hun opwachting maken. In hun composities gaan folk, minimalistische en elektronische dansmuziek een kleurrijke fusie aan, en leveren een set op van allerlei stevig doorgroefde, auditieve landschappen, waarbij hun instrumenten zich in elkaar verstrengelen tot een stevig muzikaal weefsel waar je een berg mee op kan. Hun energieke en heel intieme interacties doen dan ook de naam van het duo alle eer aan.
Een van hun keurmerken bestaat uit de talloze naadloze wederzijdse overnames van melodie- en begeleidingsrol. Duidelijk is ook dat Johannes zich heel sterk laat inspireren door zijn idolen, Valentin Clastrier – met in zijn kielzog Gilles Chabenat – enerzijds en Matthias Loibner anderzijds.
Acht taferelen telt dit album, dat voor mijn part iets langer had mogen duren. Daarbij verrassen ze meteen met een heel aarzelend openend nummer dat evenwel heel snel openbreekt in een rush die kracht bijgezet wordt door bourdon en kickbox, terwijl af en toe even op adem gekomen wordt. Een Welshe toehoorster van dit op dat moment nog anonieme nummer schonk het de toepasselijke titel Hiraeth (‘Verlangen naar thuis’). Het geladen The last Summer wordt geïnspireerd door de herinnering aan de allerlaatste ontmoeting die je (achteraf gezien) bleek te hebben gehad met een geliefde die er niet meer is. Het zijn haast walvisgeluiden die de Secrets of the sea naar de luisteraar brengen, terwijl de boten de haven binnenvaren… Op de uitkijkpost is iedereen present om angstvallig af te wachten of de geliefden er nog bij zijn. Steeds blijven er verhalen achter op de zeebodem.
De voortdurende golving van gevoelssferen en -stemmingen vormt uiteindelijk het leitmotiv binnen dit album, waarbij evenwel het vreugde- en plezierfacet zeker niet onder de radar blijft, getuige het wervelende A hundred years of joy and sorrow. Er is dus ook zeker geen gebrek aan positieve, hoopvolle noten binnen hun instrumentale poëzie, getuige After the fire en het ronkende titelnummer Rising, dat ons laat dromen van een nieuw begin na het noodgedwongen afsluiten van een hoofdstuk of dieptepunt in het leven. Heel lichtvoetig sluiten ze dit avontuur af met You and me – together we fly, waarmee ze ons uitnodigen even onze ogen te sluiten en mee op te stijgen.
Andermaal pakken ze dus uit met een heerlijk stel nummers ontstaan vanuit het hart, en verwacht zeker geen meligheid, die vervolgens een organisch groeiproces doorliepen, waardoor ook hier het geheel veel meer is geworden dan de som van de delen.