Thierry Biscary – Manez eta kobreak

Manez eta kobreak
(Kalapita productions, Xango Music Distribution)

Als autodidact legt Thierry Biscary zich al geruime tijd toe op de Baskische traditie en past deze in heel diverse projecten. Zo ontmoette hij in 2006 de pianistes Katia en Mariella Labèque. Ze sloegen de handen ineen om ook Baskische instrumenten toe te voegen aan hun interpretatie van Ravel’s Bolero. Anderen zullen hem wellicht kennen als de oprichter van Kalakan in 2009, waarmee hij een zevental jaar furore maakte als trio op zich, maar die zich ook lieten inschakelen in ruimere wereld- en klassieke muziek, en zelfs popmuziek in een samenwerking met Madonna.
De hier voorgestelde cd belicht evenwel zijn onlangs  opgestarte solocarrière, waarin hij zich ontpopt als singer-songwriter. Voor zijn eerste album Manez eta kobreak laat hij zich omringen door een (mee)zingende brassband, bestaande uit Vianney Desplantes (eufonium), Bixente Etchegaray (trompet), Laura Etchegoyhen (saxofoon), naast  Mintxo Garaikoetxea (viool) en Ana Telletxea (accordeon). Zij staan borg voor een heel gevarieerd mengsel van koorzang en instrumentale begeleiding.

De teksten ontleent hij aan diverse prominente Baskische dichters. De eerste in de rij is Xabier Euzkitzi een journalist en ‘bertsolari’, een gerenommeerde versimprovisator in het Baskisch, met Zapetagilea, dat ondanks de schijnbare lichtvoetigheid van dit door eufonium en trompet ondersteunde nummer, een kritische blik werpt op de import van schandalig goedkoop schoeisel uit Mumbai.
Zelf kruipt hij ook in de pen, eerst met Xarpota, waarin de Baskische traditie stevig doorklinkt, onder meer door de impregnerende percussie van Ander Zulaika Cenento, in de ritmiek nagevolgd door de kopers. Hierin bezingt hij dat het land diegene behoort die het ontwikkelt. Verder maken we kennis met zijn poëzie in Margitta, een innig mooi intimistisch, onder accordeonsteun ingezet liefdeslied, waarin hij bezingt hoe hij de stoel van Margitta met bloemen wilt versieren, en instrumentaal afgesloten door de kopersectie.
Ook heel sober a capella gezongen, met de vrouwenstemmen in de koorzang,  is zijn tragische Zain nago, Zainetan dago waarin hij over de conflictueuze relatie verhaalt tussen een vader en zijn oudste zoon. Enige melancholie weerklinkt in Manez eta nakosa, van de hand van de in het Franse Bayonne geboren Itxaro Borda, waarin twee bohemiens naar jarenlange zwerftochten beslissen zich definitief te settelen. In beide nummers breekt de koorzang open in de refreinen.
Hij schreef ook het onbegeleid en solo gezongen rebelse Ez dut nik. Thema hier is: “Ik geloof niet in God, ik wil de wereld in brand zetten”. Ook het eerste deel van Larrean amoroski, waarmee we in een feestelijke fanfarestemming treden, is van zijn hand, terwijl het tweede een toonzetting vormt op een liefdesgedicht van de eveneens uit Frans Baskenland afkomstige Aurelia Arkotxa.
Ook het door Uxue Alberdi geschreven Joana is een liefdeslied, ook al twijfelt ze of ze gaat, dan wel blijft. Ingezet op begeleiding door handpercussie en accordeon, valt de brass er wat later stevig in, waardoor het nummer een balkantoets meekrijgt. Zij leverde ook de tekst van 100 alargunen dantza waarin ze in een weemoedig a capella de solidariteitsdans van de 100 weduwen van Bermeo bezingen, naast Goxo-goxo hil, een door winters klokkenspel ingeluide beschouwing over hoe een idyllische liefde heel traag uitdooft, zonder dat dit enkel intriest hoeft te zijn, getuige enkele clowneske vocale passages en eerder blijmoedig gefluit als coda.
Een echte meezinger in het refrein, en trouw aan de Baskische traditie is het burleske Libertimenduetan (een tekst van bertsolari Jon Maia), een oppepper met als ultieme boodschap: “Het karakter zit in jou, wees jezelf!”.  Amets Arzallus Leireki, verhalend hoe een weduwnaar en een weduwe beslissen hun eenzaamheid te verenigen, kreeg eveneens een heel luchtig burlesk jasje aangemeten, en een instapklare meezinger als refrein.
Dit interessant soloproject eindigt met Soaz amodioa errateraino van Manex Erdoxaintzi-Etxart, dat haast weerklinkt als een telrijm: “Ze zijn met een, twee, drie, duizend,… deze die ik op mijn weg ontmoet”. Onder lichte koperbegeleiding gaan de stemmen hier rijm per rijm in dialoog.