Trio Dhoore – August

August
(Trad Records, TRAD 004)

Hun nieuwste album werkten de drie broers Dhoore – Hartwin (diatonisch accordeon), Koen (draailier) en Ward (gitaar, maar ook elektrische gitaar, kick, syntheziser, soundscapes) – heel organisch en synergetisch uit. Ze legden de lat hierbij hoog voor zichzelf, niet in het minst omwille van hun ambitie vanuit Vlaanderen verder internationaal door te kunnen breken. Daarom verkozen ze nu ook een titel met Vlaamse referentie, evenwel gemakkelijk toegankelijk over de landsgrenzen heen.
De negen nummers, allemaal eigen composities (lees Trio Dhoore), die geleidelijk groeiden vanuit puik teamwork en een gestaag rijpingsproces. Elk van hen bleef van begin tot einde betrokken bij de uitwerking van de thema’s, ‘sferen’ die opgeroepen werden vanuit een verhaal, een gedeelde ervaring… Ze zetten dan ook een stapje verder in evolutie van de neotraditie door heel veel aandacht te besteden aan de klankassemblage. Pure, melodieuze akoestische soundscaping dus, waarmee ze stemmingen en emoties weten te versterken, en zich nog meer dan op de vorige albums verwijderen van de pure balfolkmuziek. Zo richten ze zich uitdrukkelijker naar een aandachtig luisterpubliek.
Er wordt dus heel harmonisch gedacht, waarbij heel veel ruimte geboden wordt aan de drie instrumenten. Een heel controversiële plaats werd hierbij toegemeten aan de draailier. Bourdons zijn niet aan de orde, omdat die teveel ruimte innemen en vooral de heel brede en diepe gitaarlijn zouden verstoren. Voor hem staat de klank van de melodiesnaar (liefst maar één om het laatste tikkeltje dreigende ‘valsheid’ weg te vegen) hoog in het vaandel, waarbij de kleur in de buurt komt van altviool of cello. Heel af en toe benut hij zijn trompetsnaar. Zo past hij zich evenwichtig tussen de twee andere instrumenten. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor het accordeon, waar de baslijn soms gewoon achterwege gelaten wordt omdat die reeds voldoende gelegd wordt door de gitaar van Ward. Dit helpt hen een stuk vooruit in het vaak haast ongemerkt laten overgaan van de melodie- en begeleidingslijn over de drie instrumenten.
Rednak is een ‘dank je wel’ aan hun goeie vriend Lander Cardon, die het artwork voor deze cd ontwierp. Extravert technische virtuositeit aan de dag leggen hoeft duidelijk niet altijd, soms is ‘less’ net een beetje ‘more’. Soms door het bewust binnenbrengen van rustmomenten met een uitgesponnen bridge bijvoorbeeld, wat de spanningsbogen binnen de nummers intensiveert. Paradoxaal genoeg levert dat uiteindelijk een heel ‘vol’ klinkend klankenpatroon.
Het titelnummer vormt een ode aan ‘August’, een legendarische IJslandvaarder wiens verhaal hen deed beseffen welke gelukzalige vrijheid ze kennen om datgene te doen waar ze echt zin in hebben. Heuvelland werd het eerste nummer dat ze op punt zetten tijdens een weekje als ‘artists in residence’ in de buurt van Dranouter. Het is meteen het eerste van een aantal nummers die verwijzen naar gedeelde ervaringen in hun leven. Andere kregen een metaforische titel toegewezen, zoals Haven symbool staand elke veilige plek waar je telkens weer kunt op terugvallen. Dit nummer is een melancholische ondertoon niet vreemd, mede door de inbreng van Gregory Van Seghbroeck, die her en der de klankentapijten mee komt inkleuren op bugel en/of eufonium.
Ook producer Jeroen Geerinck legt af en toe een extra lijntje op harmonium en/of syntheziser. Het vormt wellicht meteen een knipoogje dat Ward er uitgerekend op Trad (verwijzend naar hun studio) voor kiest om even elektrisch te gaan. Een buitengewoon pareltje, hoewel de andere niet hoeven onder te doen, is zeker ook Noord, een speelse verwijzing naar het eiland Saaremaa in Estland, waar Hartwin ging wonen met zijn vrouw Leana en van hun eerbetoon aan hun ouders in Speelhuis krijg je als luisteraar een onnoemelijk warm gevoel. Dit album is een must voor eenieder die verlekkerd is op gedegen, akoestische, instrumentale gastronomie.