Têtes de Chien – Portraits d’hommes

Tetes de chien
(Frémeaux & Associés FA 571)

Vijf mannen uit Parijs vormen dit kwintet. Hun groepsnaam haalden ze uit het Frans gezegde ‘Parisien, Tête de chien, Parigot, tête de veau’. Hun naam verwijst dus meteen naar de Franse hoofdstad. Maar alle vijf zijn ze afkomstig uit een Franse regio, rijk aan traditionele liederen. Het zijn Corsica, Auvergne, Roussillon, Poitou en Provence. De groep benoemt zichzelf als ‘Hedendaags a capella kwintet voor traditionele liederen’. Dertien van de vijftien liederen die ze op deze cd zingen komen uit de bekende bundel ‘Anthologie des Chants Populaires de France’ van Joseph Canteloube.
Nooit hoorde ik Franse traditie op zo’n manier gezongen. Met vijf stemmen toveren deze mannen oude liederen om tot soms totaal nieuwe gezangen. Klinkt het eerste nummer La mal mariée vengée nog vrij traditioneel, bij het overbekende J’ai vu le loup dat al door tal van traditionele groepen werd gezongen, hoor je een improvisatie met stemmen die je haast niet voor mogelijk houdt. Er wordt goed gezongen door de verschillende leden. Soms klinkt het unisono, een andere keer mooi meerstemmig in harmonie. Vaak is er één voorzanger terwijl de andere leden percussiegeluiden maken of klanknabootsingen laten horen.
Een lied als L’ânesse est tombée en fossé kon mij bijzonder bekoren. Terwijl de voorzanger het trieste verhaal van de ongelukkige ezelin zingt, hoor je het arme dier balken en het knarsen van de wielen van de kar. Elk lied krijgt een eigen bewerking, totaal verschillend van de andere, wat je als luisteraar van de ene verbazing in de andere doet vallen.
De stemmen van de vijf mannen zingen dus (uiteraard) maar fezelen, murmelen, roepen, fluiten, en ga zo maar door. Alles wat je met een stem kan doen gebruiken ze. Hun vertolking van À Genn’villiers klinkt bijzonder mooi. De klassieker À la claire fontaine, het laatste nummer op deze cd, klinkt ook anders dan ooit tevoren.
Na het beluisteren van deze eerste cd van Têtes de Chien weet je dat traditionele liederen zingen ook best kan zonder accordeon, draailier of doedelzak. Deze a capella groep verdient een plaats op de folkfestivals, deze zomer. Welke organisator programmeert hem?