Tangi Le Gall-Carré – Neus

Neus
(Paker Prod 033; Xango Music Distribution)

Tangi Le Gall-Carré, accordeon voorman bij Startijenn, heeft met gasten John Joe Kelly (Flook, bodhran), Ronan Le Bars (uillean pipes), Donal O’Connor (fiddle), Sylvain Barou (houten dwarsfluit, uillean pipes), Ronan Pellen (cittern) en Startijenn bassist Julien Stevenin een subliem album uitgebracht.
Ditmaal geen samenwerking met Erwan Moal, maar een album onder eigen naam met louter eigen composities. Die zijn nauwelijks of zelfs niet van traditionals te onderscheiden. Het lijkt er bovendien op dat Le Gall-Carré met elk album groeit, doorontwikkelt, beter wordt. En hij behoort al tot de toptrekzakspelers op deze aardbol.
Openingstrack Tarzh an deiz/Serr-noz is een duet tussen de trekzak en de fiddle van O’Connor: de vingers zweven over de snaren en de knoppen, ondersteund door een heerlijk knorrende bas en subtiele begeleiding door de cister. Het opgewekte karakter van de tune doet naar meer verlangen en je wordt verder op het album niet teleurgesteld. Het is louter topniveau wat je op deze schijf hoort.
Neus is een heerlijke wals of musette, solo gespeeld op trekzak. Hier ontwaar je duidelijk het fantastische samenspel tussen rechter- en linkerzijde van de trekzak en presteert La Gall-Carré het om naast de vlot lopende melodie ongeëvenaarde basloopjes en ritme-accenten te produceren. Ker Anig is een hedendaagse folktune, maar wordt – eveneens solo – gespeeld met de energie van een metal hardrockband. De met effecten vervormde trekzaksolo doet niet onder voor een gillende elektrische gitaar. Dit is Jimi Hendrix op de trekzak.
Maar evenzogoed kan de Breton ontroeren in fraaie airs zoals An Anfin. Het Galicisch aandoende Niembu/Madinina’s jig/Suchard’s favourite kent mooie tegenmaten en akkoordaccenten van de cister en een lekker klagende uillean pipe naast de fiddle. Die pipes krijgen ook een hoofdrol in Anhun, waarmee Le Gall-Carré aantoont dat je niet altijd in de picture hoeft te staan om een essentiële rol te spelen. Als begeleider hier met een knappe begeleiding met veel staccato ritme accenten, maar ook weer met een korte solo met vervormde trekzak.
Het eenmansorkest Le Gall-Carré laat in Fulor/Follentez/Distan en Milendall nog een keer een hoogstandje horen in het kunnen boeien met slechts 1 instrument, waarbij de toeschouwer slechts met open mond gebiologeerd toeluistert. De tunes met Barou – Luminosa osairidad en Nozvezh didermen – zijn qua muzikale structuur vernieuwend, terwijl Kevin’s reel/ The session een staaltje is van moderne Ierse folkrock, soms denkend aan Donal Lunny’s Coolfin, mede door de knorrende bas van Stevenin.
Dertien is in dit geval een geluksgetal, want zoveel pareltjes krijg je op deze plaat die een standaard zet in zowel het Bretonse hedendaagse folk- als trekzakwerk.