The Helen Flaherty Band – Gazing at the Moon

Gazing at the Moon
(Appelrekords, APR 1385)

Voor Schotse en Ierse liederen en ballades met een ziel vormen de bloemlezingen van Helen Flaherty (zang, bodhrán) reeds jaar en dag een kwaliteitsgarantie. Niet anders is het op dit album dat ze even niet met Shantalla, maar wel met met Ies Muller (fluiten, zang), Philip Masure (gitaar, citer, percussie, zang) en Siard de Jong (violen, bouzouki, mandoline, whistle, zang) vorm gaf.
De frisse twinkelingen van onder meer fluiten en ritmesectie tekenen meteen voor de stemming in de traditional The outlandish Knight, een nummer dat Helen leerde kennen in de versie van Danú en hieraan de tekst, gebruikt door Nic Jones koppelde. Philip bracht met Edith’s Lament het verhaal van Willem van Gheluwe, een Vlaamse soldaat uit WO I aan, dat hij ontleende aan en op podia bracht met Guido Piccard. Hun interpretatie wordt verrijkt met subtiele koorzangpassages, een smaakvol ingrediënt dat we wel vaker terugvinden op deze schijf. Ook het door Maurice McGrath geschreven (anti)oorlogslied Winsome ways verdient een eervolle vermelding.
Nog meer triestheid wordt uitgestraald door James Keeleghan’s Cold Missouri waters, waarin hij de door brandweerlui gebrachte offers onder het spotlicht plaatst. Met Fair flowers of the valley pakken ze een traditional aan, die talloze versies kent en waarbij ze zelf kozen voor die van Tim O’Brien. Dit zorgt voor een totaal andere inkleuring als deze die we kennen van de eersteling van Shantalla. Goed gedoseerde melancholie vinden we ook terug in The old churchyard, waarin naast de duetzang van Helen en Philip de integere vioolinbreng zich laat opmerken. Deze laatste mag uiteraard, in tandem met de fluiten, volledig openbreken in de daarop volgende set reels, het enige instrumentale intermezzo, waarna Masure de solozangpartij zowaar overneemt in All that you ask me van Kieran Goss.
Altijd een waagstuk om een overgereproduceerde evergreen alsnog te willen aanpakken. Helen slaagt er echter wonderwel in Scotland the brave van een best te pruimen jasje te voorzien, onder meer door het strakke marsritme te verlaten en er zo een swing in weven. Oerdegelijk, puur en zonder overbodige franjes.