Valentin Clastrier – Valentin Clastrier

valentin clastrier
Valentin Clastrier

(Innacor INNA 31308)

In draailierland zijn twee absolute grootmeesters: Gilles Chabenat en Valentin Clastrier. Beiden zijn geniaal in hun composities en de instrumentbeheersing. Chabenat is meester in het begeleiden van muzikanten, al draait Clastrier zijn hand daar niet voor om (o.a. Denez Prigant). Chabenat experimenteert vooral met harmonieën, speelwijzen op het instrument met uitgebreide mogelijkheden, maar is over het algemeen redelijk melodieus. Clastrier is meer de man van de improvisatie. Ook hij onderzoekt de grenzen van de fysieke en bouwtechnische mogelijkheden van de draailier. Bij Clastrier gaat het meer om de klankkleur, het creëren van geluiden en daaromheen dansen met melodielijnen of ritmische effecten. Nog meer dan Chabenat voelt Clastrier zich niet gebonden aan lied of melodiestructuren. Zijn composities komen daarom regelmatig avant-gardistisch over. Niet even lekker luisteren naar een swingende bourree of een wals, maar aandachtig de man volgen in zijn onnavolgbare wendingen in tonale expressie is wat Clastrier van je verwacht. Dat hij daarbij ‘moeilijke’ muziek maakt, neem je op de koop toe. Zo gaat er een wereld voor je open. Grandioos wat Clastrier al in de eerste seconden van zijn nieuwe solo cd laat horen. Hij imiteert gewoon (kerk)klokken op de draailier! En dat terwijl dit een van de moeilijkst na te bootsen instrumenten ter wereld is. Zelfs een synthesizer heeft er moeite mee. Daarna volgen klanken die refereren aan een stoombootfluit. In Viell’mania speelt Clastrier driestemmig een melodie, percussie en tovert er lekkere ritmes uit met de trompet van de draailier. Soms maakt de draailierspeler geluidscollages, als ware het muzikale hoorspelen (Vent solaires). Ook binnen de context van de cd word je voortdurend op het verkeerde been gezet, want na zo’n klanklandschap volgt dan ineens weer een swingende melodie. In Dialogue bespeelt Clastrier zijn instrument zodanig dan het dan als een oud, dan als een nay klinkt. In Berceuse énervée imiteert hij een stoomtrein, na een introductie die refereert aan een Indiase tanpura. Afsluiter Au fond des temps 2 is een rustig eind aan een bewogen cd. Ja, laat die Clastrier maar sch.. eh.. draaien!