Tamala – Lumba

Lumba
(Muziekpublique 14)

Het trio Tamala bestaat Mola Sylla (zang, xalam, kalimba, riti, percussie), Bao Sissoko (kora, calabash, zang) en Wouter Vandenabeele (viool). Zowel Sylla (Amsterdam) als Sissoko (Brussel) komen oorspronkelijk uit Senegal. De authentieke Vlaming Vandenabeele mag je door zijn vele samenwerkingen met andere muziekculturen wellicht een globetrotter noemen.
Lumba
is de opvolger van hun titelloos debuut. Lumba betekent in het Mandinka zoveel als ‘de grote dag’, een dag van verandering waarop de wereld beter wordt, ontdaan van onrecht, een eerlijke verdeling van goederen en geld, van respect en waardigheid voor je eigen cultuur om daarmee met open vizier naar de wereld te kunnen zien. Lumba  draagt dat uit en is daarmee een maatschappelijk en sociaal betrokken album.
De teksten, van Sylla, worden gezongen in afwisselend Wolof, Soussou en Fula, drie talen uit het West-Afrikaanse gebied. De stem van Sylla is doorleefd, soms wat ruw, maar energiek en toch ook aangrijpend. Hij krijgt in een aantal songs ondersteuning van Sylvie Nawasadio. Openingstrack Yandul zet al gelijk de toon: relaxed swingende ritmen uit de riti en de melodische begeleiding door de kora. In Sira  hoor je hoe de assimilatie tussen West Afrikaanse instrumenten (kora, calabas) en Westerse (viool) tot een succes wordt gemaakt.
Het vioolspel van Vandenabeele past naadloos in de structuur en contouren van de West- Afrikaanse blues, ondanks dat de kenmerkende vibrato’s en de lange gestreken tonen niet specifiek voor die muziek is. In Oicci mi doet het trio daar nog een schepje bovenop door het integreren van de mondharmonica (Olivier Vander Bauwede).
En zo is elk nummer verrassend. Is het niet de muzikale integratie, dan wel de weergave of de passie waarmee de muziek wordt vertolkt. Het spel van Sissoko is meestal ingehouden, fijn en breekbaar, maar af en toe komt hij energiek uit de hoek. Lumba is behalve muziek uit het hart ook muziek voor de medemens, in vele betekenissen.