The Gloaming – Live at the NCH

Live at the NCH
(Real World CDRW219)

Na The Gloaming verscheen The Gloaming 2. De derde schijf van het Iers-Amerikaanse vijftal volgt de nummering niet verder. Wellicht omdat het een liveregistratie is van concerten in Dublins National Concert Hall in 2016 en 2017. Zes tracks krijg je slechts voorgeschoteld, maar zoals gebruikelijk bij The Gloaming zijn dat zes symfonietjes. Uitgewerkte, uitgesponnen, afwisselende, sterk uitgewerkte en vertolkte werkstukken met een lange speelduur tussen de 7 en 19(!) minuten.
Het is een gekend concept van de formatie: een bijna klassiek aandoend begin met een vertraagde jig, reel of welke uptempo melodie dan ook, waarbij diverse klanknuances naar voren komen. De dynamiek neemt subtiel toe, waarna de boel losbarst in een orkaan van stevig en uptempo gespeelde melodieën.
Dennis Cahill (gitaar) en Martin Hayes (viool) pasten dit concept al eerder toe in hun duo samenwerking. Ze vormen dan ook het hart van het vijftal. Toch is de rol van pianist Thomas Barlett misschien wel bepalender voor het totaalgeluid. Zijn zeer dynamische spel, met knappe staccato aanslagen, dan weer met krachtige tegenmaten of sublieme harmonischen of onnavolgbare improvisaties, is een ferm fundament.
Toch is subtiliteit niet vreemd getuige de fraaie begeleiding van het lied Cucanandy. Daarin hoor je het volgende element dat de groep kenmerkt. Niet alleen folky invloeden, naast het licht klassieke vleugje, maar tevens jazzy toevoegingen. Het 13 minuten durende The sialor’s bonnet is het ultieme voorbeeld. Alles ligt in dit nummer besloten. Een vergelijkbaar proces vind je terug in de 19 minuten durende afsluiter Fainleog.
Een rustpunt in het geweld vormt zanger Iarla O Loinaird. Deze meester van de sean-nos beheerst het ingetogen zingen als geen ander. Zijn slepende wijze van zingen moet je leren waarderen. Caoimhin O Raghallaigh treedt wat minder op de voorgrond met de hardanger, maar juist dat instrument zorgt voor de onmisbare schakel in het totaalgeluid.
Enig minpuntje is dat gezien de standaard aanpak van nummers de verrassing na drie albums er wel een beetje van af is. Het blijft desondanks genieten.