Tristan Driessens – A folk dancer’s journey

A folk dancer’s journey
(Seyir Muzik, Xango Music Distribution, 2GN 005)

Onze wellicht grootste meester op oud, en de laatste jaren vooral bezig met talloze boeiende, Oosters geïnspireerde, projecten (waaronder Refugees For Refugees), liet eerder al zijn liefde blijken voor onze eigen (dans)traditie toen hij ons onder meer wist te bekoren met Balacordes Duo. Op A folk dancer’s journey gaat hij andermaal voluit de oriëntaalse invloeden verweven met de West-Europese volksmuziek.

Meestal gaat het hierbij om eigen composities, waarbij hij zich voor de instrumentale omkadering laat omringen door een schare van muzikanten die eerder al zijn pad kruisten. Het album opent heel mijmerend met de mazurka Alethea’s first song, waarin oud en kemençe (Derya Türkan) een prominente plaats innemen, ondersteund door de percussie van zijn immer aanwezige gezel Robbe Kieckens (water bottle, bendir, riqq), waarmee hij eerder dit jaar Blue silence uitbracht.

Vervolgens nodigt hij Gregory Jolivet uit voor een unieke, heel oosters gekleurde ‘hurdy gurdy improvisation’, die de aanloop vormt voor een set waarin een jig naadloos overgaat in een Marokkaanse traditional, en onder meer Jowan Merckx (low whistle) en Tom Callens (altsaxofoon) zich dubbel plooien.

Vandaar gaat het richting Zweden, met een gracieuze traditionele Slängspolska, mee opgeluisterd door Merckx (blokfluit) en Isabelle de Spoelberch (Keltische harp). Deze laatste vinden we eveneens terug op Appel des anges, opgedragen aan Bert Leemans. Ook violist Ruben Tanenbaum krijgt zijn solo moment toegewezen als voorspel op een Griekse dans (van Katerina Papadopoulou), het moment om ook de kanun van Muhittin Kemal Temel (die verder eveneens aan het improviseren slaat) en Vardan Hovannisian’s klarinet boven te halen. Ook Simon Leleux duikt hier op om de percussie te versterken.

Tristan arrangeerde ook een traditionele Azeri en Armeense ‘Caucasian Eagle Dance’, dat met oud, draailier, saz (Emre Gültekin), Bulgaarse tapan (Niki Aleksandrov), kemençe, duduk en chvi (Vardan), harp, cello (met Léa Besançon doorheen dit album vaker opduikt) een orkestraal pareltje geworden is, dat Leleux daarenboven ruimte laat om zijn percussieve virtuositeit te demonstreren. L’assemblée des Oiseaux doet hiervoor trouwens nauwelijks onder.

De Franse bourree traditie komt dichtbij in Fast train coming en ook hier trekken Merckx en Hovanissian radicaal mee het voortouw. Geniet verder van de lichtvoetigheid van The woodwind wizard, en de improvisatie voor oud en harp. Beklijvend is vervolgens traditionele, melancholische Hebreeuwse Lév tahor, waarbij hij vertrok van het arrangement Arianna Savall en Petter Udland Johansen en waarbij duduk en harp niet mochten ontbreken.

Ook het afsluitend nummer, een dans tussen oud, draailier, viool en bendir is groots vanuit de subtiele, ingetogen virtuositeit op de instrumenten. Zo zie je maar weer hoe muziek verbindend kan werken, eenheid scheppend in diversiteit. Andermaal dient gesteld dat Tristan zichzelf overtreft in het propageren van het belang van (muziek)cultuur.